'Gewikt. Gewogen. Gemonitord.'

Meten is weten. En meten kan nu 24/7, zelfs als het om lijf en leden gaat. Draagbare sensoren registreren beweging, bloeddruk, hartslag, slaap, stress - binnenkort misschien nakend onheil. Blaken we in de toekomst met z'n allen van gezondheid, met de hulp van almaar slimmere technologie? Alvast 's lands bekendste arts, tevens minister van Volksgezondheid, verwacht 'een explosie'. 'Gezondheidsapplicaties worden een enorm domein.'

Door Wouter Van Driessche

Techniek: Raphael Cockx - Foto's: Thomas De Boever - Video: Dirk Selleslagh en Wouter Van Driessche

Wat gebeurt er in mijn lijf, terwijl ik dit artikel schrijf? Dat valt tegenwoordig live te volgen op een smartphone.

Dit is een snapshot van mijn hart in deadlinemodus, een paar uur voor deze tekst klaar moet zijn. Gemeten met een klinisch gevalideerde hightech-pleister op mijn borst. HealthPatch, is de naam. Ontwikkeld door Vital Connect Inc., een start-up uit Silicon Valley. Gebruikt om patiënten vanop afstand te volgen.

Sleep over de grafiek om in te zoomen, dubbelklik om uit te zoomen.

Dit is mijn bloeddruk, in de aanloop naar dit artikel. Gemonitord met een draadloze bloeddrukmeter van het Franse bedrijf Withings. Ook al medisch gekeurd.

Dit is mijn stressniveau op de dag van de deadline. Berekend door een slim algoritme van BioRICS, een spin-off van de KULeuven. Het laat allerlei hogere wiskunde los op onder meer mijn hartritme, bepaalt mijn stressniveau, en stuurt de resultaten instant door naar het display van mijn telefoon.

Dit is mijn gemiddelde slaap in de week voor de deadline. Geregistreerd door een slaapmeter van Withings. Meldt me dat ik de afgelopen zeven nachten gemiddeld 5 u 59 minuten geslapen heb. En stelt voor me er vanaf nu aan te herinneren om wat vroeger onder de wol te kruipen.

Dit is wat hersenactiviteit na het halen van de deadline. Geregistreerd door een Muse: een hoofdband met zeven sensoren die mijn hersengolven capteert, voor relaxatieoefeningen via een app. Als ik focus op mijn ademhaling, krijg ik een zacht briesje te zien en te horen. Dwalen mijn gedachten af, dan zet de wind aan, en moet ik proberen die met mijn gedachten tot bedaren te brengen. Hightech mindfulness.

Intussen heeft mijn slim horloge, een Gear S van Samsung, me 10.113 stappen doen zetten vandaag, ondanks alle last minutestress. Als ik langer dan een uur aan mijn bureau zit, begint het te trillen. Het stuurt me ook reminders: 'U hebt nog 8 uur en 38 minuten over om uw dagelijkse doel te behalen.' Dat doel is 10.000 stappen - iets wat nogal wat bewegingsspecialisten aanbevelen. Haal ik dat doel, zoals vandaag, dan krijg ik felicitaties. En een gouden medaille.

Ik heb volgens mijn FitBit achttien trappen beklommen vandaag, en 2.101 calorieën verbrand. Mijn smart body analyzer van Withings heeft in de finale rush naar de deadline een gewichtstoename geregistreerd van 800 gram. Stress-eten, wellicht. 90,5 kilo woog ik, toen ik er voor het eerst op ging staan. Een BMI van 29, oftewel overgewicht. En een vetpercentage van, horresco referens, 28,1. Sindsdien gaat het vooruit - achteruit, dus.

Daags na mijn eerste slimme lichaamsanalyse, een maand geleden, kreeg ik een e-mail van de bijbehorende app: 'You are joining the connected health revolution.' Ik word met andere woorden niet zomaar een set data en grafiekjes. Ik maak deel uit van iets groters.

