De er­fe­nis van Oba­ma

Wat heeft de bevlogen redenaar Barack Obama in acht jaar echt verwezenlijkt? En wat blijft ervan over wanneer twitteraar Donald Trump hem vrijdag opvolgt? Een terugblik in drie thema's.

Door Jan Van Hessche, Kris Van Hamme en Jean Vanempten

Foto's: AFP, PHOTO NEWS, REUTERS - Techniek: Raphael Cockx en Thomas Roelens

16 minuten leestijd

1. Binnenlands beleid

Ziekenzorg voor miljoenen Amerikanen, gelijke rechten voor homo's. Maar ook raciale spanningen en een ongewijzigd wapenbeleid. Barack Obama was soms baanbrekend, vaak vleugellam en altijd omstreden.

In de nacht van 4 op 5 november 2008 luisterden 250.000 aanhangers in Grant Park in Chicago, en honderden miljoenen televisiekijkers wereldwijd, geëmotioneerd naar de overwinningsspeech van Barack Obama. De Verenigde Staten, met een getroubleerde geschiedenis van slavernij en racisme, hadden als 44ste president voor het eerst een Afro-Amerikaan gekozen. Dat zal altijd Obama's meest historische verwezenlijking zijn.

De speech in Chicago uit 2008

De Democraat volgde de Republikein George W. Bush op, de meest uitgespuwde naoorlogse president na Richard Nixon. Oorlogen in Irak en Afghanistan en een verwoestende kredietcrisis hadden 's werelds machtigste natie op de rand van het morele, politieke en economische bankroet gebracht. Obama presenteerde zich als een verzoener van 'jong en oud, arm en rijk, blank en zwart', over de partijgrenzen heen. Was 'hope' nog mogelijk? Kon er 'change' komen? Yes, we can!

Als verzoener moest Obama heel wat tegenstellingen proberen te overbruggen. We belichten zijn binnenlandse erfenis op volgende vlakken:

Ziek vs. gezond

Democraat vs. Republikein

Blank vs. zwart

Homo vs. hetero

Ziek vs. gezond

De briljante redenaar botste snel op de ontnuchterende wetten van de politieke praktijk. Als rechtlijnige rechtsgeleerde toonde Obama nooit veel talent voor het noodzakelijke gemarchandeer in de achterkamertjes van Washington. Als vijfde jongste president ooit, die maar drie jaar senator was geweest, ontbrak het hem aanvankelijk ook aan ervaring en connecties. Dat ondermijnt tot op heden de meest iconische lap wetgeving uit zijn achtjarige presidentschap: de hervorming van de gezondheidszorg.

'Obamacare' kwam er in 2010 na ruim een jaar moeizaam onderhandelen. Zo'n 20 miljoen Amerikanen extra waren voortaan verzekerd, de grootste uitbreiding van de ziekenzorg sinds de jaren 60. Maar Obama's idee van een 'Scandinavisch' model, waarbij vooral de staat hulp aanbiedt, sneuvelde snel. De zorg blijft in de VS grotendeels via privéverzekeraars lopen. Ze is nu wel verplicht. Ook bedrijven riskeren boetes als ze hun personeel daarin niet bijstaan.

Wat biedt Obamacare?

Rijkere Amerikanen betalen extra taks om de armsten aan een polis te helpen. Jongeren kunnen langer op de verzekering van hun ouders rekenen. Verzekeraars mogen niet langer klanten discrimineren wegens eerdere aandoeningen. Ook kwam er een website om prijzen te vergelijken, illustratief voor de focus die Obamacare legde op digitalisering, efficiëntie en een meer prestatiegerelateerde verloning van medici.

Niettemin blijft de Amerikaanse gezondheidszorg de duurste ter wereld: 3.350 miljard dollar per jaar, 18 procent van het bruto binnenlands product. De stijging van de kosten vertraagde onder Obama wel, zodat de prognose voor 2020 met 175 miljard dollar werd verlaagd. Maar ook dit jaar worden de polissen een kwart duurder. En farmabedrijven verdubbelden hun prijzen voor medicijnen onder Obama. Veel Amerikanen krijgen nog altijd maagzweren uit angst om onvoldoende gedekt te zijn tegen ziektes.

