Hier waakt een slimme armband. Over oma.

Ze hadden een kaartje kunnen sturen: 'Zonnige groetjes uit San Francisco.' Ze pakten het wat grootser aan. Twintig Vlaamse topondernemers, bedrijfsleiders en een partijvoorzitter begonnen na een reis naar Silicon Valley samen een start-up. In juni lanceren ze een slimme armband waarmee senioren alarm kunnen slaan als er iets fout gaat. Een verhaal over ondernemen in nieuwe tijden. Over technologie die mantelzorger wordt. En over innovatie als blokkendoos.

Door Wouter Van Driessche

Foto's: Emy Elleboog - Video: Dirk Selleslagh en Wouter Van Driessche - Techniek: Raphael Cockx

'Mannen, we mogen niet alleen zeveren over wat we hier beleefd hebben. We moeten er iets mee dóén samen.' Een nazomeravond in Seattle, anderhalf jaar geleden. In Canlis, een schitterend restaurant dat Frank Lloyd Wright vergat te tekenen, staat een man op aan een tafel. Het is Christophe Degrez, de CEO van het Belgische filiaal van groene energieleverancier Eneco. 'We mogen dit moment niet verloren laten gaan', zegt hij. 'We moeten het ondernemerschap en de vibe die we hier ervaren hebben meenemen naar huis, en daar verspreiden. Het ontbreekt er zo hard aan in België.' Er wordt uitgelaten ingestemd.

Rond Christophe Degrez, aan een tafel met panoramisch zicht op Lake Union, zitten twee dozijn Vlaamse ondernemers, bedrijfsleiders en kaderleden. Ze hebben er een rondreis opzitten door Silicon Valley, in het zog van internetpionier Peter Hinssen en communicatie-expert Steven Van Belleghem. Ze zijn op bezoek geweest bij Apple, Google, LinkedIn, Yammer en een hele resem start-ups die om het hardst de wereld willen veranderen. Het zijn vijf intense dagen geweest, van zeven uur 's ochtends tot negen uur 's avonds. Het heeft een bijzondere chemie doen ontstaan. Een mix van jetlag, camaraderie en overprikkelde verbeelding. De stuff waaruit grootse plannen gesmeed worden.

'Ik heb een voorstel', zegt Christophe Degrez. Hij reikt naar een blad en een balpen die hij bij de maître d'hôtel is gaan lenen. 'Ik laat dit zo meteen rondgaan. Wie tekent, verklaart zich akkoord om 2.500 euro te investeren.' Waarin precies, daar heeft hij zelf nog geen flauw idee van. 'Maar iets waarmee we deze vibe kunnen vasthouden, zodat hij niet meteen verdampt als we maandag weer allemaal in de rat race stappen. Wie doet mee?' Tien minuten later staan twintig zwierige handtekeningen op het blad. Het startkapitaal - 50.000 euro - is binnen.

Christophe Degrez vertelt over de avond in Canlis

Chris Van Doorslaer tekent, de gevierde CEO van speelkaartenproducent CartaMundi. Colette Dierick ook, hoofd retail- en privébankieren van ING België. Hans Cools, die enkele maanden later CEO wordt van Sanoma België. En verder, onder meer: Marc Fauconnier, oprichter van het reclamebureau Famous. Zijn concurrent Harry Demey, oprichter van LDV United. En ook: Luc Van Mol en Bart Claes, de CEO's van respectievelijk modeketens ZEB en JBC. Thuis zijn ze concurrenten. Maar hier en nu, 8.000 kilometer verderop, stappen ze broederlijk het ongewisse in.

Luc Van Mol over hoe het verder ging met het Embracelet-project

Andere opvallende krabbel: die van CD&V-voorzitter Wouter Beke. Hij is meegereisd op uitnodiging van Steven Van Belleghem en Peter Hinssen. Hij heeft ze enkele jaren geleden leren kennen nadat Jean-Luc Dehaene hem het boek 'Digitaal is het nieuwe normaal' cadeau heeft gedaan. Het heeft hem geïnspireerd voor zijn vernieuwingsoperatie Innesto voor CD&V. Ook hij is geïmponeerd door wat hij de voorbije dagen gezien heeft. Vooral het voluntarisme heeft indruk op hem gemaakt. De mentaliteit van 'yes, and' - niet het eeuwige 'ja, maar'. In die geest zet hij meteen zijn handtekening. Daar nog eens diep over nadenken, dat is iets voor later.