Stressthermometer

Chris Van HoofChris Van Hoof'Zullen we de trap nemen, in plaats van de lift?' Ingenieur Chris Van Hoof kijkt geamuseerd naar de drie activiteitstrackers rond mijn twee polsen. Hij staat bij het Leuvense onderzoekscentrum Imec aan het hoofd van het departement draagbare gezondheidszorg, goed voor een honderdtal medewerkers. In 2003, toen er nog niet eens smartphones waren, maakte Van Hoof al prototypes voor sensoren om op het lichaam te dragen. Geschikt om patiënten vanop afstand te monitoren. Maar ook om levensstijldata te verzamelen van gezonde mensen. 'Toen was daar nauwelijks interesse voor', zegt hij. Nu ligt dat enigszins anders.

Wereldwijd zullen dit jaar 95 miljoen wearables over de toonbank gaan, in 2017 meer dan 250 miljoen. Dat staat in 'ABI Research, Wearable Device Market Share and Forecasts, February 2015'. Het gros zullen sport-, fitness- en wellness-meters zijn. De claim to fame van Chris Van Hoof en zijn team bij Imec is dat ze technologie maken die aan medische standaarden voldoet, een flinke trap hoger. 'Maar we gebruiken de kennis die we zo opdoen ook voor de ruimere groep van gezonde mensen', zegt hij. 'Gadgets zijn fantastisch. Ze openen de markt en spelen in op een vraag.'

Chris Van Hoof zag die markt ontstaan en exploderen. Hij zag de puzzelstukjes technologisch in elkaar vallen toen internet mobiel werd, batterijen kleiner en duurzamer, en sensoren compacter, goedkoper en accurater. Hij zag de smartphone boomen, die al die sensordata kon analyseren, en de cloud, die ze allemaal kon verzamelen. En, minstens even belangrijk: hij zag een momentum ontstaan. 'Er is een grote maatschappelijke tendens van gezond leven en ouder worden', zegt hij. 'Persoonlijke informatie willen over ons lichaam maakt daar deel van uit. Plus: de kost van de gezondheidszorg stijgt. Er is dus nood aan tools om dat probleem aan te pakken.'

Hoe zouden wearables vol lichaamssensoren daartoe kunnen bijdragen? 'Ze geven ons toegang tot informatie die we voordien niet hadden, vaak simpelweg omdat we ze niet konden meten', zegt Van Hoof. 'Nu kunnen we dat vrijwel continu. Dat gaat ons ongeziene inzichten geven in onze gezondheid - en wat die beïnvloedt. Ongeveer 50 procent daarvan heeft te maken met gedrag: voeding, roken, drinken, slapen, activiteit - of het gebrek daaraan. Daar zit de grote hoop. Een betere preventie, door meer inzicht.'

'Op basis van wat lichaamssensoren in wearables meten, kun je applicaties bouwen die mensen inspireren tot een gezondere levensstijl. Er zijn studies die stellen dat 80 procent van de hartziektes, beroertes of type 2-diabetes voorkomen zouden kunnen worden. Maar: gedrag veranderen is extreem moeilijk. Veel slechte gewoontes hebben niet meteen een negatief effect, maar pas twintig jaar later. Het draait allemaal om motivatie - make people care.'

Ingenieur Chris Van Hoof over het belang van gedrag en preventie

Imec is, met het team van Chris Van Hoof, één van de partners van de Simband van Samsung. Een polsband die bedoeld is als platform voor ontwikkelaars, met sensoren om onder meer hartslag, bloeddruk, temperatuur, huidgeleiding en lichaamssamenstelling te meten. Intussen kondigde Samsung alweer een andere nieuwigheid aan. Een draagbare headset om hersengolven te meten, en een app om op basis daarvan het risico op een beroerte in te schatten. Het project zit nog in de prototypefase, maar toont aan hoeveel denkbaars plots doenbaar wordt.

Wouter aan het werk

Er zit, los van dat alles, nog veel meer aan te komen, zegt Van Hoof. 'De volgende grote stap is: context toevoegen aan de lichaamsdata. Voor een nog accurater beeld. Je calorieverbruik, bijvoorbeeld, varieert al naargelang de temperatuur en de luchtvochtigheid. Die data wil je dus graag koppelen. Of je zou locatiegegevens kunnen inzetten voor rookpreventie. Als rokers naar hun rookplek stappen, via een vast traject, zou een algoritme dat door een gps-signaal kunnen opvangen. En hen een interessant alternatief aanbieden onderweg, via hun telefoon of hun wearable. Zulke toepassingen worden nu al onderzocht.'