Dure gezondheidszorg

Kostprijs gezondheidszorg als % van het bbp

18

16

14

12

10

8

6

4

w.bush

obama

bush

clinton

reagan

2

0

1989

1993

1981

2001

2009

Dure gezondheidszorg

Kostprijs gezondheidszorg als % van het bbp

18

16

14

12

10

8

6

4

w.bush

obama

bush

clinton

reagan

2

0

1981

1989

1993

2001

2009

Dure gezondheidszorg

Kostprijs van de Amerikaanse gezondheidszorg als % van het bbp

18

16

14

12

10

8

6

4

w.bush

obama

bush

clinton

reagan

2

0

1981

1989

1993

2001

2009

Dure gezondheidszorg

Kostprijs van de Amerikaanse gezondheidszorg als % van het bbp

18

16

14

12

10

8

6

4

george

w. bush

barack

obama

george

bush

bill

clinton

 

ronald

reagan

2

0

1981

1989

1993

2001

2009

Democraat vs. Republikein

Nu Donald Trump president wordt, plannen de Republikeinen de ontmanteling van Obamacare. Populaire elementen wil Trump behouden, maar zelfs als de helft van Obama's belangrijkste realisatie intact blijft, dreigt zijn erfenis bescheiden te zijn.

Het breedgedragen verzet is vooral ideologisch. Zelfbeschikking is het wezenskenmerk in de 'land of the free'. Waarom moet ik betalen voor de zorg van een ander? En vooral: waar moeit de overheid zich eigenlijk mee? Het streven naar een gezondere natie deed het partijpolitieke landschap helemaal verzieken. Obamacare bracht meteen de libertaire Tea Party voort, die Obama als een 'socialist' verketterde en de kloof tussen rode en blauwe staten - de kleuren van de Republikeinen en de Democraten - tot een Grand Canyon vergrootte. Net het omgekeerde dus dan wat Obama beloofd had.

Hoe Amerikaanse overheidsdiensten in 2013 stilgelegd werden door onenigheid over Obamacare

De electorale factuur die hij zijn partij oplegde, is gigantisch. Eind 2010 verloren de Democraten de controle over het Huis van Afgevaardigden en in 2014 verloren ze de meerderheid in de Senaat. Hun aantal gouverneurs daalde van 28 naar 16. De voorbije zes jaar regeerde Obama dan ook vooral via 'executive orders', presidentiële besluiten die geen parlementaire steun behoeven, maar die Trump ook snel weer kan annuleren.

Blank vs. zwart

Die polarisatie voedde ook de sociale en raciale spanningen 'die ongezien waren sinds de politieke rellen van 1968', aldus de Southern Poverty Law Center. De burgerrechtenbeweging zag onder de eerste zwarte president de racistische haatgroepen fors toenemen. Patriottische verenigingen, die zich verzetten tegen een overheidsinterventie, vertienvoudigden. De dood van ongewapende Afro-Amerikanen als Trayvon Martin, Michael Brown en Eric Garner door blanke agenten deed de Black Lives Matter-activisten opstaan.

Als zoon van een Keniaanse vader toonde Obama zich acht jaar lang terughoudend in het heroplevende rassendebat. Ook toen 'birthers', gesteund door Trump, zijn Amerikaanse identiteit in twijfel trokken.

Donald Trump legt in 2011 op de Amerikaanse talkshow The View uit waarom hij denkt dat Obama niet in de VS geboren is.

Hij zocht wel een oplossing voor de 11 miljoen illegale migranten, veelal latino's. 2,5 miljoen van hen, vooral criminelen, liet hij het land uitzetten, meer dan welke president ooit. Tegelijk trachtte de 'deporter-in-chief' miljoenen een pad naar regularisatie te bieden, maar zijn executive order sneuvelde in het hooggerechtshof.

Obama als deporter-in-chief...

Gedeporteerde immigranten per jaar in duizendtallen

400

350

300

250

200

150

100

 

w. bush

reagan

bush

50

obama

clinton

0

1981

1989

1993

2001

2009

Obama als deporter-in-chief...

