Brexit

Acht decennia storm op het Kanaal

Er komt een einde aan het Europese huwelijk van de Britten. Veel verder dan pragmatische liefde en veel ruzies zijn Londen en Brussel nooit echt geraakt. Een terugblik.

Door Jan van Hessche, Raphael Cockx en Thomas Segers31 januari 2020

Churchill bepleit 'Verenigde Staten van Europa'

1946

Op het puin van de Tweede Wereldoorlog houdt de Britse premier Winston Churchill een historische toespraak in Zürich. ‘We moeten een soort Verenigde Staten van Europa bouwen’, bepleit de Conservatief. Opmerkelijk: amper anderhalf jaar na de dood van Adolf Hitler onderstreept Churchill dat de Duitse vijand een hoofdrol moet krijgen in ‘de Europese familie’.

Voor zijn eigen Verenigd Koninkrijk stelt hij andere doelen. ‘Wij hebben ons eigen Gemenebest.’ Het immense Britse Rijk strekt zich dan nog uit van Jamaica over India tot Nigeria en Cyprus. Wat hij tijdens het interbellum al schreef, geldt voor Churchill nog steeds: ‘We are with Europe, but not of it. We zijn verbonden, maar niet verenigd. Geïnteresseerd, maar niet geïntegreerd.’ Of zoals hij in 1944, tijdens de landing in Normandië, de Franse generaal Charles de Gaulle toebeet: ‘Als Groot-Brittannië moet kiezen tussen Europa en de open zee, kiest het altijd voor de open zee.’

Schumanverklaring maakt Britten niet warm

1950

De Franse minister van Buitenlandse Zaken en ex-premier Robert Schuman houdt op 9 mei 1950 een historische toespraak waarmee hij de fundamenten legt van de Europese eenmaking. Net als Winston Churchill reikt hij de Duitsers de hand. ‘Voor de vereniging van de Europese volkeren is het noodzakelijk dat de eeuwenoude tegenstelling tussen Frankrijk en Duitsland wordt overbrugd. De ondernomen actie dient in de eerste plaats Frankrijk en Duitsland nader tot elkaar te brengen.’

De Schumanverklaring bepleit dat de Franse en Duitse productie van kolen en staal onder een gezamenlijke autoriteit geplaatst wordt. Ook andere Europese landen zijn meer dan welkom. De centrale idee: als de economische krachten gebundeld worden, is het veel moeilijker onderling een nieuwe verwoestende oorlog te starten. Met andere woorden: economische integratie als middel tot pacificatie. De West-Duitse bondskanselier Konrad Adenauer reageert welwillend. Ook Nederland, België, Luxemburg en Italië zijn het Schumanplan genegen.

De Britten daarentegen negeren wekenlang de uitnodiging. Als ze een deadline over hun deelname opgelegd krijgen, is Labourpremier Clement Attlee niet eens in het land. Enkele Britse onderministers beslissen dan maar dat Schumans ‘principe van een federaal Europa’ indruist tegen de Britse soevereiniteit. Dat Britse nationalisme zal decennia de houding tegenover Brussel definiëren en nooit echt verdwijnen.

De Franse minister van Buitenlandse Zaken Robert Schuman in 1950, rechts op de foto. Naast hem, van links naar rechts: de Belgische ex-premier Paul-Henri Spaak, de Franse ex-premier Paul Reynaud en Winston Churchill.© AFP

Verdrag van Parijs

1951

Leiders van West-Duitsland, Frankrijk, Italië, België, Nederland en Luxemburg onderteken op 18 april 1951 het Verdrag van Parijs, waarmee de oprichting van de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal (EGKS) formeel een feit is. De Franse diplomaat Jean Monnet wordt de eerste voorzitter van de Hoge Autoriteit, die toeziet op het gezamenlijke grondstoffenbeleid. De Britten blinken uit in afwezigheid. Vanuit Londen brengt premier Clement Attlee smalend het recente oorlogsverleden nog even in herinnering. ‘Dit project bestaat uit zes landen, waarvan we vier hebben moeten redden van de andere twee.’