'We beginnen stilaan ook voorbij het lichaam te kijken, richting geest. Met stress-meting en -behandeling. Er bestaat niet zoiets als een stressthermometer. Maar je kunt stress wel meten door een aantal lichaamsmetingen te correleren. Dit jaar doen we een trial met 1.500 vrijwilligers, om hun stressniveau op het werk te detecteren. Wat geeft ze stress? Wat beïnvloedt hun stress? De volgende stap wordt dan: hoe kunnen we dat managen en optimaliseren, via coaching? We werken daarvoor samen met gedragswetenschappers, psychologen en psychiaters. '

Chris Van Hoof over stress

Ziek van gezondheid

Blaken we binnenkort van fitheid, gezondheid en algehele zen-heid, met de hulp van slimme sensoren, algoritmes en apps? Er wordt in elk geval veel van verwacht. De Europese Commissie deed vorig jaar een grote rondvraag over 'mobile health' - kortweg 'mHealth'. Volgens de bijhorende green paper zou die een rol kunnen spelen in 'de transformatie van de gezondheidszorg'. Een en ander zou de 'kwaliteit en de efficiëntie' van de zorg kunnen verbeteren, en 'mensen aanmoedigen in een gezondere levensstijl'.

Het zou zelfs de financiën gezonder kunnen maken. mHealth-toepassingen zouden Europa tegen 2017 al 99 miljard aan besparingen kunnen opleveren. 69 miljard door een verbeterde preventie, de rest door snellere diagnoses en telemonitoring - het vanop afstand opvolgen van patiĆ«nten. Dat berekende PwC twee jaar geleden in een studie op vraag van de koepel van mobiele operatoren GSMA. Alles samen zouden volgens de studie 169 miljoen ziekenhuisdagen vermeden kunnen worden.

Ook opmerkelijk: het 'Precision Medicine Initiative' dat de Amerikaanse president Obama wereldkundig maakte in zijn jongste State of the Union. Obama wil gepersonaliseerde vormen van gezondheidszorg ondersteunen. Voortbouwend op genetica, maar ook op medische informatietechnologie. Deel van het plan is om een grootschalig onderzoek op te zetten met meer dan een miljoen vrijwilligers, die gezondheids- en levensstijldata aan de wetenschap schenken. Onder meer via sensordata van persoonlijke devices.

Technologiegigant Apple kondigde deze week dan weer zijn 'Research Kit' aan. Een software-framework is dat, waarmee wetenschappers de iPhone kunnen inzetten voor medisch onderzoek, op basis van gezondheidsdata van vrijwilligers. Er worden meteen al apps gelanceerd voor onderzoek naar astma, borstkanker, hart- en vaatziekten, diabetes en de ziekte van Parkinson.

VIGeZ, het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie, noemt de ontwikkelingen rond mHealth alvast 'zeer interessant'. Het heeft ook zelf een aantal pilootprojecten lopen. Een app om jongeren te helpen stoppen met roken, onder meer, onder begeleiding van een erkend tabakoloog. Een app om de mentale veerkracht te versterken, die volgende maand gelanceerd wordt, in samenwerking met de Vlaamse overheid. En er zit ook een onderzoeksproject in de pijplijn om wearables in te zetten bij de preventie van burn-out en de behandeling van depressie. Daarvoor werkt VIGeZ samen met de Thomas More hogeschool.

Bij iMinds, het digitale onderzoekscentrum van de Vlaamse overheid, loopt dan weer het onderzoeksproject B-Slim. Dat wil een digitale 'supercoach' ontwikkelen in de strijd tegen overgewicht. Met onder meer een activiteitsmeter, monitoring van het aankoopgedrag van gebruikers en 3D-scans die het gewichtsverlies aanschouwelijk maken hen te motiveren. Voor de statistiek: één op de twee Belgen lijdt aan overgewicht, en volgens de Wereldgezondheidsorganisatie ligt de obesitas-epidemie in Europa aan de basis van twee tot acht procent van de gezondheidsuitgaven, en tien tot dertien procent van de sterfgevallen.