Gedeporteerde immigranten per jaar in duizendtallen

400

350

300

250

200

150

100

reagan

bush

 

w. bush

50

obama

clinton

0

1981

1989

1993

2001

2009

Obama als deporter-in-chief...

Gedeporteerde immigranten per jaar in duizendtallen

400

350

300

250

200

150

100

reagan

bush

 

w. bush

50

obama

clinton

0

1981

1989

1993

2001

2009

Obama als deporter-in-chief...

Gedeporteerde immigranten per jaar in duizendtallen

400

350

300

250

200

150

100

 

w. bush

50

bush

clinton

reagan

obama

0

1981

1989

1993

2001

2009

De xenofobe campagneretoriek van Trump tegen Mexicanen, moslims en andere minderheden doet vermoeden dat de VS de komende jaren nog meer versplinteren. Onheilspellend is dat de geweldcijfers na een jarenlange terugval weer stijgen. Volgens de recentste data nam het aantal moorden in 2015 met 11 procent toe, de grootste stijging sinds 1971. Trump belooft een repressiever beleid, maar de kern van het probleem zal niet verdwijnen: het oncontroleerbare wapenbezit.

Amerikanen die omkomen door vuurwapens

Doden door vuurwapens in de V.S. | 1981 - 2015

14

12

10

8

6

4

 

w. bush

2

obama

reagan

bush

clinton

0

1981

1989

1993

2001

2009

Amerikanen die omkomen door vuurwapens

Doden door vuurwapens in de V.S. | 1981 - 2015

14

12

10

8

6

4

 

w. bush

2

obama

reagan

bush

clinton

0

1981

1989

1993

2001

2009

Amerikanen die omkomen door vuurwapens

Doden door vuurwapens in de V.S. | 1981 - 2015

14

12

10

8

6

4

2

ronald

reagan

george

bush

bill

clinton

 

george

w. bush

barack

obama

0

1981

1989

1993

2001

2009

Amerikanen die omkomen door vuurwapens

Doden door vuurwapens in de V.S. | 1981 - 2015

15

14

13

12

11

10

9

8

7

6

5

4

3

2

ronald

reagan

george

bush

bill

clinton

 

george

w. bush

barack

obama

1

0

1981

1989

1993

2001

2009

'Als land hebben we dat al te vaak meegemaakt', zei een betraande Obama eind 2012 nadat een mentaal gestoorde man 20 kleuters en zes leraars had neergeschoten in Sandy Hook. De moordpoging op het parlementslid Gabrielle Giffords, de racistische dood van zwarte kerkgangers in Charleston, de jihadistische schietpartij in San Bernardino en het homofobe bloedbad in Orlando: keer op keer zette Obama zijn volledige presidentiële kapitaal in om de wapenwet te verstrengen. Het grondwettelijke recht op wapendracht bleek telkens te heilig, de wapenlobby te machtig en het Congres te verdeeld.

Homo vs. hetero

Voor één minderheid was Obama wel grensverleggend: de homogemeenschap. Al in 2010 schrapte hij de wet die militairen verbood voor hun geaardheid uit te komen. Een jaar later outte hij zich als eerste president voor het homohuwelijk. Dat werd bij zijn verkiezing in twee staten erkend. In 2015 erkenden al 38 staten het homohuwelijk, waarna het hooggerechtshof de nationale legalisatie verplichtte. Sociaal-conservatief Amerika briest, maar Trump liet al weten dat het homohuwelijk onomkeerbaar is.

In de zomer van 2015 verklaarde het Amerikaanse hooggerechtshof dat het homohuwelijk in alle staten erkend moet worden

Dat soort baanbrekende 'change' herinnert weer waarom Obama acht jaar geleden met messianistische verwachtingen aan de macht kwam. Die allemaal inlossen, zou onmogelijk zijn, voorspelde hij zelf. Maar vaak maakte hij ook zelf strategische fouten. Of, paradoxaal voor zo'n retorisch talent, zette hij zijn verwezenlijkingen te weinig in de verf. Soms is het duidelijker als je, zoals vicepresident Joe Biden, Obamacare omschrijft als een 'big fucking deal'. Obama verlichtte ook de miljardenschulden van studenten, maar stopte dat weg in een addendum van de gezondheidswet. Alleen al via strengere standaarden voor huishoudtoestellen realiseerde Obama een enorme ecologische omslag, het equivalent van auto's twee jaar bannen op de Amerikaanse wegen.

