De godinnen van Eric Wollants

Door Bert Voet en Nicolas Becquet

© Thomas Vanhaute

Eric Wollants (51), steevast op klompen, staat bekend als Eric DS - dat is ook de nummerplaat van zijn eigen blauwe Citroën DS D Spécial (1970). ‘Ooit had ik een garage, maar het leven werd me zuur gemaakt en enkele jaren geleden ben ik ermee gestopt’, vertelt hij. ‘Nu ben ik invalide. Ik heb een vzw met bijna 80 leden. Hier in de werkplaats komen fans van 20 tot 80 jaar aan hun eigen DS sleutelen.’

Weinigen kunnen daar beter bij helpen dan Wollants. ‘Het begon toen ik als kleine jongen met mijn vader meeging bij een garagist met veel DS’en. Mijn vader zelf reed met Volkswagen en Audi: slechte auto’s dus’, lacht hij. ‘Toen ik zestien was en niet meer naar school wilde, ging ik daar helpen. Vader steunde me daar niet in, maar soit.’ Waarom net die auto hem naar de keel greep? ‘Een DS, dat is zoveel meer dan een auto’, mijmert hij. ‘De techniek, het lijnenspel, het comfort... Kijk: zelfs een wrak is mooi. Het is een kunstwerk waarmee je toevallig ook kunt rijden.’

Gemaakt met een Samsung Gear 360

Weinigen kunnen daar beter bij helpen dan Wollants. ‘Het begon toen ik als kleine jongen met mijn vader meeging bij een garagist met veel DS’en - vader zelf reed met Volkswagen en Audi: slechte auto’s dus’, lacht hij. ‘Toen ik zestien was en niet meer naar school wilde, ging ik daar helpen. Vader steunde me daar niet in, maar soit.’ Waarom net die auto hem naar de keel greep? ‘Een DS, dat is zoveel meer dan een auto’, mijmert hij. ‘De techniek, het lijnenspel, het comfort... Kijk ernaar: zelfs een wrak is mooi. Het is een kunstwerk waarmee je toevallig ook kunt rijden.’

Een DS kan nog perfect mee in het verkeer. En hij rijdt niet, hij zweeft. Geen enkele Citroën heeft hem geëvenaard. Ze waren stroever, strakker. En wist je dat de achterbanden 200.000 kilometer meegaan? Er is geen belasting achteraan, geen gewicht en geen sturing. In een DS kan je zelfs op drie wielen rijden.’

Ik heb er 150 tot 200 afgebroken’, vertelt hij. Nu heb ik er nog 50 à 60.’ Zijn topstuk is een DS Pallas in palladiumgrijs (1967) met zwart lederen interieur. ‘Dat is hét bouwjaar: met nog de oude neus, maar met het nieuwe hydraulische veersysteem met groene olie - de agressieve rode olie gaf corrosie van binnenuit.

Toen ik hem in Nederland te koop zag staan, liet ik alles vallen en belde. Ze deden er al 500 euro bij. ‘Dan kan je één keer doen’, zei ik. Toen ik arriveerde, bood een ander al duizenden euro extra, maar ik heb hem toch gekregen. Gerestaureerd is hij tot 30.000 euro waard. De waarde van DS’en varieert enorm. Het begint bij zo’n 10.000 euro voor een Spécial in goede staat. De oudst bekende Cabriolet d’Usine werd verkocht voor 260.000 euro. De prijzen stijgen met de dag.