'Een van de grote uitdagingen voor onze gezondheidszorg zijn chronische aandoeningen', zegt Christophe Matthys. Hij werkt voor de obesitaskliniek van het UZ Leuven, en zorgt mee voor de wetenschappelijke omkadering van B-Slim. 'Je kunt type 2 diabetes krijgen op je 35ste, maar toch nog altijd 85 worden. Alleen: als je die levenslange behandeling vanuit de klassieke gezondheidszorg moet organiseren, dan is dat onbetaalbaar. De focus moet verschuiven naar levensstijlbehandelingen. En naar zelfmanagement.'

Christophe Matthys (UZ Leuven) over het nut van zelfmanagement.

Nieuwe tools, zoals apps en wearables, kunnen daarbij helpen, zegt Matthys. Maar ze moeten oordeelkundig ingevoerd worden. 'B-Slim richt zich heel bewust tot een welomschreven groep mensen met een welbepaald overgewicht. Stel dat je iemand die aan obesitas lijdt zomaar zou doen gaan lopen met een app. Dan riskeer je niet alleen demotivatie, je zou ook een hartaanval kunnen veroorzaken. Zulke patiënten moeten begeleid worden door gekwalificeerde mensen. Dat soort overwegingen is erg belangrijk. Daar hebben nog een lange weg af te leggen.'

De weg is niet alleen lang, hij ligt ook bezaaid met obstakels. Dataveiligheid en privacy zijn voor de hand liggende bezorgdheden. Maar er zijn er ook andere. Wat als honderdduizenden mensen hun persoonlijke gezondheidsdata willen delen met artsen, nu al een risicogroep voor burnouts? Slimme algoritmes zouden kunnen helpen om de stroom aan patiëntendata te triëren, maar wie gaat de accuraatheid van de data beoordelen? Wie gaat de algoritmes keuren? Moet elke update opnieuw gekeurd worden? En hoe doe je zoiets met zelflerende algoritmes, die zichzelf permanent aanpassen? Wie is er aansprakelijk als er iets fout gaat?

Monitor

Zullen we onszelf, met 24/7 feedback over zowat elke hartslag en bloeddrukschommeling, ook niet heel erg ongerust maken? 'Dat is zeker niet denkbeeldig', zegt Ignaas Devisch, hoogleraar medische filosofie (UGent) en auteur van het boek 'Ziek van gezondheid'. 'Je ziet nu al dat heel veel mensen allerlei compleet overbodige onderzoeken aanvragen omdat ze vrezen dat er vanalles mis is, of omdat ze er zichzelf stellig van willen overtuigen dat ze 100 procent gezond zijn. We zullen met die nieuwe technologieën moeten leren omgaan.'

Dit voorjaar plant hij er een studiedag over. Wearables, apps en andere mobile health-toepassingen zijn 'zeer veelbelovend', zegt hij. 'Maar we moeten wel waakzaam zijn. Het risico bestaat bijvoorbeeld dat de mogelijkheid on onszelf te managen via technologie omslaat in een plicht. Je merkt dat nu al in een aantal maatschappelijke debatten over individuele verantwoordelijkheid. Hoe meer we in staat zijn om iets te doen voor onze gezondheid, hoe meer we ook geacht worden om het te doen.'

'Ik kan me ook heel goed inbeelden dat een groep mensen achterop zou kunnen geraken. Omdat ze niet vertrouwd zijn met die technologieën, of niet de middelen hebben om ze aan te schaffen. Maar intussen wordt gezondheid wel in toenemende mate een toegangsportaal tot allerlei faciliteiten - van arbeid tot verzekeringen. Wie bepaalde parameters niet haalt, dreigt afgestraft te worden. Dat alles zou de gezondheidskloof nog kunnen uitdiepen tussen hoogopgeleide goedverdieners aan de ene kant, en minder gefortuneerden aan de andere.'

Hoogleraar medische filosofie Ignaas Devisch over de mogelijk negatieve impact van te veel meetgegevens

Andere kwestie: wat is de grens tussen technologie die over ons waakt als big mother, en technologie die ons bewaakt als big brother? Bestsellerauteur Dave Eggers kaart die vraag aan in zijn futuristische roman 'De Cirkel', over een fictief sociaal netwerkbedrijf. Het hoofdpersonage krijgt bij haar aanwerving een slimme sensor te drinken. Samen met een armband - en de bedrijfsarts - houdt die haar lichaam en emoties permanent in de gaten. Die mate van controle, verpakt als zorg, is normaal geworden in de min of meer nabije toekomst waarin het verhaal zich afspeelt.