Au revoir, et bonne chance

1955 - 1956

In het Brusselse kasteel Hertoginnedal onderhandelen de zes lidstaten van de EGKS, onder leiding van de Belgische ex-premier Paul-Henri Spaak, over de verdere economische en politieke integratie. De Britten zijn wel betrokken bij de gesprekken, maar hun enthousiasme is andermaal ver zoek.

Voor de voorafgaande top in de Siciliaanse stad Messina waren de Britten niet eens opgedaagd. Naar Hertoginnedal sturen ze ene Russell Bretherton, een niet eens hooggeplaatste ambtenaar van de Britse Raad voor Handel. Maandenlang volgt Bretherton zwijgzaam de discussies van de aanwezige topdiplomaten. Waarna hij, volgens de overlevering, op een dag opstaat en zegt: ‘Messieurs, jullie proberen iets te onderhandelen wat niet te onderhandelen valt. Als het onderhandeld wordt, zal het niet geratificeerd raken. En als het toch geratificeerd raakt, zal het niet werken. Au revoir, et bonne chance.’

Europese Economische Gemeenschap

1957

Met het Verdrag van Rome transformeren de zes lidstaten de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal tot een Europese Economische Gemeenschap. Het doel is de verdere economische en politieke integratie.

Het zestal voert voortaan ook een gezamenlijk handels-, landbouw-, transport- en nucleair beleid. Er komt op termijn een eengemaakte markt voor goederen, diensten, personen en kapitaal. Onderlinge douanetarieven dienen geleidelijk weggewerkt te worden. En de Hoge Autoriteit voor Kolen en Staal zal vervangen worden door een Europese Commissie, waarvan de Belg Jean Rey in 1967 de eerste voorzitter zal worden.

De Britten kijken de verdere Europese eenmaking, conform hun houding in Messina en Hertoginnedal, nog altijd met een mix van onbegrip en onverschilligheid aan.

De Belg Jean Rey spreekt in 1967 als voorzitter van de Commissie het Europees Parlement toe. © BELGAIMAGE

Imploderend Brits rijk ziet plots Europees licht

1961

Terwijl het opgeschroefde Europese project al na enkele jaren de economieën van West-Duitsland en Frankrijk doet floreren, gaat het Verenigd Koninkrijk door steeds zwaarder weer. De Suezcrisis van 1956 had de facto het einde van de Britten als dominante wereldmacht bezegeld, toen hun inval in Egypte op een fiasco uitdraaide. India en Pakistan, Soedan, Maleisië, Cyprus, Nigeria, Jamaica, Kenia: vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog verwerven de Britse kolonies ook een voor een onafhankelijkheid. Met als gevolg dat de eens zo royale overzeese inkomsten stilaan opdrogen.

Britain is anno 1961 niet langer ‘het rijk waar de zon nooit ondergaat’, beseft de conservatieve premier Harold Macmillan, die van de weeromstuit plots het Europese licht begint te zien. ‘Europees lidmaatschap zal onze Gemenebest aanvullen’, houdt Macmillan het Britse parlement voor. ‘We kunnen beter leiden binnen de Europese Economische Gemeenschap dan erbuiten.’

De socialistische oppositiepartij Labour is evenwel nog niet rijp voor zo’n kwantumsprong. ‘Dat zou het einde betekenen van duizend jaar geschiedenis’, fulmineert de nationalistische Labour-leider Hugh Gaitskell.

Niettemin neemt Macmillan de vlucht vooruit. Hij stuurt zijn minister Ted Heath naar Brussel, waar hij anderhalf jaar geheime onderhandelingen zal voeren over de Britse toetreding tot de Europese Economische Gemeenschap.

De Gaulle zegt driemaal ‘non’

1963 - 1967

Het anti-Europese kamp in het Verenigd Koninkrijk vindt een onverhoopte bondgenoot in de Franse president Charles de Gaulle. De geheime onderhandelingen met Ted Heath ten spijt stelt de oud-generaal zijn veto tegen de Britse toetreding tot de Europese Economische Gemeenschap.