Wouter Beke over hoe hij de tour terechtkwam

Full disclosure: zelfs de verslaggever van De Tijd die meegereisd is, tekent mee, in de magie van het moment. Full disclosure - bis: hij schrijft niet mee aan dit artikel en aan deze reeks.

Goesting forever

Goed 500 dagen later. Een hippe kantoorboot aan de Stropkaai in Gent. Veel licht, veel hout, veel wit. Veel bedrijvigheid, ook. Hier presenteerden twintig vrienden-van-één-reis de voorbije weken 'Embracelet' aan potentiële investeerders. 'Embracelet' als in: 'to embrace' (omarmen) en 'bracelet' (armband). Een 'omarmband', zeg maar. Het is een combinatie van een slimme armband voor senioren en een smartphone-app voor familieleden of vrienden die bezorgd om hen zijn. Bedoeling is dat ze via de armband en de app altijd met elkaar verbonden zijn, en snel kunnen reageren als er iets fout gaat. Als de drager van de armband valt, bijvoorbeeld, kan hij met een simpele druk op het display alarm slaan. De 'omarmband' stuurt de gps-coördinaten van de drager dan door naar de smartphone-app. Hij kan dan ook gebruikt worden om te praten.

De Embracelet

De Embracelet

Hier, op deze kantoorboot, onder de waterlijn, ontstond een jaar geleden het wilde plan om zo'n 'omarmband' te maken. Wild vanwege: de onmogelijke agenda's van zowat alle betrokkenen, high profiles met werkweken van vaak 60 uren en meer. Wild vanwege: het collectieve en totale gebrek aan ervaring in het maken van hardware voor consumenten. Wild, ook, vanwege het startkapitaal van amper 50.000 euro. Wisselgeld is dat, in een markt die gedomineerd wordt door multinationals met immense budgetten voor R&D.

Maar zie: een klein jaar later zijn er niet alleen prototypes van Embracelet, maar worden ze ook al volop getest, door Zorgbedrijf Antwerpen. Een summiere website, eind 2014 geruisloos gelanceerd om de markt te verkennen, doet de voorbestellingen al volop binnen lopen. Als alles volgens plan verloopt, gaan de armbanden in april in productie, in Taiwan, en liggen ze eind juni in de winkel. Zelfs de verpakking is al ontworpen.

'Een rollercoaster', noemt Katrien Devos het. Ze runt op deze kantoorboot een HR interim mangementbureau, met klanten als Unilever, Coca Cola en Johnson & Johnson. Ze was erbij in Silicon Valley anderhalf jaar geleden. Ze twijfelde geen seconde om haar handtekening te zetten. Ze werd, als bestuursvoorzitter, één van de grote trekkers van het project. Intussen zijn er drie mensen fulltime mee bezig. Onder hen Dirk Oosterlinck, oud-directielid van Bpost, marketeer van het jaar 2012 en één van de twintig mede-oprichters. Zelf stopt Katrien Devos er naar schatting een derde van haar tijd in.

De kantoorboot

Aan boord van de kantoorboot

De andere founding fathers doen wat ze kunnen, tussen de drukke agenda's door. En ze volgen alles via de digitale tamtam. 'We hebben een geheime Facebookgroep', vertelt Katrien Devos. 'De reacties daarop, nu het allemaal concreet wordt, dat is echt geweldig schoon. Het maffe is ook: er spelen totaal geen ego's. 't Is een groep met stuk voor stuk clevere mensen. Velen zitten meestal zelf in de driver's seat. Maar er is nul haantjesgedrag.'

Katrien Devos over een bedrijfje hebben met twintig, en de geheime Facebookgroep

'Kijk', zegt ze. Ze toont een houten hanger aan haar sleutelbos. 'Goesting Forever', staat erin gegraveerd. 'Die hanger heeft Christophe Degrez voor ons allemaal laten maken, na de reis. Goesting. Dat is waaruit dit allemaal vertrokken is. Dat zit ook in de naam van de coöperatieve vennootschap die we na de reis samen hebben opgericht. 'GForever', heet die. Met de 'G' van 'goesting' - een onvertaalbaar woord.

De sleutelhanger

Goesting. Dat was wat op Katrien Devos en haar compagnons de route het meest indruk maakte in Silicon Valley. Het onverschrokken ondernemerschap, daar. Het razendsnelle denken. De tomeloze dadendrang.

