Interactief

80 procent aan het werk: wie kan nog extra aan de slag?

De regering-De Croo wil 80 procent van de Belgen op beroepsleeftijd aan de slag te krijgen tegen 2030. Dat betekent dat 669.500 extra mensen moeten worden ingeschakeld. Op een krappe arbeidsmarkt moet je daarvoor buiten de gebruikelijke vijvers vissen. De Tijd dook in de cijfers van het onderzoekscentrum Steunpunt Werk en toont u waar zich nog potentiële werkkrachten bevinden.

Door Thomas Roelens, Cyrine Beune en Thomas Segers 15 Februari 2022

Arbeidskrachten vinden werd de afgelopen jaren almaar moeilijker. De werkloosheid is historisch laag, waardoor veel vacatures niet ingevuld geraken. Door de vergrijzing neemt de krapte de komende jaren alleen maar toe. Nog voor de krimp in de beroepsbevolking goed en wel op snelheid komt, zijn onze arbeidsreserves dus al uitgeput.

Werklozen activeren zal dan niet volstaan om onze werkzaamheidsgraad op te krikken. Volgens professor Sarah Vansteenkiste (KU Leuven) moeten we onze blik verruimen en ook andere mensen begeleiden naar werk. Vansteenkiste, die aan het hoofd staat van het universitair kenniscentrum Steunpunt Werk, bracht daarom in kaart waar zich nog potentiële arbeidskrachten bevinden. We bieden u het overzicht.

Bron: Steunpunt Werk - KU Leuven

Bevolking op beroepsleeftijdVan de 11,6 miljoen Belgen zijn er 6,7 miljoen tussen 20 en 64 jaar oud, de leeftijd waarop je ervan kan uitgaan dat ze actief zijn op de arbeidsmarkt. Die groep stellen we hier voor als 100 mensen.

70 van de 100 mensen zijn aan het werkVan die 100 mensen op beroepsleeftijd zijn er 70 tewerkgesteld. Onze werkzaamheidsgraad scoort daarmee onder het Europees gemiddelde. Ter vergelijking: In Nederland en Duitsland is nu al 80 procent van de bevolking op beroepsleeftijd aan het werk.

6 mensen willen meer uren werkenHet arbeidspotentieel van de mensen die aan de slag zijn, kan beter worden ingezet. 6 van de 70 arbeidskrachten werken minder dan ze willen. Het gaat om werknemers die deeltijds werken, maar graag meer uren krijgen bij hun werkgever of op zoek zijn naar een bijbaan. Sommigen zijn door corona tijdelijk werkloos. Anderen werken met een flexibel uurrooster dat terugvalt in kalmere periodes.

4 zijn actief op zoek naar een jobDe meest voor de hand liggende groep om aan het werk te krijgen zijn de actieve werklozen. Dat zijn de mensen die op zoek zijn naar een job en onmiddellijk aan de slag kunnen. Die groep is kleiner dan ooit. Zeker bij de 25- tot 49-jarigen is de reserve beperkt. Van hen werkt al meer dan 85 procent. Wat rest, zijn vooral allochtone jongeren, laagopgeleiden en oudere werkzoekenden.

Meer dan een kwart is inactiefNaast de werklozen is er ook een grote en diverse groep inactieven. Meer dan een kwart van bevolking op actieve leeftijd biedt zich niet aan op de arbeidsmarkt. Ons land hangt daarmee achteraan het Europese peloton, tussen landen als Kroatië, Spanje, Roemenië en Italië.

De oorzaken zijn divers: er is het grote aantal langdurig zieken, nog altijd gaan relatief veel mensen vervroegd met pensioen… Er zijn ook andere redenen waarom mensen niet aan de slag zijn. Die groepen bekijken we van dichterbij.

6 inactieven zijn arbeidsongeschiktDe grootste subgroep van de inactieven zijn de arbeidsongeschikten. 6 procent van de bevolking op actieve leeftijd is door ziekte of invaliditeit niet in staat te werken. Dat aantal nam de afgelopen jaren nog toe. Vrouwen, laaggeschoolden en vijftigplussers zijn oververtegenwoordigd in die groep.

De organisatie van onze arbeidsmarkt is te rigide om deze mensen een traject op maat te bieden. Bedrijven en ziekenfondsen worden daartoe onvoldoende gestimuleerd. Diegenen die wel een job op maat krijgen aangeboden weigeren soms uit vrees om een uitkering te verliezen. Daarnaast zijn er ook vermoedens van misbruik, omdat de controle beperkt is.

4 mensen blijven thuis voor het huishoudenEen andere grote groep zijn de huisvrouwen en -mannen. Meer dan een derde van de huisvrouwen is jonger dan 50. Het gaat vooral om vrouwen met een migratieachtergrond, die vaak laaggeschoold zijn. Deze vrouwen hebben nood aan een specifiek traject om hen naar de arbeidsmarkt te begeleiden.

5 mensen stapten vervroegd uit de arbeidsmarktVervroegd gepensioneerden, of mensen in andere uittredingsstelsels, hoeven zich niet meer beschikbaar te stellen voor de arbeidsmarkt, ook al kunnen ze nog werken. Experts pleiten er al langer voor om mensen langer aan het werk te houden.

5 zitten nog op de schoolbankenDoordat jongeren almaar langer studeren, zit een aanzienlijk deel van de bevolking op beroepsleeftijd nog op de schoolbanken.

5 werkwillenden vinden moeilijk de weg richting arbeidsmarktBij een relatief grote groep verhinderen bepaalde drempels een stap naar de arbeidsmarkt. Soms vangen deze mensen een kind of ander familielid op. Extra investeringen in de zorg en de kinderopvang kunnen die drempels wegwerken.

In andere gevallen gaat het om mensen die ontmoedigd zijn over het vinden van een job. Sommigen hebben onvoldoende talenkennis, hebben geen eigen vervoer of vinden zichzelf te oud om nog te werken. Hun competenties versterken en discriminatie terugdringen kunnen helpen om die groep alsnog aan het werk te laten gaan.

Daarnaast is er een restgroep van personen die om diverse redenen niet aan het werk zijn. Hun profiel is niet altijd even eenduidig en concrete activeringsmaatregelen liggen niet voor de hand.

Potentieel 78 procent aan het werkOm meer mensen aan het werk te krijgen zijn per arbeidsgroep specifieke maatregelen nodig, toont de studie van het Steunpunt Werk. Het onderzoekscentrum, dat de beleidsmakers bijstaat met data en analyse over de arbeidsmarkt, concludeert dat de werkzaamheidsgraad in theorie opgekrikt kan worden tot 78 procent als we de ‘gemakkelijkste’ groepen in de arbeidsreserve aan de slag krijgen.

Het onderzoekscentrum kijkt daarvoor naar alle actieve- en passieve werkzoekenden die beschikbaar of op middellange termijn inzetbaar zijn. Door die allemaal te activeren kan de werkzaamheidsgraad worden opgetrokken van 75 procent naar de doelstelling van 80 procent.

Brussel en Wallonië blijven met dezelfde maatregelen evenwel nog altijd onder die drempel. De werkzaamheidsgraad zou er respectievelijk evolueren naar 77 en 75 procent. Met 15 procentpunt is effect van de maatregelen in Brussel het grootst. Dat komt voornamelijk doordat het hoofdstedelijk gewest over een grotere reserve beschikt van actieve werklozen die dicht bij de arbeidsmarkt staan.

  • Werkenden
  • Actieve werklozen
  • Werkzoekend, beschikbaar of inzetbaar
  • Andere inactieven

Bron: Steunpunt Weupdaterk - KU Leuven