Brexit: Het EU-ge­vecht van Da­vid Ca­me­ron

Should I stay or should I go? De clash tussen David Cameron, zijn kiezers en het Europese continent. Reconstructie van een politieke strijd in Londen, met de EU als inzet.

Door Bart Haeck

Foto's: Bloomberg, Photonews, Reuters - Techniek: Raphael Cockx en Maarten Lambrechts

It’s Brexit time. Donderdag 18 februari bespreken de staatshoofden en regeringsleiders van de Europese Unie op een Europese top in Brussel voor het eerst de EU-hervormingen die nodig zijn om de liefde van de Britse kiezer voor Europa te herwinnen. Rond die hervormingen wil de Britse premier David Cameron dan een campagne voeren, om de Britten te overtuigen in de EU te blijven.

Ergens is het de wereld op zijn kop. Doorgaans raakt Europa in crisis omdat de politieke wereld niet voorbereid is op wat haar overkomt: omver vallende banken, een staatsschuldencrisis of een plotse stroom van vluchtelingen. Maar de Brexit-discussie is omgekeerd: ze is gestart door de politiek, om politieke redenen en kan gevolgen hebben die schokken veroorzaken in de echte economie. En het begon allemaal elf jaar geleden, met een verkiezingscampagne.’

Cameron tijdens zijn campagne in 2005

Hoofd­stuk 1: De eer­ste ver­kie­zings­be­lof­te van Ca­me­ron

De mensen van the Oxford English Dictionary kozen in 2012 ‘omnishambles’ als woord van het jaar. Het betekent dat alles in puin ligt. Maar evengoed hadden ze ‘Brexit’ kunnen kiezen, het scenario waarbij het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie verlaat. 2012 was het eerste jaar waarin Engelstalige media het woord introduceerden. Ook in De Tijd werd in november van dat jaar voor het eerst de Brexit vernoemd.

Toch begint het verhaal van de Brexit veel vroeger. Het start in 2005 wanneer de Tories voor de derde keer op rij de verkiezingen verliezen tegen Tony Blair. Bij de Britse Conservatieven stapt de partijleiding op en treedt de 39-jarige David Cameron aan als nieuwe voorzitter van de Tories. Belangrijk om weten is hoe Cameron de harten van de conservatieve Britten won. Tijdens zijn campagne beloofde hij dat de Tories de Europese Volkspartij zouden verlaten, omdat de EVP van toenmalig voorzitter Wilfried Martens het verdrag van Lissabon had gesteund. De Britse liefde voor de EU was toen al fel bekoeld.

Cameron houdt woord. In maart 2009 stappen de Britse conservatieven op uit de Europese Volkspartij. Omdat je in het Europees Parlement maar spreektijd en politiek gewicht krijgt als je met andere partijen in een fractie samenwerkt, zet Cameron European Conservatives and Reformists in de steigers. Eén van de opmerkelijke leden van die ECR-fractie is de Belgische eenmansdelegatie van de eurokritische Lijst Dedecker: Derk Jan Eppink, die later ook de N-VA naar Cameron en zijn ECR-fractie leidt.

Het toont de afweging die Cameron heeft gemaakt: om de macht in Londen in handen te krijgen, heeft hij toegestaan dat hij in Europa uit dat centrum van de macht is opgestapt. Want hoe je het ook draait of keert: de Europese Volkspartij en de socialisten delen, met een bijrol voor de liberalen, in Europa de lakens uit.

Dat Cameron in Brussel niet meer meespeelt, bleek het meest in de zomer van 2014, toen Jean-Claude Juncker werd aangeduid als voorzitter van de Europese Commissie. Cameron lag dwars op de Europese top die de beslissing moest nemen. Normaal gezien leidt zo’n veto tot een patstelling. Denk aan de reden waarom voormalig premier Jean-Luc Dehaene nooit commissievoorzitter werd: op een Europese top in Korfoe stelde de Britse conservatieve premier John Major zijn veto tegen Dehaene.