Het is fictie. Maar de booming business van monitoringtechnologieën is wel een teken des tijds, zegt Ignaas Devisch. 'Als we even uitzoomen, dan zien we dat de hele moderniteit één grote poging is om onze levens te beheersen en onder controle te krijgen. In mijn ogen is gezondheidstechnologie daar één van de vele veruitwendigingen van. Die beheersing heeft ons, op veel domeinen, al tot fantastische dingen gebracht. Maar er is altijd een keerzijde.'

'Hoe meer we onder controle krijgen, hoe moeizamer onze relatie dreigt te worden met alles wat we niet - of nóg niet - kunnen controleren. Zeker voor gezondheid is het daarmee uitkijken. Want of we het nu leuk vinden of niet: daar zal toch altijd een stuk toeval meespelen. Je krijgt de genen die je krijgt. Het wordt oppassen dat we geen illusie creëren dat we alles kunnen beheersen. We zouden weleens in een kramp kunnen geraken. En ons op de duur niet meer kunnen verzoenen met de onzekerheid die nu eenmaal eigen is aan het leven.'

Gault&Millau voor apps

Er zijn filosofische bedenkingen, over wat morgen zoal fout zou kunnen lopen. Maar intussen botst mHealth ook vandaag al op tal van obstakels. Zeker in zijn medische toepassingen. Pieter Vandervoort weet er alles van. Als cardioloog in het ZOL, het Ziekenhuis Oost-Limburg in Genk, staat hij met zijn beide voeten in de realiteit. Maar daarnaast is hij ook mede-oprichter van de Mobile Health Unit aan de Universiteit Hasselt, die nieuwe technologieën aan klinische tests onderwerpt.

Het is pionieren. En dat doet Pieter Vandervoort - letterlijk - met inzet van lijf en leden. Vorig jaar nam hij met een half dozijn patiënten deel aan 'Genk Loopt'. Allemaal met een prototype van een nieuwe hartmonitor op de borst. Voor hen reed een golfkarretje, waarop twee onderzoekers zes elektrocardiogrammen op een laptop volgden. 'Ikzelf liep mee met de mannen', zegt Vandervoort. 'Dit jaar doen we hetzelfde, met de volgende generatie prototypes, maar dan zonder karretje. Alles zal nu live naar een smartphone gestuurd kunnen worden.'

Nog meer pionierswerk. In 2010 begon Pieter Vandervoort in het ZOL met een klinisch centrum voor telemonitoring. Meer dan 700 patiënten met voornamelijk hartfalen worden daar intussen al vanop afstand gevolgd, via data die hun pacemakers doorsturen. Ze kregen uitleg over wat zo'n klinisch centrum wel en niet is / doet, ze tekenden informed consents, er werden zes verpleegkundigen opgeleid om de data te interpreteren, en er werden protocollen opgesteld over wat wanneer te doen. Allemaal pro deo. Telemonitoring wordt in België niet terugbetaald.

'Het huidige systeem gaat ervan uit dat er een contact moet zijn tussen de arts en de patiënt om een terugbetaling te kunnen krijgen', zegt Vandervoort. 'Als ik de pacemaker van een patiënt op raadpleging fysiek uitlees en zeg: 'Het is in orde, ge moogt naar huis', dan kan er terugbetaald worden. Anders niet. Terwijl: studies hebben aangetoond dat het veel efficiënter is om zulke patiënten via telemonitoring op te volgen. Het ziekenhuis maakt tijd vrij, de patiënt moet geen verlet nemen op het werk, staat niet in de file... De paradox is: op dit moment verdienen enkel de telecomoperatoren aan telemonitoring, om de data van punt A naar punt B te brengen. Niet de ziekenhuizen, niet de artsen, niet de verpleegkundigen die de data lezen, niet de fabrikanten van de toestellen.'