Om dat de Britse premier Harold Macmillan diets te maken, citeert De Gaulle ietwat cynisch Edith Piaf: ‘Ne pleurez pas, my lord.’ Zijn uitleg: ‘Het VK is een eiland, maritiem, in alles verbonden met de meest verafgelegen landen. Het is industrieel en commercieel en amper agrarisch. Kortom, het verschilt wezenlijk van het Europese continent.’ Maar het Parijse ‘non’ was vooral erg protectionistisch bedoeld. De Gaulle vreesde dat goedkoop vlees uit de gewezen Britse kolonies nefast zou zijn voor de Franse boeren. En dat de Verenigde Staten via Londen een te grote invloed zouden uitoefenen in Europa.

De Britten voelen zich verraden, ook Labour. Ook de socialisten neigen nu naar Europese samenwerking, en in 1967 dient Labour-premier Harold Wilson een tweede Britse aanvraag tot toetreding in. Ook die blijkt tevergeefs. Voor de tweede maal in enkele jaren tijd torpedeert De Gaulle elke Britse hoop.

Schotse zalm en franse wijn als glijmiddel

1970

De Conservatief Ted Heath, de mislukte onderhandelaar van weleer, wil van geen wijken weten en ontpopt zich vanaf 1970 als de meest euro-fiele Britse premier ooit. Heath zet alles op alles om de Franse president Georges Pompidou, die de overleden De Gaulle is opgevolgd, voor zijn zaak te winnen.

Beide heren breken het ijs tijdens een gemoedelijk diner bij de Britse ambassadeur in Parijs, Churchills schoonzoon Christopher Soames. Op het menu: Schotse zalm met muntmayonaise, Engels lam en exquise Franse wijn. Zo moeilijk blijkt het dan toch niet een gemeenschappelijk landbouwbeleid te smaken.

Pompidou staakt het Franse verzet, in Londen krijgt Heath de definitieve go en zo starten de onderhandelingen. Niets staat nog een Britse toetreding tot de Europese Economische Gemeenschap in de weg.

Ted Heath op bezoek bij Georges Pompidou

Britse toetreding en heronderhandelingen

1973 - 1974

Op 1 januari 1973 is het eindelijk zover: het Verenigd Koninkrijk treedt, net als Denemarken en Ierland, met twee decennia vertraging alsnog toe tot de Europese Economische Gemeenschap. De economische noodzaak wordt stilaan urgent. Het VK worstelt met een hoge inflatie, dito werkloosheid en balorige vakbonden. Het voert zelfs even de driedaagse werkweek in om energie te sparen en moet in 1976 bij het Internationaal Monetair Fonds aankloppen voor een miljardenlening.

Voor alles dient Europa dan ook de zakelijke Britse belangen. Ondanks de zwakke positie gaat Labour-premier Harold Wilson, die Heath is opgevolgd, meteen op zijn strepen staan. Hij heronderhandelt in 1974 de Britse bijdrage aan het Europese budget. Dat financiert vooral landbouwsubsidies waarvan het industriële VK - remember de analyse van De Gaulle - veel minder profiteert.

Britten stemmen voor Europa

1975

De Britten mogen zich in 1975 per referendum uitspreken over het Europese lidmaatschap. Conservatief oppositieleidster Margaret Thatcher voert campagne in een trui met de vlaggen van EU-lidstaten. Met succes. 67,2 procent van de Britten stemt volmondig ‘yes’. Als beloning mogen de Britten met Labour-boegbeeld Roy Jenkins van 1977 tot 1981 hun eerste en enige voorzitter van de Europese Commissie leveren.

Margaret Thatcher op campagne in 1975 © BELGAIMAGE

‘I want my money back’

1979

Amper is Margaret Thatcher aan de macht of ze ruilt haar eurofilie voor de confrontatie met Brussel. ‘I want my money back’, stelt de IJzeren Dame meteen op haar eerste Europese top.