'Niemand die we spraken, had het zomaar over zijn product of zijn service', zegt ze. 'Allemaal wilden ze op de één of andere manier de wereld veranderen. Er was overal zo'n vibe van: 'We're not just building an app, we're changing people's lives.' Daar hebben we veel van geleerd.'

Silicon Valley

'Dat was inderdaad de constante in wat we daar zagen', zegt Chris Van Doorslaer. 'De bedrijven die we bezochten, leken allemaal bezig met: 'Hoe kunnen we de maatschappij verbeteren?' Dat leek hun voornaamste drijfveer. Niet gewoon geld verdienen. Die spirit wilden we meenemen naar België. We hebben dan verschillende pistes uitgetekend, en daar samen over nagedacht, met een grote groep mensen met zeer verschillende achtergronden. Wellicht is dat vrij atypisch.'

Chris Van Doorslaer

Spontane vonk

Er wordt intens gebrainstormd. En nog een keer. De meest uiteenlopende ideeën passeren de revue. Een congres. Georganiseerde reizen naar Silicon Valley voor de aanstormende generatie. Een fietsdetectiesysteem - naar schatting wordt elke 3,5 minuten een fiets gestolen in ons land. Een 'Terva' - een kruising tussen een Tesla en een Minerva, het legendarische Belgische automerk. 'Het ging bij die brainstorms altijd over: welk maatschappelijk probleem kunnen we oplossen?', vertelt Katrien Devos. 'Het uitgangspunt was nooit: 'Wat is een interessante markt en waar zit de marge?''

'Iets wat vaak terug kwam, was de bezorgdheid over onze ouders. Harry vertelde dat zijn schoonvader een keer gevallen was, en twee dagen en twee nachten in zijn tuin gelegen had, net toen hij zelf een weekend weg was met zijn echtgenote. Gelukkig liep het goed af. Maar hij had er een enorm schuldgevoel aan overgehouden. Dat verhaal bleef hangen, en triggerde andere verhalen. Iedereen bleek wel iemand te kennen die ooit zoiets had meegemaakt. Zo ontstond het idee: waarom maken we geen wearable waarmee senioren en hun kinderen altijd contact kunnen hebben met elkaar, en die ook alarm kan slaan?'

Katrien Devos over de brainstorms

'In een sessie hier op de boot hebben we dat dan uitgekristalliseerd', vertelt Peter Hinssen. Hij bracht de groep niet alleen bij elkaar in Silicon Valley, hij stapte ook mee in GForever, net als zijn mede-reisorganisator Steven Van Belleghem. 'Het was de eerste keer dat we een reis organiseerden voor CEO's en ondernemers in plaats van IT'ers. Onze bedoeling was: ze onderdompelen in het disruptieve denken in en rond San Francisco. En dat bleek... very intoxicating.'

'We hadden nooit voorzien dat er zo'n spontane vonk zou ontstaan. Die spirit van: 'We willen hier op de een of andere manier deel van worden, iets doen, iets bouwen samen.' Dat was een zeer onverwacht neveneffect. Het gaat ook veel harder dan iedereen had verwacht. Na de reis dacht ik: we gaan met het ingezamelde geld een paar lezinkjes organiseren, misschien een boekje - iets van die strekking. Ik had in geen honderd jaar gedacht dat we een prodúct zouden maken samen.'

Foto's van de reis naar Silicon Valley in 2013

'Het is ook best wel scary, bij momenten. Voor de meesten van ons is dit totaal nieuw. Ook voor mij. Ik heb altijd in de software gezeten. In de selling to enterprise. Wat we nu doen - hardware, consumentenmarkt - dat is allesbehalve bekend terrein. Dat maakt het ook zo verrijkend. Dat gevoel toen de eerste pre-orders binnen liepen: 'Wow, we hebben iets gemaakt dat mensen werkelijk willen kopen.' Ongelooflijk cool.'

Katrien Devos: 'Ik herinner me dat Marc Fauconnier daar tijdens de finale brainstorm ook geweldig enthousiast van werd: 'Ja! We gaan iets máken! Iets wat we onder de kerstboom kunnen leggen.' (lacht) Hij zit al zijn hele leven in de diensten, hé. De meesten van ons, trouwens. Nu: de realiteit van wat het dan kost om iets te maken, dat zet je wel weer gauw met de voeten op de grond. Een prototype, dat is zó duur - dat wil je gewoon niet weten.'