'Campagne voer je met poëzie, regeren doe je in proza', luidt het adagium. Dat gold meer dan ooit voor Obama. Idealisme werd soms pijnlijke desillusie. Al zullen veel Amerikanen, nu de grofgebekte Trump hem opvolgt, Obama de komende jaren misschien de verdiende erkenning geven als baken van empathie, intellect en beschaving.

2. Economisch beleid

Dat de VS niet in een depressie zijn gesukkeld, blijft de grootste plus op Obama’s economische rapport. Hij probeerde daarnaast krachten zoals de groeiende ongelijkheid te trotseren, met wisselend succes.

Geen verdict is lastiger dan dat over het economische beleid van een Amerikaanse president. Als de economie het goed doet, krijgt hij doorgaans te veel krediet. Als het slecht gaat, krijgt hij overdreven veel de schuld.

Een complexe machine als de economie staat dan ook bloot aan allerhande invloeden, van het monetaire beleid tot structurele trends. Het hangt er bovendien van af welke maatstaven je hanteert en met welke bril je kijkt. Dat geldt zeker voor Obama’s turbulente tijdperk.

We evalueren Obama’s economische prestaties, inclusief de financiële crisis die hij erfde. Plus zijn aanpak van twee thema’s die de voorbije acht jaar kleurden en zijn opvolger Donald Trump in de kaart speelden:

Groei, jobs en banken

Inkomensongelijkheid

Vrijhandel

Volgens de ene was hij de redder van de economie, volgens de andere de man van de belabberdste economische periode sinds de Tweede Wereldoorlog. Elk kamp heeft argumenten. De Amerikaanse economie groeide met een historisch mager gemiddelde van 2,1 procent per jaar sinds het herstel begin 2010. Maar Obama kan wel uitpakken met een recordreeks van 75 opeenvolgende maanden van jobgroei.

Groei, jobs en banken

De financiële crisis die Obama erfde was ongetwijfeld een serieuze handicap, al liet ze hem tegelijk toe een onderscheidende impact te hebben. Dat de grootste crisis sinds de Grote Depressie niet in een vergelijkbaar bloedbad uitmondde, is volgens de meeste economen dan ook de grootste verdienste van Obama.

De Amerikaanse financiële sector en economie herpakten zich opmerkelijk snel dankzij het doortastende overheidsoptreden. Daarbij gaat een deel van het krediet naar de regering-Bush en de Amerikaanse centrale bank, die eind 2008 de acuutste fase van de crisis onder controle kregen. De regering-Obama volgde op met onder meer een stevig stimuluspakket en kalmerende stresstests voor de Amerikaanse banken. Met de Dodd-Frank-wet kwamen er ook regels om de financiële sector te beteugelen, al betreuren sommigen dat er amper bankiers gestraft werden voor hun rol in de crisis.

Afgaand op de naakte cijfers - groei, jobs, lonen - krijgt Obama een ‘meer dan behoorlijk’ rapport van Hans Bevers, hoofdeconoom van Degroof Petercam. ‘Zeker als je rekening houdt met de erfenis van de financiële crisis, de vergrijzing en de politieke tegenwerking door de Republikeinen. Bij dat laatste denk ik aan Obama’s stimuluspakket, dat groter had kunnen en moeten zijn, of de budgettaire crisis rond het schuldenplafond. Obama is er niet in geslaagd de politieke verdeeldheid te overstijgen.’

Economische groei

Groeitempo Amerikaanse economie van 1981 tot 2016 in %

8%

6%

george

bush

4%

2%

bill

clinton

 

george

w. bush

ronald

reagan

barack

obama

0

-2%

2009

1981

1989

1993

2001

Economische groei

Groeitempo Amerikaanse economie van 1981 tot 2016 in %

8%

6%

george

bush

4%

2%

bill

clinton

 

george

w. bush

ronald

reagan

barack

obama

0

-2%

2009

1981

1989

1993

2001

Economische groei

Groeitempo Amerikaanse economie van 1981 tot 2016 in %

8%

6%

george

bush

4%

2%

bill

clinton

 