Net als Harold Wilson in 1974 begint ze onderhandelingen over een korting. In 1984 krijgt ze haar zin: het VK wordt een ‘rebate’ toegekend, een complexe berekening waardoor de Britten zowat de helft van hun nettobijdrage aan de Europese begroting terugbetaald krijgen. Het VK verliest veel ‘goodwill’ bij de andere lidstaten. ‘Het zou een opluchting zijn als de Britten Europa verlieten’, zegt de Griekse premier Andreas Papandreou.

Europese Akte

1986

Margaret Thatcher toont zich inschikkelijker als de 12 lidstaten de Europese Akte sluiten, de belangrijkste update van de Europese verdragen sinds het Verdrag van Rome uit 1957. Er wordt nu echt werk gemaakt van een eenheidsmarkt zonder interne grenzen en met vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal. De Britse premier, die net als president Ronald Reagan in de VS een neoliberale wind laat waaien door de Britse economie, ziet het als een zege van het that­che­ris­me op Europese schaal. Maar de Franse Commissievoorzitter Jacques Delors ambieert ook een veel ingrijpender proces van politieke eenmaking.

Thatcher schopt keet in Brugge

1988

Met een beruchte speech in het Brugse Europacollege maakt Margaret Thatcher brandhout van Jacques Delors’ plannen. Europa moet ‘een samenwerking van onafhankelijke, soevereine staten blijven’, declameert de IJzeren Dame. ‘Het zou getuigen van een grote dwaasheid alle lidstaten te laten passen in een soort voorgekauwde Europese persoonlijkheid’, zegt Thatcher. ‘Macht hoeft niet gecentraliseerd te worden in Brussel, beslissingen moeten niet door vastbenoemde bureaucraten genomen worden.’

In de nadagen van de Koude Oorlog vergelijkt Thatcher de Europese Economische Gemeenschap zelfs met de vermolmde cenakels van de Sovjet-Unie, terwijl ze de Britse economie injecteert met aanzienlijke dosissen deregulering en privatisering. Haar Brugse besluit: ‘We hebben niet succesvol de rol van de overheid teruggeschroefd in het VK om ze van een Europese superstaat weer opgelegd te krijgen.’

De voorpagina van The Sun op 1 november 1990

Eurobashing brengt Thatcher ten val

1990

Terwijl Thatcher steeds luider ‘No! No! No!’ schreeuwt tegen de Europese inmenging, groeit in haar Conservatieve Partij echter ook de kritiek op het onbuigzame discours. Met haar minister van Financiën Nigel Lawson en vicepremier Geoffrey Howe ziet ze twee zwaargewichten uit haar regering opstappen.

Lawson en Howe kunnen zich niet niet langer vinden in Thatchers verzet tegen de opname van het pond in het Europees Wisselkoersmechanisme, de voorloper van de euro. ‘Het is essentieel ons niet terug te trekken in een getto van sentimentaliteit over ons verleden, wat onze controle over onze toekomst zou verkleinen’, zegt Howe tijdens een afscheidsspeech in het parlement. ‘Het is een tragedie dat de houding van de premier tegenover Europa hoe langer hoe meer aanzienlijke risico’s inhoudt voor het lot van ons land.’ Snoeiharde woorden van een jarenlange bondgenoot die Thatcher na elf jaar ten val brengen.

Major pleegt landverraad in Maastricht

1992

Met Thatchers opvolger John Major keert het Britse pragmatisme terug. In 1992 ondertekent hij het Verdrag van Maastricht, dat de Europese Economische Gemeenschap verder laat samenvloeien tot een ware Europese Unie, inclusief strenge begrotingsregels voor de lidstaten.

Toch toont ook Major zich een typisch dwarsliggende Britse premier die meteen enkele Europese uitzonderingen eist en verkrijgt. Zo krijgt de Conservatief een opt-out voor de introductie van de euro. Enkele maanden later zal het pond, op Zwarte Woensdag, uit het Europees Wisselkoersmechanisme crashen en is dat probleem alvast van de baan.