Behoorlijk wild

Met 50.000 euro verandert niemand de wereld, blijkt al snel. Zoiets vergt grotere investeringen. Voor één en ander wordt in september een aparte NV opgezet: Uest. Gforever wordt aandeelhouder, zeventien founding fathers trekken nog eens de portefeuille open. Samen verzamelen ze meer dan een half miljoen euro eigen middelen. Wouter Beke brengt - net als veel anderen - 25.000 euro in. Het is zijn eerste grote investering, op zijn huis na.

'Ik heb daar een stuk van mijn spaargeld in gestopt', zegt hij. 'Anderen kopen daar een zeilboot mee, of speculeren op de beurs. Ik wilde op deze manier mijn eigen bescheiden bijdrage leveren aan innovatie-ontwikkeling. Ik zag ook de mogelijke maatschappelijke meerwaarde van ons idee. Dat was voor mij heel belangrijk. Het moest binnen mijn visie op mens en samenleving passen, die uitgaat van een sterke verbondenheid tussen mensen. Ik heb meteen wel een paar duidelijke regels gesteld. Ik wilde geen deel uitmaken van de raad van bestuur. Ik wilde niet meewerken aan het zoeken van kapitaal, subsidies of andere dingen. En ik wilde mijn netwerk niet aanspreken.'

Wouter Beke over zijn investering

'Ik was vooral betrokken bij de conceptontwikkeling. Ik dacht aan mijn beide oma's toen we aan het brainstormen waren. Een van hen woonde tot haar 90ste op een boerderij, viel en kwam toen in een woonzorgcentrum terecht. Vanaf een zekere leeftijd komt er toch wat onzekerheid. Als je dan iets kunt ontwikkelen om mensen wat meer zekerheid te geven, zonder dat je ze daarom moet opsluiten - ik druk het nu even heel cru uit - dan vind ik dat heel humaan. En dan vind ik het voor mezelf te verantwoorden om daar een stukje risicokapitaal voor te leveren.'

De 'Uest' uit NV Uest staat voor 'Oe est?', bastaardvlaams voor 'Hoe gaat het?' Het is een speelse naam voor een bedrijf met grote ambities. Think big - ook dat leerden de oprichters in Silicon Valley. Hun slimme horloge, Embracelet, mikt meteen op heel Europa. Ze zijn een tweede kapitaalsronde aan het afronden, om de productie en de lancering te financieren. Hoeveel daarbij werd opgehaald, wordt later bekend gemaakt.

Aan het hoofd van Uest staat intussen CEO Johan De Geyter. Hij verdiende zijn sporen als directeur Design & Technology bij imec, het wereldvermaarde Leuvense onderzoeksinstituut voor micro- en nano-elektronica. Hij ontwierp het meest embryonale prototype van Embracelet zelf, met de hulp van een paar andere imec-oudgedienden. Hij had een lange sabbatical gepland in Izmir, Turkije. Zijn echtgenote ging daar drie jaar werken, hij volgde met de kinderen. Na een paar hectische jaren van veel reizen en nog veel meer werken was het de bedoeling om de work/life balance weer in evenwicht te krijgen, met terugwerkende kracht. Het draaide anders uit.

'In maart vorig jaar kreeg ik telefoon van Peter Hinssen, met wie ik lang intensief samengewerkt had. Hij vond dat ik lang genoeg aan het zwembad gelegen had. Daar lág ik trouwens ook, toen hij me belde - maar dat hoeft niet perse in de krant. (lachje) 'Johan', zei hij, 'We zijn met een groepje ondernemers op tour geweest door Silicon Valley. We zijn teruggekeerd met een behoorlijk wild idee. En we zouden graag weten hoe wild het precies is. Zou jij dat voor ons willen nagaan?''

Johan De Geyter vertelt over hoe het begon

Van 65 tot 112

Hoe wild is het idee? Meer dan behoorlijk wild, op het eerste gezicht. Een slimme armband maken, tot daar nog aan toe. Maar zoiets maken voor gebruikers van 65 tot potentieel 112, dat is een heel ander verhaal. Het moet 100 procent 'geen gedoe' zijn, vinden de bedenkers. Uit de verpakking halen, omdoen en klaar. Het doelpubliek, uit de 'no tech'-generatie, is nu eenmaal niet vertrouwd met slimme toestellen. Laat staan dat het eerst een app zal downloaden om alles op te starten, of om later updates te installeren.