Cardioloog Pieter Vandervoort over telemonitoring en de struikelstenen die nog moeten overwonnen worden

Het gaat Vandervoort niet om de centen - dan zou het centrum voor telemonitoring niet pro deo werken. 'Wat ons interesseert is: de kwaliteit van de zorg verbeteren', zegt hij. 'Als een patiënt op een hartafdeling ligt, wordt hij van kop tot teen gemonitord. Hartritme, bloeddruk, zuurstofsaturatie - alles. Maar zodra hij met zijn valies weer buiten staat, is er precies niets meer nodig.' Hij benadrukt dat niet elke vorm van telemonitoring zich vertaalt in 'harde eindpunten' - minder hospitalisatie, langer leven. 'Maar recent heeft een studie aangetoond dat patiënten met gevorderd hartfalen via telemonitoring volgen zoals wij dat doen, wel degelijk een verschil maakt.'

De nieuwe technologieën botsen in de medische wereld op nogal wat weerstand, zegt Vandervoort. Maar ze openen volgens hem wel een wereld van mogelijkheden. Hij haalt er een iPhone bij om zijn punt te maken. Op het hoesje zitten twee zilverkleurige bultjes. 'Dit is de AliveCor ', zegt hij. 'Als je je vingers tegen deze twee elektrodes houdt' - hij demonstreert - 'is het toestel in staat om daarmee een elektrocardiogram te maken. Dat is natuurlijk fantastisch. Want dit kon tot voor kort alleen maar in het kabinet van een arts, of op spoedgevallen. Het is perfect mogelijk om hiermee hartritmestoornissen te detecteren.'

Pieter Vandervoort demonstreert de Alivecor

'In de VS is dit al beschikbaar. (Het is ook goedgekeurd door de Amerikaanse Food And Drug Administration ; nvdr.) In België nog niet. Er is ook geen kader voor. Maar zulke technologieën gaan een belangrijke stap vooruit zijn in de manier waarop we patiënten met hartritmestoornissen gaan opvolgen. Daar ben ik absoluut van overtuigd. Al moeten we goed voor ogen blijven houden: technology is a tool, not a treatment.'

'Je kunt zeer veel meten en monitoren, en da's nice to have, maar om dat relevant te maken, moet je daar iets klinisch mee doen. De data moeten door een medisch expert gezien worden, en mensen moeten daar - indien nodig - ook feedback over kunnen krijgen. Dan pas is de keten rond. Stel: je hebt voorkamerfibrillatie. Als je dat kunt monitoren, en je doet niets met die data, dan is er niets gebeurd, hé. Het gaat niet om technologie. Waar het om gaat is: wat dóé je met die technologie?'

Er moet dus een kader voor komen. Ook regelgevend, zegt Vandervoort. En dan denkt hij in de eerste plaats aan de duizenden apps. 'Er zijn er meer dan 100 alleen nog maar met informatie over hartritme. Het gaat in de toekomst extreem belangrijk zijn om daar een ranking aan te geven, en een rating. Een soort Gault&Millau of Michelin-gids, maar dan voor apps. Om een duidelijk onderscheid te maken. Wat is voor wellness en fitness? En welke apps geven werkelijk data van een kwaliteit die geschikt is voor medische doeleinden?'

'Niet alleen voor de consument of de arts is dat belangrijk, maar ook voor de overheid. Voor als er in de toekomst - hopelijk - een terugbetaling georganiseerd wordt. Dan moet duidelijk zijn of de informatie die zo'n apps verzamelen inderdaad van waardevolle en klinische aard is. Maar ook voor de ontwikkelaars is zo'n ratingsysteem belangrijk. Omdat ze dan weten aan welke voorwaarden ze moeten voldoen.'

MaggieHealth

Hoe zou 's lands bekendste arts tegenover over één en ander staan - Maggie De Block, tevens minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken voor Open VLD? Ze kent de verzuchtingen van Pieter Vandervoort. Eind vorig jaar hoorde ze hem spreken op een symposium over medische technologie en de toekomst. 'Hij toonde op het podium zijn hartslag via zijn smartphone', herinnert ze zich. 'En dan nog een keer, in het vuur van zijn betoog. 110 ging zijn hart toen - dat weet ik nog goed.'

Zelf gaf De Block op hetzelfde symposium haar eerste toespraak in haar nieuwe functie. Meteen over gezondheidstechnologie. Vorige maand ging ze er ook al over spreken, voor Voka, dat onlangs een whitepaper over mHealth publiceerde. 'Ik heb toen al grappend gezegd: 'mHealth, dat is precies goed op weg om Maggie Health te worden.'