george

w. bush

ronald

reagan

barack

obama

0

-2%

2009

1981

1989

1993

2001

Economische groei

Groeitempo Amerikaanse economie van 1981 tot 2016 in %

8%

6%

george

bush

4%

2%

bill

clinton

 

george

w. bush

ronald

reagan

barack

obama

0

-2%

2009

1981

1989

1993

2001

Ook econoom Richard Carroll, die in zijn boek ‘The President as Economist’ de economische prestaties van de twaalf naoorlogse presidenten tegen elkaar afweegt, erkent dat Obama de nodige tegenwind kreeg. ‘De tragere groei van de wereldeconomie hielp niet, de politieke impasse belemmerde een sneller herstel, terwijl ook de schuldafbouw van gezinnen na de financiële crisis een rem zette op de groei.’ Deze drie externe factoren zijn niet vervat in zijn scorebordmodel, dat naar een vijftiental economische indicatoren kijkt. Obama eindigt in de grijze middenmoot: een achtste plaats, zij het met een nipt positieve score (Kennedy en Truman leiden het pak).

De gedaalde werkloosheidsgraad en de hausse van de aandelenmarkt hielpen Obama aan een positieve score, de gestegen overheidsschuld is dan weer een stevige min volgens Carroll.

Overheidsschuld

Overheidsschuld als % van het BBP

100

80

60

40

20

reagan

bush

clinton

w.bush

obama

0

1981

1989

1993

2001

2009

Overheidsschuld

Overheidsschuld als % van het BBP

100

80

60

40

20

reagan

bush

clinton

w.bush

obama

0

1981

1989

1993

2001

2009

Overheidsschuld

Overheidsschuld als % van het BBP

100

80

60

40

20

reagan

bush

clinton

w.bush

obama

0

1981

1989

1993

2001

2009

Overheidsschuld

Overheidsschuld als percentage van het BBP

100

90

80

70

60

50

40

30

20

ronald

reagan

george

bush

bill

clinton

 

george

w. bush

barack

obama

10

1981

1989

1993

2001

2009

Ook Bevers is positief over het herstel van de Amerikaanse arbeidsmarkt - goed voor 15,8 miljoen nieuwe jobs sinds begin 2010 - maar nuanceert. ‘Het is minder spectaculair dan de krantenkoppen over een arbeidsmarkt ‘op volle toeren’ doen geloven. De werkloosheidsgraad mag dan ruim gehalveerd zijn naar 4,7 procent, de participatiegraad - waarbij je ook rekening houdt met ontmoedigde mensen die niet langer een job zoeken of die liever voltijds zouden werken - blijft met 62,7 procent onder het niveau van acht jaar geleden liggen.’

Dalende werkloosheid

Werkloosheidsgraad | V.S | 1981-2016

10%

8%

6%

4%

2%

 

w. bush

obama

clinton

bush

reagan

1981

1989

1993

2001

2009

Dalende werkloosheid

Werkloosheidsgraad | V.S | 1981-2016

10%

8%

6%

4%

2%

 

w. bush

obama

clinton

bush

reagan

1981

1989

1993

2001

2009

Dalende werkloosheid

Werkloosheidsgraad in de V.S van 1981 tot 2016 in %

10%

8%

6%

4%

2%

ronald

reagan

george

bush

bill

clinton

 

george

w. bush

barack

obama

1981

1989

1993

2001

2009

Dalende werkloosheid

Werkloosheidsgraad in de V.S van 1981 tot 2016 in %

10%

8%

6%

4%

2%

ronald

reagan

george

bush

bill

clinton

 

george

w. bush

barack

obama

1981

1989

1993

2001

2009

Dat onbenut potentieel verklaart mee waarom de lonen amper stegen, al lijkt het laatste jaar een voorzichtige kentering ingezet te zijn door de krapper wordende arbeidsmarkt. Ook de lagere productiviteitsgroei van de voorbije jaren zette een rem op de loongroei. Over dat productiviteitsvraagstuk woedt een debat, met gedaalde bedrijfsinvesteringen en achterblijvende innovatie als mogelijke oorzaken. ‘Het is een illusie te denken dat Obama zulke structurele fenomenen helemaal had kunnen terugdraaien’, meent Bevers.