De armband moet dus compleet autonoom werken, zonder ondersteuning van een smartphone. Daar is nog een andere reden voor. 'Een derde van alle valincidenten gebeurt 's nachts, in de badkamer', zegt Johan De Geyter. 'Je kunt moeilijk zeggen: 'Je moet maar zorgen dat je je telefoon daar altijd bij je hebt.' Om diezelfde reden moet de armband ook waterbestendig zijn. 'Het bad, of de douche, is dé plek waar je uitschuift.'

Andere vereisten: de armband moet 24/7 werken, binnen en buiten. Hij mag op geen enkele manier de boodschap uitstralen: 'Ik ben hulpbehoevend.' Hij moet er dus onopvallend en stijlvol uitzien - als een doodgewoon horloge. En vooral: de batterij moet 14 dagen meegaan - láng, voor een wearable. 'Het idee was, van meet af aan: de kinderen laden Embracelet op voor hun ouders, wanneer ze bij hen op bezoek gaan', zegt Johan De Geyter. Opnieuw: vanuit het 'geen gedoe'-idee. Maar ook omdat het doelpubliek weleens kunnen vergeten om regelmatig op te laden. Of om de 'omarmband' weer om te doen nadien.

Mission: Extremely Complicated, dus. Hoe begin je aan zoiets, als kleine Vlaamse start-up, met een zeer bescheiden budget? Je knutselt een 'wireboard' in elkaar, zegt Johan De Geyter. Een paar chips en sensoren zijn dat, met spuug en paktouw aan elkaar geplakt. 'Eerst kijk je of het zou kunnen werken, en hoe. En dan probeer je je eigen ontwerp een paar weken of maanden op alle mogelijke manieren weer af te schieten. Als dat niet lukt, heb je genoeg argumenten om te zeggen: 'Dit zou technologisch haalbaar moeten zijn.'

Johan De Geyter toont het eerste prototype

'Er moest positiebepaling in. De mogelijkheid om alarm te slaan. Automatisch, ook, als een persoon ergens lang roerloos zou liggen, bijvoorbeeld. Ergens onderweg merkten we dat we er ook voor konden zorgen dat je via de armband zou kunnen praten in geval van nood. We zijn eraan begonnen op 1 april. Op 1 juni hebben we gezegd: dit is haalbaar. Dan hebben we wat kapitaal opgehaald en een eerste echt prototype laten maken. Daarmee zijn we naar de notaris gegaan om een bedrijf op te richten. Op 1 september zijn we met het design begonnen.'

Klant eerst

De snelheid valt op. Van behoorlijk wild idee over product tot lancering in goed een jaar. 'Daar hebben we bewust voor gekozen', zegt Johan De Geyter. 'Dat is één van de dingen die de groep had meegenomen uit Silicon Valley. Het idee van: 'Done is better than perfect.'' Er is een basisset gedefinieerd van wat Embracelet moet kunnen, legt hij uit. Bedoeling is om er gaandeweg nieuwe features aan te toe voegen. 'Maar dan op basis van de reële vraag bij gebruikers. Niet op basis van één of andere mogelijke, maximale potentie.'

Het is - alweer - very Silicon Valley. De gebruiker als alfa, omega, en alle mogelijke letters daartussenin. 'Daar bruist het van ginder', zegt Christophe Degrez. 'Een complete focus op customer experience. Altijd vertrekken van de klant, de markt - en daar dan ondernemerschap aan koppelen. Dat is iets wat we daar echt in ons opgezogen hebben.'

Vanuit die filosofie werd eind 2014 al een zeer voorlopige website online gezet voor Embracelet. Meer dan zes maanden voor de lancering, dus. 'We wilden via die website nagaan: wat willen mensen die erin geïnteresseerd zijn?', zegt Johan De Geyter. 'Wat spreekt ze aan? Welke features willen ze? Moet er een stappenteller op? Een pillen-reminder? Hoeveel mensen zouden dan méér bestellen? Dat hebben we allemaal getest en gemeten. Op basis daarvan hebben we constant bijgeregeld.'