Cameron slaagt er niet in te herhalen wat Major deed, omdat hij niet langer de hefboom van de Europese Volkspartij kan gebruiken. En dus komt het op de Europese top uitzonderlijk tot een stemming over Juncker, waarbij alleen Cameron en de Hongaarse premier Viktor Orban tegen zijn. Juncker wordt commissievoorzitter. Cameron bijt in het zand.

Hoofd­stuk 2: De twee­de ver­kie­zings­be­lof­te van Ca­me­ron

Cameron offert dan wel macht op in Brussel, hij wint er in Londen. In 2010 verdrijft hij na dertien jaar Labour van de macht en wordt hij premier. Maar de anti-Europese dynamiek die hem in 2005 partijleider maakte, is niet verdwenen.

In november 2011 blijkt voor het eerst in tien jaar uit een opiniepeiling dat meer dan de helft van de Britten uit de Europese Unie willen. Van de ondervraagden zegt 54 procent voor te zijn, wat de hoogste score is sinds de jaren tachtig. In 2012 zegt opnieuw een nipte meerderheid van de Britten uit de EU weg te willen.

Bron: The Telegraph

Ook opiniepeilingen van de Europese Commissie tonen ondertussen al enkele jaren dat de liefde voorbij is. Sinds de eeuwwisseling vindt een meerderheid van de Britten dat er geen voordeel is om bij de EU te zijn, leert de eurobarometer.

Dat vertaalt zich ook politiek. In 2009 heeft de UK Independence Party (UKIP) Labour voorbijgestoken in het Europees Parlement. Politico omschreef UKIP ooit als ‘de Britse versie van de Tea Party, maar dan met echte thee.’ In het VK zelf breekt UKIP echter weinig potten, omdat het verkiezingsstelsel de grootste partij alle macht geeft. Omdat een stem op UKIP daardoor een verloren stem is, bengelt de partij vaak rond de tien procent in de peilingen, vaak net voor of achter de liberale democraten van Nick Clegg. Maar in het Europees Parlement wegen ze wel.

Opnieuw besluit Cameron met die anti-EU-stroom mee te varen. Terwijl UKIP eind 2012 is opgestoomd tot de derde partij van het VK in de peilingen, houdt de premier in de Londense gebouwen van Bloomberg in januari 2013 zijn Brexit-speech. Hij belooft de Britten dat hij het lidmaatschap van het Verenigd Koninkrijk in de EU zal heronderhandelen, waarna ze in een referendum kunnen beslissen of ze nog in de EU willen blijven.

‘Het grootste gevaar voor de EU komt niet van degenen die voor verandering pleiten’, zegt Cameron in de toespraak. ‘Ze komt van degenen die nieuwe gedachten zien als ketterij.’ In zijn toespraak verwijst hij naar de peilingen en legt uit dat de ontgoocheling over de EU op recordhoogte zit.

En hij schetst vijf werven waarop de Europese Unie moet veranderen.

- De economie moet slagkrachtiger worden.

- De Europese Unie moet flexibeler worden, wat betekent dat de EU-regeringen vaker moeten beslissen wat ze samen doen, en dat de Europese Commissie minder vaak een EU-beleid voor iedereen voert.

- De EU moet haar ambitie opgeven om een ‘almaar hechter verbond van volkeren’ te worden, zoals staat aan het einde van de aanhef van het verdrag betreffende de Europese Unie.

- Nationale parlementen moeten zich meer moeien met de EU, zodat de kloof tussen burger en politiek kleiner wordt.

- De negentien landen van de eurozone kunnen niet de voorhoede van de EU zijn en hun beslissingen opleggen aan de andere EU-landen, zoals het VK.

Cameron legt uit dat hij wil dat het Verenigd Koninkrijk in de EU blijft, maar dat de EU ook haar best moet doen om te tonen dat ze wil dat het VK blijft.

De Britten krijgen dus voor 2017 een referendum, met daarin de vraag: ‘moet het Verenigd Koninkrijk in de EU blijven of niet.’ Maar voor wat hoort wat: hij zal die belofte alleen maar uitvoeren als ze hem in 2015 herverkiezen en hij premier kan blijven.