Inkomensongelijkheid

De groeiende inkomensongelijkheid is nog zo’n structurele kracht die tijdens Obama’s termijn op de wereldagenda terechtkwam. De uitdijende kloof tussen een rijke elite en de rest is vooral in de VS duidelijk zichtbaar. Wat ooit Amerika’s sterkte was, dreigt zo een molensteen te worden, onderstreepte Obama onlangs in een terugblik op zijn parcours in het zakenblad The Economist. Waar ongelijkheid ooit een prikkel was om dromen na te jagen, zet té grote ongelijkheid net een rem op de sociale mobiliteit terwijl ze ook de economische groei fragieler maakt, aldus Obama.

Obama heeft wel degelijk geprobeerd de ongelijkheid aan te pakken, al blijft de kloof groot. Zo maakte hij het belastingstelsel iets progressiever, waardoor rijken meer moeten bijdragen. In 2015 stegen de reële gezinsinkomens van de middenklasse en de armere groepen ook sterker dan die van de rijksten: de mediaan - de middelste groep - ging er jaar op jaar zelfs 5,2 procent op vooruit.

De veruit ingrijpendste herverdelingsmaatregel zit hier niet in vervat: Obamacare, dat ruim 20 miljoen Amerikanen aan een ziekteverzekering hielp. Dat gebeurde onder meer via subsidies die gefinancierd werden door een belastingverhoging voor de rijkeren. De beloftes van Trump om Obamacare op de schop te nemen en de belastingen vooral voor de rijken te verlagen gaan opnieuw in de andere richting.

Trump kondigde al aan Obamacare serieus te willen hervormen.

Vrijhandel

Amerikaanse presidenten - inclusief Obama - zijn traditiegetrouw pleitbezorgers van de vrijhandel, een traditie waarmee Trump wil breken. Die laatste wil muren optrekken, terwijl Obama samenwerking bepleitte. Niet makkelijk, zo leerde de commotie over vrijhandelsakkoorden als TTIP (tussen de VS en Europa) en TPP (tussen de VS en de landen rond de Stille Oceaan). Desondanks oogt Obama’s palmares ‘positief’ voor Jan Van Hove, hoofdeconoom van KBC en expert internationale handel.

Obama ziet geen heil in een protectionistische koers voor Amerika.

‘Obama maakte werk van een verdere handelsliberalisering. Hij trok in de eerste plaats de kaart van regionale handelsakkoorden zoals met Zuid-Amerika, waar hij heel wat stappen heeft gezet. Daarnaast zag je tijdens zijn termijn een verschuiving: in het begin een focus op Azië, naar het einde toe meer aandacht voor Europa, mede als reactie op het conflict met Rusland. Uiteindelijk bleek de publieke opinie niet mee te willen stappen in dat vrijhandelsverhaal, waardoor ook Hillary Clinton een bocht maakte. Obama’s tussenkomst om de TTIP-onderhandelingen meer diepgang te geven heeft misschien ook vertragend gewerkt’, meent Van Hove. TTIP zit intussen in de koelkast, terwijl Trump TPP weigert te ratificeren.

Volgens Van Hove was Obama trouwens ‘geen naïeve vrijhandelspresident’, maar durfde hij protectionistisch te zijn. ‘Vooral tegenover China stellen de VS zich nu al hard op, met bijvoorbeeld antidumpingmaatregelen. Je kan TPP ook zien als een akkoord tegen China.’

3. Buitenlands beleid

Geen unilateraal interventionisme, maar een open blik op de wereld en vooral een grote dosis realisme. De buitenlanddoctrine van Obama kan in één zinnetje worden samengevat: ‘Don't do stupid things.’

Hoezeer de wereld snakte naar een ander Amerikaans buitenlands beleid na acht jaar George W. Bush werd perfect geïllustreerd door de Nobelprijs voor de Vrede die Barack Obama in oktober 2009 ontving. Hij was nog geen volle tien maanden president en voerde als opperbevelhebber twee oorlogen. Obama bracht verandering, al kon hij de verwachtingen van zijn bewonderaars niet helemaal inlossen. Hij verliet het interventionisme en werd steeds realistischer als president: niet langer bombarderen omdat je kunt bombarderen, geen troepen inzetten tenzij de Amerikaanse belangen worden geschaad.