Er is duidelijk over veel nagedacht. En diep ook. Wie gaat Embracelet kopen? Niet de uiteindelijke dragers, wellicht, maar hun kinderen. Zij zijn het die zich zorgen maken over hun ouders. Alleen: de boodschap mag niet zijn: 'Pa, ma, jullie worden oud, jullie worden kwetsbaar, jullie zouden kunnen vallen, hier is iets om alarm mee te slaan.' En dus zit Embracelet in een feestelijk wit geschenkdoosje met een blauw hartje. Er spreekt betrokkenheid uit, verbondenheid. Geen ongerustheid, laat staan angst.

'Een van onze observaties was: als mensen met pensioen gaan, worden ze ineens vaak heel betuttelend behandeld', zegt Johan De Geyter. 'Dat wilden we absoluut niet. Er is niets mis met 65 zijn, of 85. We wilden ons doelpubliek als volwassenen benaderen, als consumenten. Niet als hulpbehoevenden of mensen in nood.'

Embracelet wordt ook rechtstreeks aan consumenten verkocht. Niet noodzakelijk via de klassieke kanalen, dus. 'We willen het als klantenverhaal verderzetten', zegt Johan De Geyter. 'Als een mutualiteit een klant van ons wil worden: graag, natuurlijk. Maar dan vanuit het idee dat hun klanten onze klanten zullen zijn. Customer first.'

Dwaalouderen

Goesting: check. Branie: check. Customer first: check. Maar hoe reëel is nu het probleem dat Embracelet wil tackelen? Uitermate reëel, leert navraag bij het Expertisecentrum Val- en Fractuurpreventie Vlaanderen (EVV). Een op de drie thuiswonende 65-plussers valt minstens één keer per jaar. 40 procent van de letsels en overlijdens in die leeftijdscategorie is toe te schrijven aan valincidenten. Welk aandeel daarvan vermeden zou kunnen worden met een wearable die alarm slaat, valt veel moeilijker te berekenen. Maar langdurig op de grond liggen, verhoogt het risico op negatieve gevolgen zoals uitdroging, onderkoeling, longontsteking en zelfs overlijden, is te horen bij het EVV.

Enter: de wearable, dus. Als alternatief voor de bestaande alarmknoppen. Maar er zitten ook andere innovaties in de pijplijn. Bij iMinds, de digitale incubator van de Vlaamse overheid, loopt het onderzoeksproject FallRisk. Het gaat na hoe slimme camera's, contextgevoelige sensoren en algoritmes ingezet kunnen worden voor valpreventie en -detectie bij senioren. Een van de ambities is ook om de wijd verspreide 'valangst' te bestrijden. Want die kan tot een vicieuze cirkel leiden van vereenzaming, isolement en depressie.

Wetenschappers van de Advise onderzoeksgroep van de KU Leuven technologiecampus Geel en het onderzoekscentrum MobiLab van de Thomas More hogeschool werken dan weer aan AMACS: slimme omgevingstechnologie om niet alleen valincidenten te detecteren, maar ook ondervoeding of veranderingen in het gedrag die kunnen wijzen op beginnende dementie. Sensoren in het huis van ouderen registreren onder meer waar ze zich bevinden, hoe actief ze zijn en welke apparaten ze gebruiken. In die data gaan slimme algoritmes dan op zoek naar patronen. Detecteren ze iets ongewoons, dan krijgen familieleden of zorgverstrekkers daar melding van. Als senioren hun dag- en nachtritme beginnen om te wisselen, bijvoorbeeld. Als ze langer in bed blijven liggen 's ochtends, of minder koken. Of als ze er langer over doen om een bepaalde afstand af te leggen.

Prototype

De 'knutselversie' van de Embracelet

Ook Embracelet zal via zelflerende algoritmes alarm kunnen slaan. Als de drager bijvoorbeeld niet op dinsdagochtend naar de markt wandelt, zoals gewoonlijk, maar op woensdagnacht. Of als hij zich buiten een bepaalde perimeter begeeft die vooraf is ingesteld. Het is, opnieuw, een antwoord op een reëel probleem: dat van de 'dwaalouderen'. In 2013 werden in ons land 143 dossiers geopend voor onrustwekkende verdwijningen van 69-plussers, blijkt uit navraag bij de Federale Politie. Dat zijn er bijna drie per week.