Het is belangrijk om de belofte van dat referendum in de Britse traditie te zien. In tegenstelling tot in ons land, spreken de Britten zich geregeld uit over belangrijke politieke beslissingen in referenda. De Britten verwierpen in 2011 een nieuw kiessysteem. De Schotten kantten zich in 2014 tegen onafhankelijkheid. De Noord-Ieren spraken zich in 1998 uit over het Goede Vrijdag-vredesakkoord.

De Britten kozen er in in 1973 in een referendum voor om toe te treden tot de EU. Dat premier Tony Blair een referendum over het verdrag van Lissabon weigerde, vergrootte nog de druk op Cameron om een halve eeuw na dat referendum van 1973 de Britten opnieuw de kans te geven zich over de EU uit te spreken. Ook de Europees gezinde LibDems hadden in hun verkiezingsprogramma een referendum over de UK-toekomst in de EU beloofd.

En zo gebeurt het ook in mei 2015. Tegen de verwachting in moeten de Tories met niemand de macht delen. Cameron blijft in 10, Downing Street. En het Brexit-referendum, zoals beloofd op het partijcongres van de Tories, is onvermijdbaar geworden.

Hoofdstuk 3: Cameron’s phoney war

De Britten omschrijven de eerste acht maanden van Wereldoorlog II als de ‘phoney war’. Duitsland was Polen binnen gevallen, Londen had Berlijn daarop de oorlog verklaard, maar acht maanden lang waren er geen gevechten aan het westelijk front. Het was een nepoorlog.

Europese diplomaten gebruiken in 2015 de term ‘phoney war’ om de politieke situatie te beschrijven die na de herverkiezing van Cameron ontstaat. Iedereen weet dat er een referendum komt, maar niemand weet wanneer. Iedereen weet dat Cameron hervormingen van de EU wil, maar niemand weet wat precies. Cameron probeert nu en dan toegevingen te krijgen van andere EU-leiders, maar legt zelf nooit duidelijk zijn kaarten op tafel. Cameron en de andere EU-leiders gedragen zich als sprinters in de finale van een wielerwedstrijd, die bijna surplace staan, wachtend op wie de sprint zal beginnen aantrekken.

Cameron zit namelijk al sinds zijn speech tussen twee vuren. Enerzijds is hij de politicus die de Britse eurosceptische kiezer niet wil verliezen. Anderzijds is hij de staatsman die zijn land niet uit de EU mag laten vallen. Hij wordt daar vaak genoeg op gewezen. Door Washington en Berlijn bijvoorbeeld. Door de Britse zakenwereld. Door Wall Street-reus Goldman Sachs. Door de Amerikaanse autobouwer Ford.

Het houdt niet op. En eind 2015 wordt het Cameron te veel. Hij roept de zakenwereld op niet langer over de nadelige gevolgen van de Brexit te spreken.

Want de Britse kiezer geeft namelijk niet af. In de zomer van 2014 is UKIP de grootste Britse partij in het Europees Parlement geworden. Eind 2014 moet Cameron alle zeilen bij zetten omdat de Britse bijdrage aan het EU-budget is verhoogd, onder meer omdat het Brits bbp is gestegen. Hij krijgt het nauwelijks verkocht bij zijn eurosceptische achterban en zegt dat hij de factuur niet op tijd zal betalen.

Het is schipperen voor Cameron. Door voortdurend over zijn schouder naar de Britse eurosceptische kiezers te kijken, verliest Cameron wel invloed in Brussel. Zijn protest tegen de aanstelling van Jean-Claude Juncker tot Commissie-voorzitter wordt genegeerd. In november blijkt hij nog meer krediet verloren. Tegen dat Cameron de verkiezingen heeft gewonnen, zit op het Europese continent eigenlijk niemand nog echt op de Brexit-discussie te wachten.