Rode lijn

In een omstandig interview met Obama legde journalist Jeffrey Goldberg de kern van de buitenlanddoctrine van de president bloot. Zijn interview in The Atlantic (april 2016) was een collage van verschillende gesprekken waarin de president bijzonder openhartig was over zijn inzichten en zijn doctrine.

Die doctrine viel in een definitieve plooi op 30 augustus 2013. Obama noemde het in het interview zijn ‘bevrijdingsdag’. Dat is merkwaardig. Op die dag werd duidelijk dat de Syrische dictator Bashar al-Assad bewust de rode lijn had overschreden die Obama enkele maanden voordien had getrokken. Hij gebruikte chemische wapens tegen zijn eigen bevolking. De Verenigde Staten hadden altijd gedreigd om militair in het Syrische conflict tussen te komen als dat zou gebeuren.

Alles leek op een tussenkomst te wijzen. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry, een vurige aanhanger van het Amerikaanse interventionisme, gaf een donderspeech waarin hij impliciet een bommencampagne aankondigde. Ook het Witte Huis lanceerde een strijdlustige verklaring. En toch gebeurde er niets.

Kerry over de 'Red line'

Obama aarzelde. De omstandigheden waren niet gunstig. Er waren waarnemers van de Verenigde Naties op het terrein die door de bombardementen konden worden getroffen. De VS durfden ook de voorraden gifgas niet te bombarderen omdat ze bang waren de burgerbevolking te raken. Zelfs Assad uitschakelen leek onmogelijk. Bovendien had Duitsland laten verstaan dat het niet zou meedoen aan een Syrische strafexpeditie en kreeg de Britse premier David Cameron een Britse deelname niet door het parlement. Obama zag af van een bommencampagne en weigerde militair in te grijpen.

De consternatie was groot, zowel in zijn eigen kabinet, dat vreesde dat de geloofwaardigheid van de VS onderuitgehaald werd, als bij de bondgenoten van de VS, die het gebrek aan initiatief hekelden. Obama bleef zijn koele zelve: ‘Geloofwaardigheid? Iemand bombarderen om te laten zien dat je hem kan bombarderen, heeft nooit iets opgelost’, vertrouwde hij zijn naaste medewerkers toe.

Obama verzekerde wel dat het chemische oorlogsarsenaal van Syrië werd ontmanteld. Die ontmanteling vond hij belangrijker dan het symbolisch bombarderen van Damascus.

Valse vrienden

De ‘bevrijdingsdag’ was een keerpunt in een lange evolutie. Toen Obama president werd, was zijn land in een oorlog met Afghanistan en Irak verwikkeld. De Amerikaanse bevolking was de oorlogen moe en Obama dankte zijn verkiezingsoverwinning onder meer aan de belofte dat hij beide oorlogen zou beëindigen.

In zijn toespraak voor de aanvaarding van de Nobelprijs in Oslo liet Obama verstaan dat hij er niet voor zou terugdeinzen geweld te gebruiken als dat nodig was om de belangen van zijn land te verdedigen.

Maar militair geweld stond niet bovenaan op zijn agenda. Enkele maanden voordien reikte hij de islamwereld de hand in zijn toespraak in Caïro. Obama wilde absoluut weg van het unilaterale interventionisme van zijn voorganger George W. Bush. De rol van universele politieman lag hem niet.

Hij stelde zich gaandeweg ook steeds meer vragen over de zogenaamde bondgenoten van zijn land in het Midden-Oosten. Hij had het moeilijk met de eigengereide opstelling van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu, net zoals hij grote twijfels had over Saoedi-Arabië. Van dat laatste land vond hij het maatschappelijke bestel erg ondemocratisch, om niet te zeggen achterlijk. Het stoorde Obama vooral dat de bondgenoten enorm veel aandacht en geld opslorpten en dat de VS door hen te gemakkelijk werden gebruikt voor hun eigen, kleine eigenbelang.