De minister van Volksgezondheid lacht, smakelijk, maar ze neemt mHealth wel degelijk au sérieux. In het regeerakkoord liet ze 'bevorderen van zelfzorg en zelfmanagement' inschrijven, en 'gerichte terugbetaling van telegeneeskunde'. En ze heeft nog meer plannen. 'Ik wil de roadmap voor e-gezondheid, die in 2012 opgesteld werd tot 2018, actualiseren', zegt ze. 'Bij het opstellen, drie jaar geleden, met alle actoren uit het zorglandschap, is gediscussieerd of mHealth mee opgenomen moest worden. Dat is toen niet gebeurd, want men dacht dat het zo'n vaart wel niet zou lopen. Ik wil er nu wel een mHealth-hoofdstuk aan toevoegen.'

Maggie De Block over de actualisering van de roadmap gezondheidszorg

Het toont - ten overvloede - hoe snel het allemaal gaat, zegt De Block. Drie jaar is tegenwoordig een eeuwigheid. Maar precies op zo'n momenten gebeurt het, zegt ze. 'De grootste vooruitgang in de geneeskunde is er altijd gekomen door technologische sprongen. Denk aan chirurgie. Vroeger moesten chirurgen mensen voor alles opengooien. Nu kunnen ze heel fijn werken, dankzij betere lenzen en robots enzovoort. Vandaag is de vooruitgang elektronisch en digitaal.'

Ze verwacht 'een explosie', zegt ze. 'Ik denk dat het iets wordt zoals met computers destijds. We gaan een exponentieel verloop zien van de mogelijkheden. Iedereen springt nu op gezondheidsapplicaties. Dat wordt een enorm domein.' Maar: op dit moment ligt het braak. 'Er moet een wettelijk kader komen', zegt De Block. 'Voor de aansprakelijkheid, de privacy - zulke zaken. Een meting van iets medisch bij de patiƫnt, dat is een medische daad. Als dat dan doorgestuurd wordt naar een arts, en opgeslagen wordt, dan behoort dat tot het medisch dossier. Daar moet een protocol voor komen.'

'Ook de nomenclatuur is niet aangepast. Er bestaan geen nummers voor bijvoorbeeld telemonitoring. Het kan dus niet vergoed en terugbetaald worden. Ook dat gaat er moeten komen. Ziekenhuizen die patiënten vanop afstand opvolgen, moeten mensen inzetten met kennis van zaken om die signalen te verwerken, en om actie te ondernemen als er iets abnormaals is. Die moeten betaald worden.'

Zullen artsen hier dan binnenkort ook apps kunnen voorschrijven, die vervolgens terugbetaald worden? 'Het zal relevant moeten zijn, vanzelfsprekend', zegt De Block. 'En wetenschappelijk bewezen. Want je kunt natuurlijk alles meten. En we gaan niet zomaar dingen terugbetalen. Het zal moeten bijdragen tot het handhaven van gezondheid, of het verkrijgen daarvan. We zullen moeten bekijken wat weerhouden wordt. Het Fagg (Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten; nvdr.) gaat daar een activiteit voor ontwikkelen. Ook voor hen is dit nieuw.'

Budgettair verwacht De Block niet onmiddellijk grote baten van mHealth. 'Op lange termijn zou dat misschien wel gunstig kunnen evolueren. Als het aantal heropnames daalt, of het aantal ziektedagen en bezoeken aan de specialist. Maar op korte termijn zullen vooral patiënten er wel bij varen, denk ik. Ze gaan een actievere rol krijgen om hun gezondheid goed te houden, of beter te maken. En dat is plezanter dan een passieve rol, waarin iedereen zomaar vanalles voor hen beslist.'

De Block zag die patiënten zelf al actiever worden, toen ze nog huisarts was. En doe-het-zelven met bloeddrukmeters, hartslagmonitoren en aanverwanten. Zonder slag of stoot gaat dat niet, waarschuwt ze. 'Ik kreeg een keer, toen ik van wacht was, een patiënt aan de lijn. 'Mijn bloeddruk is zes op twee!' Die had de bloeddrukmeter losjes aan haar pols gedaan. En dan was er een andere mevrouw: 'Dokter, ge moet onmiddellijk komen. Mijn kleindochter heeft 42,5 graden koorts.' Ik zei: 'Madammeke, ik kom sebiet af. Maar geen paniek. Mocht ze écht zoveel koorts hebben, ze was al dood geweest.' Dat meisje had een oorontsteking. En net in dat compleet ontstoken, gloeiend hete oor had oma de elektronische thermometer gestopt. Een kans op de twee, hé.'