Dat blijkt het pijnlijkst duidelijk op de Europese top van 26 juni 2015, waar de Griekse premier Alexis Tsipras, wiens land op de rand van de afgrond staat, officieel met de staatshoofden en regeringsleiders van de andere 27 EU-landen het over de Brexit-gesprekken moet hebben. In oktober haalt het thema opnieuw niet de hoofdagenda van de Europese top, maar Cameron sleept wel een lunch met Jean-Claude Juncker uit de brand. En stilaan komt de belofte dat er tegen november 2015 zicht moet komen op de Britse voorstellen tot EU-hervormingen.

Ondertussen houdt de phoney war aan. Want terwijl niemand weet wat Cameron precies wil, houdt de Brexit wel iedereen bezig. De economen van Deutsche Bank onderzoeken de gevolgen van de Brexit. Ook de Britse centrale bank bekijkt het. En in juni komt de Schotse premier in Brussel zeggen dat Schotland zich liever alsnog afscheurt van het VK als er een Brexit komt, omdat het dan bij de Europese Unie kan blijven.

En toch slaagt Cameron er langzaam in de spanning op te bouwen. Op het partijcongres van de Tories eist hij in oktober het beste van twee werelden: een hervorming waar zowel de EU als het VK beter van wordt. In november krijgt hij de Brexit eindelijk echt op de agenda van de Europese top en lijkt hij als enige enthousiast over het ‘momentum’, ook al zijn er geen doorbraken. ‘We doen iets wat niemand ons heeft voorgedaan,’ zegt Cameron: ‘ons lidmaatschap van de EU-club heronderhandelen.’

En hij legt er uit wat de Britse kiezers willen: Ze willen zeker zijn dat de EU geen onhoudbare migratiedruk creëert. Ze willen zeker zijn dat de EU geen club met slechts één munt wil zijn. Ze willen ze zeker zijn dat ze geen deel uitmaken van een onstopbare Europese politieke unie. En ze willen zeker zijn dat de EU hun concurrentiekracht, jobs, groei en welvaart niet doet dalen, maar doet stijgen.

Hoofdstuk 4: De deal van Cameron

Maar begin 2016 blijkt dat Cameron dan toch stilaan zijn deal met Europa aan het vormen is. Op 3 februari 2016 legt Donald Tusk, de voorzitter van de Europese Raad een voorstel op tafel met hervormingen die de EU zo veranderen, dat de Britten er in willen blijven. Ze vallen uiteen in vijf luiken.

Bescherming van de sociale zekerheid

De discussie is complex. Het Verenigd Koninkrijk heeft een speciaal systeem van sociale uitkeringen voor mensen met een laag loon. Het systeem is gecreëerd, zo legden Britse regeringsbronnen aan De Tijd uit, voor het specifiek Britse probleem van regio’s met een aanhoudend hoge werkloosheid, die vaak van generatie op generatie wordt doorgegeven. Wie aan een laag loon werkt, krijgt daarom van de overheid een sociale toeslag zonder dat hij of zij ooit een sociale bijdrage heeft betaald. Op die manier moet de vicieuze cirkel worden doorbroken waarbij werkloosheid leidt tot een gebrek aan werkervaring, en zo opnieuw tot werkloosheid. Maar dat systeem, vertellen regeringsbronnen, was nooit bedoeld om migranten meteen een sociale toeslag te geven. Opnieuw belangijk om weten is dat zestig procent van de welfare-uitgaven in het VK naar mensen gaat die geen bijdrage hoeven te leveren. Het maakt dat de migratieschok hard aankomt op de sociale zekerheid.

De uitdaging is hoe je migranten sociale rechten kan ontzeggen zonder het principe van vrij verkeer van personen te schenden. Dat laatste zegt dat iedere EU-burger die ergens in de EU werkt, dat aan dezelfde arbeidsvoorwaarden en sociale rechten moet kunnen doen. Toch stelt Tusk nu voor om een soort noodrem te installeren, waarbij landen die te snel te veel migranten een uitkering moeten geven, die schok voor hun sociale zekerheid kunnen dempen. Het systeem geldt voor alle EU-landen, maar is beperkt tot de sociale werk-uitkeringen, waardoor het wellicht alleen in het VK toepasbaar wordt.