In Maastricht houdt Major het VK echter ook uit het Sociaal Hoofdstuk van het verdrag, dat onder meer Europese arbeidswetgeving invoert. ‘Game, set and Match to Britain’, jubelt Major. ‘Landverraad’, is echter het snoeiharde oordeel van zijn eurosceptische achterban. Major botst steeds harder met de ‘bastards’ in zijn eigen partij. En in 1993 wordt ook de United Kingdom Independence Party opgericht, die de komende decennia enorm gaan wegen op het Europa-debat.

Een BBC verslag over 'Zwarte Woensdag' in september 1992

Ukip wordt geboren

1993

Het Verdrag van Maastricht levert Major steeds meer vijandige partijgenoten op - hij noemt ze zelfs openlijk ‘bastards’. Na bijna twee decennia aan de macht lijden de Conservatieven sowieso aan metaalmoeheid, maar het Europese gesteggel verlamt de regering-Major compleet. In 1997 verslaat de herboren Labour van Tony Blair de tory’s genadeloos en grijpt ze de politieke macht.

Intussen heeft het Britse eurosceptisme ook een nieuwe partij opgeleverd. In 1993 richten enkele academici de United Kingdom Independence Party op. UKIP zal de komende decennia enorm wegen op het Europa-debat.

Labour vaart Europese koers

1997 - 2010

Met premier Tony Blair volgen Labour en het VK een veel eurofielere koers. Zijn liberale Derde Weg loodst de socialisten weg van hun hardlinkse roots, die decennia een afkeer voor het ‘kapitalistische’ Brussel had aangewakkerd. Blair laat de Britten alsnog het sociale hoofdstuk van het EU-verdrag ondertekenen, al weigert hij zijn land te laten toetreden tot de paspoortvrije Schengenzone. Een tijdlang flirt Blair ook met de introductie van de euro.

Op Heath na geldt Blair bovendien als zowat de enige Britse premier die aanvaardt dat de EU ook een politiek en sociaal project is en niet alleen economische doelen nastreeft. ‘De tragedie van de Britse politiek’, stelt Blair in 2001, ‘is dat leden van beide partijen, van de jaren 50 tot nu, keer op keer geweigerd hebben de realiteit van de Europese integratie te erkennen. En zo gefaald hebben de Britse belangen te dienen.’

Tony Blair in 2000 © AFP

Ambivalente Cameron grijpt de macht

2005 - 2010

Na drie verkiezingsnederlagen met evenveel leiders kiezen de Conservatieven David Cameron als boegbeeld. Zijn eurospectische uitdager David Davis gold nochtans als favoriet. Illustratief voor Camerons politieke sluwheid en inhoudelijke ambivalentie is dat hij Davis’ belofte overneemt de tory’s uit de machtige Europese Volkspartij te halen. In 2009 richt hij een eigen eurokritische fractie in het Europese Parlement op.

Maar tijdens zijn eerste speech als partijleider bijt hij ook zijn achterban toe: ‘Terwijl ouders zich zorgen maken over de kinderzorg blijven wij maar doordrammen over Europa.’

Cameron belooft brexitreferendum

2010 - 2013

Zodra Cameron Brits premier wordt, ondervindt hij dat zijn eurosceptische Conservatie-ven zich niet zomaar laten muilkorven. Al in 2011 negeren 81 dissidente parlementsleden de partijdiscipline en stemmen ze voor een brexitreferendum.

Voortgejaagd door binnenlandse besognes maakt Cameron zich steeds meer onmogelijk in Brussel. Het VK boycot het Europese begrotingspact, ligt dwars over een tobintaks voor financiële transacties en probeert de benoeming van Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker tegen te houden. ‘Je hebt een goede kans laten liggen om je mond te houden’, bijt de Franse president Nicolas Sarkozy Cameron toe op een EU-top. ‘We worden ziek van je kritiek.’

Toch blijven veel Britten vinden dat Cameron niet ver genoeg gaat. Om het schisma in zijn partij te bezweren, legt Cameron zijn land in 2013 een verscheurende keuze voor: als de tory’s herverkozen worden, komt er een brexitreferendum.