Meetapparaten, hoe slim ook, gaan de klus alléén dus niet klaren. En veel belangrijker nog, zegt De Block: 'Om ergens te geraken, heb je niet alleen een auto nodig, maar ook een weg. En die weg, dat is e-Health. Het elektronisch medisch dossier. Technisch staat dat intussen op poten, nu moeten we het implementeren. Tegen 2019 willen we dat iedereen zijn toestemming gegeven heeft, met een informed consent. Voor eind dit jaar is de target 2,75 miljoen. Dat moet nu eerst gebeuren. Binnenkort beginnen we met een campagne.'

Veel werk dus, nog. En intussen beweegt er zoveel, dat zelfs de minister van Volksgezondheid zich af en toe de ogen moet uitwrijven. 'Ze hadden hier onlangs een nieuwe iPhone voor me geïnstalleerd', vertelt ze. 'Na een paar dagen zie ik zo'n wit mapje met een hartje op mijn scherm staan. (Apples 'Gezondheid'-app; nvdr.) Ik klik daarop, en wat zie ik? Mijn stappen! Ik denk: 'Godverdoeme, die deugenieten hebben er een stappenteller opgezet.' (lacht) Blijkt dat er gewoon standaard op te zitten, tegenwoordig.'

Hoofd op voeten

Het is bijna zeven uur, de minister heeft amper 2.000 stappen gezet op deze dag die helemaal dicht geplamuurd was met vergaderingen. Zelf heb ik, in afwachting van het interview, twintig minuten intensief rond een tafel gestapt, tot mijn horloge tevreden begon te trillen. Het monitoren doet iets met me. Onmiskenbaar. Ik ben en blijf een hoofd op voeten, maar ik word me steeds meer bewust van de 160 centimeter daartussenin. Die kunnen een gezondheidsrevolutie gebruiken, weet ik door de droge grafiekjes en statistiekjes - een complete renaissance, zelfs. Intussen heb ik ook een afspraak bij mijn huisarts voor een check-up - mijn eerste in járen. Toch eens over mijn hartslag in rust en mijn bloeddruk praten.

Zal slimme technologie die afspraak in de toekomst zélf maken? Zullen allerlei lichaamssensoren 24/7 over ons waken zoals kanaries over mijnwerkers lang geleden? En zullen ze automatisch alarm slaan als dat nodig is? Dat beeld schetst life sciences-entrepreneur Koen Kas van adviesbureau InBioVeritas in zijn boek 'Nooit meer ziek'. Hij ziet sensoren als 'beschermengelen'. Nu dragen we ze nog op ons lichaam, in allerlei toestelletjes, maar gaandeweg zullen ze steeds onzichtbaarder worden, voorspelt hij. Ze zullen verdwijnen in bio-tatoeages, in onze kleren en misschien zelfs ooit in ons lichaam.

'Vandaag is gezondheidszorg een systeem van ziekenzorg', zegt Koen Kas. 'Als mensen ziek worden, proberen we ze te genezen. Die focus zal verschuiven naar mensen gezond houden.' Niet alleen met de hulp van sensoren, maar ook van genetica. En van onszelf, vanzelfsprekend. 'De meest onderbenutte persoon in de gezondheidszorg is... de patiënt', schrijft hij in 'Nooit meer ziek'. Maar hij noemt ons ook 'de zwakste schakel'.

Technologie riskeert ons daar de komende jaren genadeloos mee te confronteren. Zou het kunnen dat de gezondheidsrevolutie ook daarin revolutionair zal zijn?

Met grote dank aan Lars Grieten (Mobile Health Unit) en Lucien Engelen en Thijs Sondag (REshape Center for Innovation, Radboud Universitair Medisch Centrum Nijmegen.) Dank ook aan BioRICS, Withings, Samsung, Vital Connect Inc. en InterAxon, die demo's ter beschikking stelden.