Tusk gaat deels in op de vraag van Cameron om kinderbijslag te beperken. Cameron wilde dat wie in het VK werkt en daar de kinderbijslag krijgt, maar die doorstuurt naar het buitenland omdat daar de kinderen wonen, de kinderbijslag verliest. Tusk stelt voor om het bedrag aan te passen aan de levensstandaard van het buitenlandse land, wat voor de Britse sociale zekerheid een besparing zou moeten zijn.

Bescherming van de City

Cameron wilde dat de EU uitdrukkelijk bepaalt dat ze geen unie is die naar één munt streeft. Daarom krijgt hij enkele garanties die moeten duidelijk maken dat een land met een andere munt - zoals het Britse pond - niet wordt gediscrimineerd. Zo mag het VK niet gedwongen worden om beslissingen van de 19 eurolanden te volgen. De 19 eurolanden mogen geen beslissingen nemen die de interne markt van de EU28 hinderen. En moest de eurocrisis heropflakkeren, mag er geen Brits geld naar de redding van een euroland gaan.

Bescherming van de Britse politiek

Tusk maakt in zijn voorstel duidelijk dat ‘het steeds hechter verbond van Europese volkeren’ in de aanhef van de EU-verdragen staat, en dat de aanhef van een verdrag niet voor een rechtbank kan worden ingeroepen. Hij zegt ook dat de passage niet als argument mag worden gebruikt om de EU-landen almaar intenser te doen samenwerken. Tusk stelt ook voor dat nationale parlementen - 16 van de 28 - samen kunnen beslissen een rode kaart te trekken tegen plannen voor Europese wetgeving. Als ze dat doen moeten de 28 EU-regeringen de plannen opnieuw bekijken, ze opbergen, of rekening houden met de gevoeligheden. Met die eis speelt Tusk in op de trots van het VK, dat het oudste parlement ter wereld heeft.

Bescherming Britse economie

Met de eis van Cameron dat Europa moet leiden tot meer jobs en groei, heeft niemand een probleem.

Geen loze woorden

Cameron wil dat de hervormingen die hij uit de brand sleept niet terug te draaien zijn. Maar de EU-verdragen wijzigen duurt al snel tien jaar, leert de geschiedenis, en stoot al eens op een ‘non’ of een ‘neen’ in referenda. Tusk stelt daarom voor dat wat de Europese regeringsleiders en staatshoofden beslissen bindend zal zijn als internationaal verdrag, maar pas bij een volgende verdragswijziging zal worden toegevoegd aan de EU-verdragen. Als ieder land daar dan uiteraard mee akkoord gaat. Anders gezegd: de deal kan alleen worden gewijzigd als alle 28 EU-landen daarmee akkoord gaan, maar het zware proces van referenda en parlementaire procedures om de EU-verdragen te wijzigen, kan nog jaren wachten.

Cameron zegt dat hij voor deze deal tekent, en neemt de aanloop naar de Europese top van februari, waar het voorstel van Tusk moet worden bezegeld. Maar de Britse pers is genadeloos, en omschrijft de deal die Cameron in Brussel maakt als een hoop mest.

Hoe dan ook zijn de teerlingen geworpen. Eens op de Europese top groen licht wordt gegeven voor de EU-hervormingen, kan Cameron rond die hervormingen de referendumcampagne bouwen die de Britten ervan moet overtuigen in de EU te blijven. Na de top kan Cameron in verkiezingsmodus, om de Britten er van te overtuigen dat ze in de EU moeten blijven.

Hoofdstuk 5: De campagne

Op de Europese top van 18 en 19 februari moet Cameron van de staatshoofden en regeringsleiders van de andere 27 EU-landen groen licht krijgen voor zijn EU-hervormingen. Als dat groen licht komt - en Cameron ondertussen aan de Britse kiezer heeft getoond dat hij in Brussel lang en hard heeft gevochten - kan de 'in of uit'-campagne losbarsten. Verwacht wordt dat de Britten voor de zomervakantie mogen stemmen over hun toekomst in de EU.

Lees ook ons dossier over de mogelijke Brexit op tijd.be/brexit.