UKIP krijgt vleugels

2014

Bij de Europese verkiezingen wordt UKIP de grootste Britse partij. Onder aanvoering van de charismatische populist Nigel Farage verovert ze 24 van de 73 Britse zetels in het Europees Parlement. Camerons tory’s verliezen zeven zitjes en worden pas de derde partij met 19 zetels.

En daar stopt de conservatieve crisis niet. UKIP telt datzelfde jaar voor het eerst twee zetels in het Britse parlement. De Conservatief Douglas Carswell loopt over naar UKIP, terwijl ex-tory Mark Reckless bij tussentijdse verkiezingen verkozen raakt voor de partij van Farage. De paniek in Downing Street 10 is stilaan compleet.

Nigel Farage viert zijn verkiezingsoverwinning © Photo News

Britten stemmen voor brexit

2015 - 2016

Als een politieke houdini slaagt Cameron er alsnog in zijn tory’s de parlementsverkiezingen te laten winnen. In tegenstelling tot 2010 is er nu zelfs een volstrekte meerderheid. Zonder de rem van de eurofiele Liberal Democrats moet Cameron doen wat hij eigenlijk niet voor mogelijk hield: een brexitreferendum uitschrijven. Dat zal plaatsvinden op 23 juni 2016.

Enkele maanden daarvoor onderhandelt hij nog snel wat uitzonderingen op de Europese migratieregels. ‘Een stinkende hoop mest’, kapittelt de tabloid The Sun Camerons vage deal. De toon is gezet voor een giftige brexitcampagne.

De Europese ruzies die al decennia borrelen bij de Conservatieven ontaarden in een regelrecht shakespeareaans drama. Cameron en de minister van Financiën George Osborne roepen op Remain te stemmen. Camerons studiegenoot Boris Johnson en zijn vriend Michael Gove werpen zich op als boegbeelden van het Leave-kamp.

In de nasleep van de Europese migratiecrisis zoeken Johnson en Gove geregeld de rafelranden van het identitaire debat op. Nazigrapjes over Duitsland zijn geen uitzondering. En Johnson tourt rond met een bus waarop beloofd wordt dat de geliefde maar ondergefinancierde nationale gezondheidszorg NHS 350 miljoen pond per week zal krijgen die Europa nu opsoupeert. Een schromelijke overdrijving, maar ze werkt wel.

Dat de nieuwe Labour-leider Jeremy Corbyn amper campagne voert - hij wil een terugkeer naar het hardlinkse socialisme en is al jaren een koele minnaar van het kapitalistische Brussel - helpt het Remain-kamp niet.

De BBC onderzoekt de claim van Johnson dat er 350 miljoen pond per week naar de NHS kan vloeien als Groot-Brittannië uit de EU stapt.

Vage en besluiteloze May

Voorjaar 2017

Camerons notoir besluiteloze opvolgster Theresa May, een ex-Remainer, legt pas na een halfjaar uit wat ze bedoelt met haar vage mantra ‘brexit means brexit’. De scheiding zal hard zijn: controle over migratie en wetgeving primeert op toegang tot de Europese interne markt en douane-unie.

Op 29 maart 2017 triggert May artikel 50 van het Europese verdrag, dat het vertrek van een lidstaat regelt. Londen en Brussel hebben nu maximaal twee jaar om de brexit te regelen. Toch zal de brexitminister David Davis, de eurospecticus die ooit het partijleiderschap verloor aan Cameron, pas in juni voor het eerst naar Brussel komen.

Electoraal fiasco

8 juni 2017

Mays gok vervroegde verkiezingen uit te schrijven pakt faliekant uit. De Conservatieven verliezen 13 zetels en hun meerderheid. Met 313 zitjes in het 650-koppige Lagerhuis is voortaan gedoogsteun van de Noord-Ierse unionisten nodig om ooit een brexitdeal door het parlement te loodsen.