Dat verklaart waarom hij een historisch akkoord over de nucleaire kwestie met Iran bereikte. Dat gebeurde tot grote woede van Israël én van Saoedi-Arabië. Obama oordeelde dat zijn land beter gediend was met de controle over de nucleaire productie van Iran dan met een volgehouden embargobeleid waarvan het niet zeker was dat Iran er zijn nucleaire opmars door zou staken. Wellicht wilde hij ook de machtsbalans in het Midden-Oosten wat herstellen en de vastgeroeste krachtsverhoudingen op de helling zetten.

De diplomatieke opening naar Cuba gebeurde om gelijkaardige redenen. Het 50 jaar oude embargo werd vervangen door openheid, een goede zaak voor de Amerikaanse belangen in de regio.

The Rolling Stones konden vorig jaar in Cuba optreden mede door de diplomatieke opening die Obama heeft gemaakt.

Freeriders

Obama had op buitenlands vlak een grondige hekel aan de freeriders, de landen die achter de militaire interventies van het almachtige Amerika graag hun belangen verzekerden. Dat gold niet alleen voor de Arabische wereld. Hij maakte de Britse premier David Cameron duidelijk dat zijn land 2 procent van het bruto binnenlands product in militaire middelen moest investeren als het nog een beroep wou doen op de ‘speciale relatie’ met de VS.

De inval in Libië, waar Frankrijk en het VK het voortouw namen en waar het concept ‘leading from behind’ werd gelanceerd, maakte deel uit van de campagne tegen freeriders. Als Europa graag de dictator Muammar Kaddafi wilde verwijderen, dan moest het zelf naar het front gaan.

Obama bleef altijd een overtuigde internationalist, maar hij was eveneens een overtuigde realist. Meer dan welke Amerikaanse president ook stelde hij het nut en vooral de efficiëntie van militaire tussenkomsten in vraag. In regionale conflicten moesten landen meer voor zichzelf opkomen en minder de paraplu van de VS zoeken.

Hij leerde van de Libische invasie dat het Midden-Oosten een broedplaats van geweld is, waar nog meer geweld geen uitweg biedt. Hij leerde ook dat hij niet op de Europese bondgenoten kon rekenen om een degelijke opvolging in Libië te verzekeren. Andermaal rekenden ze op de grote Amerikaanse paraplu, de free lunch.

Frustraties

Ongetwijfeld zit Obama met een hoop frustraties over zijn buitenlands beleid. Als kind groeide hij op in Hawaï en hij had graag de diplomatieke focus van de VS naar Zuidoost-Azië verlegd, weg van het Midden-Oosten en zelfs van Europa. Hij slaagde daar niet in omdat vooral het Midden-Oosten te veel van zijn tijd opslorpte.

De opkomst van de terreurgroep Islamitische Staat (IS) negeerde Obama aanvankelijk. Hij wou in 2011 herverkozen worden en wou daarom de troepen uit Irak terugtrekken. Maar hij geloofde ook niet dat IS een directe bedreiging vormde voor de Amerikaanse belangen. Toen de terreurgroep in 2014 de tweede Iraakse stad Mosoel innam, verweet hij zijn veiligheidsdiensten dat ze hem nooit adequaat over de terreurbeweging hadden ingelicht. Het versterkte zijn overtuiging dat hij de dingen in het Midden-Oosten nooit kon rechttrekken en dat ook de volgende generatie geen vrede zal brengen in het gebied.

Ook in zijn 'State of the Union' van vorig jaar verklaarde Obama dat IS geen bedreiging vormt voor de VS.

De conflicten in de regio overschaduwden bovendien ook grote problemen zoals de klimaatopwarming, wat Obama als bedreigend voor de VS beschouwde. Onder meer dankzij hem werd de grote klimaatconferentie in Parijs een succes en staat de strijd tegen de opwarming van de aarde internationaal op de agenda.

De buitenlandstrategie van Obama was gericht op het haalbare. Wat haalbaar werd geacht, kreeg dubbele aandacht. Waar de toestand hopeloos was (en is), werden de risico’s beperkt. Zijn voorganger Bush wordt vooral herinnerd voor zijn brutale inval in Irak, maar Obama rekent erop dat hij zal worden herinnerd om de dingen die hij niet deed. Dat is zijn paradox. En voor de rest wilde hij geen domme dingen doen.