De keuze van de Britten op 8 juni 2017 © AFP

Europese onvrede, Britse stammenoorlog

Najaar 2017 - 2018

De interne Britse verdeeldheid leidt tot steeds meer onvrede in Brussel. Om die enigszins weg te masseren bevestigt May dat het VK zijn budgettaire miljardenverplichtingen nakomt, dat de rechten van EU-expats gegarandeerd worden en dat er een overgangsperiode komt na de brexitdeadline.

Toch duurt het nog bijna een jaar, tot begin juli 2018, voor May haar regering bijeenroept om in haar buitenverblijf Chequers een brexitdeal in een concrete vorm te gieten. De brexitminister Davis en Boris Johnson, intussen minister van Buitenlandse Zaken, liggen dwars en nemen ontslag.

Als May op 14 november 2018 het met de Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker eens raakt over een scheidingsverdrag, breekt de stammenoorlog bij de Conservatieven los. Vooral de ‘backstop’ voor de Britse regio Noord-Ierland is onbehapbaar. Die moet voorkomen dat er een harde grens komt met de EU-lidstaat Ierland, wat de bloedige Troubles kan doen heroplaaien. Het VK dreigt daardoor ook ‘voor onbepaalde tijd’ in de Europese periferie te moeten blijven.

Eurofobe tory’s eisen een vertrouwensstemming tegen May. Die wint ze, maar 117 partijgenoten - ruim een derde van de fractie - eisen haar ontslag.

Driemaal ‘no’

Voorjaar 2019

Op 15 januari 2019 komt May voor het eerst met haar brexitdeal naar het Lagerhuis. Het wordt de zwaarste nederlaag ooit voor een Britse regering: 432 parlementsleden stemmen tegen, amper 202 voor. Ook een tweede en een derde poging stuiten in maart op een duidelijk ‘no’ van zowel eurofobe als eurofiele tory’s en eendrachtige oppositiepartijen.

Het gevolg is dat de diepverdeelde Britten de deadline van 29 maart niet halen. May vraagt en krijgt uitstel - eerst tot 12 april, dan tot 31 oktober. Maar in alle uitzichtloosheid is er één zekerheid: de brexitdeal van May en haar carrière zijn ten dode opgeschreven.

Het moment dat Theresa May - voor het eerst - een stemming over haar brexitdeal verliest.

Brexitradicalisme leidt tot doorbraak

Najaar 2019

Met rechtspopulistisch brexitradicalisme kondigt Johnson meteen zijn eigen mantra aan: het VK stapt op 31 oktober 2019 ‘do or die’ uit de Europese Unie, desnoods met een economisch chaotische no-deal. Gematigde tory’s, onder wie Churchills kleinzoon, die zich verzetten, worden uit de fractie gegooid. Johnson laat zelfs het Lagerhuis ontbinden, al fluit het Britse Hooggerechtshof hem met een blaam terug.

Die controversiële confrontatiepolitiek levert wel een doorbraak op. Op 17 oktober bereikt Johnson een nieuw akkoord met de EU, al verschilt dat niet zo veel van Mays getorpedeerde deal. De ‘backstop’ geldt wel alleen voor Noord-Ierland, dat de facto uitverkocht wordt om de rest van het VK een brexit te gunnen. De Noord-Ierse gedoogpartner DUP is woest, Johnsons eigen tory’s en eurosceptische Labour-leden zijn dat allerminst. Op 22 oktober slaagt Johnson waar May driemaal faalde: een meerderheid achter zijn deal scharen.

Maar om de volledige ratificatie in enkele dagen door het parlement te loodsen, ontbreekt de tijd. Johnson haalt de brexitdeadline van 31 oktober niet en moet nog eens uitstel vragen tot 31 januari 2020. Eerst komen er verkiezingen, die hij framet als een strijd om de ‘wil van het Britse volk’.

Brexitdag. Finally.

31 januari 2020

De Britten, ook veel Labour-bastions, steunen Johnson bij de vervroegde verkiezingen. De Conservatieven winnen 48 zetels en tellen nu een vlotte meerderheid van 365 parlementsleden. Die ratificeren de brexitdeal alsnog, waardoor het VK op 31 januari 2020 eindelijk uit de EU kan stappen.