Alleen: waar eindigen bezorgdheid en bescherming en waar beginnen betutteling en zelfs bewaking? De grens is dun. Embracelet verzamelt gps-data en kan zo ingesteld worden dat hij alarm slaat als de drager hem uitdoet. Maar wat als opa, in een bui van you only live once, nog eens stevig wil doorzakken, terwijl zijn arts hem dat ten strengste verboden heeft? Wat als oma er stiekem een minnaar op na houdt, tegen het ouder worden, en vindt dat niemand zich daar verder mee te moeien heeft?

Krijgen we na parental control binnenkort het omgekeerde - kinderen die hun oudere ouders controleren? 'Wie draagt, bepaalt', zegt Johan De Geyter. Dat is voor hem het uitgangspunt. De dragers van Embracelet moeten uiteindelijk beslissen welke gegevens ze met wie delen, en wanneer er automatisch alarm moet worden geslagen. Maar in de praktijk zullen het wel meestal hun kinderen zijn - eindeloos veel handiger met technologie - die alles via de app op hun smartphone instellen en beheren. 'Daar gaan we onszelf een soort etiquette moeten aanleren', zegt De Geyter. 'We zullen met die nieuwe technologische mogelijkheden moeten leren omgaan.'

Er zou een formule komen om Embracelet te kopen, met een abonnement, en een formule om het te huren, zonder verdere verplichting. Maar dreigt een draagbare mantelzorger niet het privilege te worden van gegoede senioren?

Johan De Geyter'We zijn geen luxeproduct aan het maken', zegt Johan De Geyter. 'Maar het is wel een balans die we gaan moeten zoeken als maatschappij. Hoe zorgen we ervoor dat er innovatie is - maar ook voldoende democratische innovatie?' Wouter Beke, in een vorig leven schepen van Sociale Zaken, ziet niet meteen een risico op een zorgkloof. 'Wel integendeel. Als je mensen langer thuis kunt houden, komen er meer publieke middelen vrij om degenen die het echt nodig hebben te ondersteunen. Mij lijkt het veeleer complementair.'

Wind van opportuniteiten

Senioren helpen om langer zelfstandig te zijn, en thuis te wonen. Dat is de ultieme ambitie van Embracelet en veel andere nieuwe technologieën die volop ontwikkeld worden voor de ouderenzorg. Zie ook: Cubigo, een online platform met zeer gebruiksvriendelijke zorgapplicaties voor ouderen. Oprichter Geert Houben uit Peer, Limburg, verbleef in februari twee weken in een grote villa in Palo Alto, Californië. Hij mocht er als eerste Belg ooit deelnemen aan het zeer prestigieuze 'Blackbox Connect'-programma van Google, een bootcamp voor de meest beloftevolle start-ups ter wereld. Het zegt iets over hoe hot de ouderenmarkt is voor tech-ondernemers.

Het is in elk geval dé groeimarkt van de komende decennia. In ons land was in 2014 bijna één op de vijf inwoners (18%) ouder dan 65. Tegen 2060 zal dat één op de vier zijn, volgens de jongste projecties van het Planbureau. We worden nu eenmaal almaar ouder - en we blijven almaar langer gezond. Een zegen is dat, in heel veel opzichten. Maar in heel veel andere opzichten: 'een uitdaging', zoals dat dan heet. Vlaanderen, sinds de Zesde Staatshervorming bevoegd voor residentiële ouderenzorg, verwacht volgens de meerjarenraming, 'een jaarlijkse stijging van de geraamde beleidsuitgavan met ongeveer 30 miljoen euro' tussen nu en 2020 als er elk jaar 1.500 rusthuisbedden zoudenbijkomen. Enkel voor de RIZIV-financiering van de rusthuizen, that is. Budget daarvan in de begroting van dit jaar: ruim 1,86 miljard.

Het is een sterke incentive om naar technologische oplossingen te zoeken waarmee ouderen langer zelfstandig kunnen blijven wonen. Maar leiden zulke oplossingen ook automatisch tot grote besparingen? Zo simpel is het niet, zegt Carine Boonen, coördinatrice van Flanders' Care, een platform van de Vlaamse overheid dat zorginnovatie stimuleert. 'Het is niet omdat je een oudere thuis kunt houden, dat je automatisch het hele budget van een oudere in een woonzorgcentrum bespaart. Want je moet voor die persoon thuis ook dag- en nachtopvang voorzien. In een één-op-één-relatie, en niet in groep, zoals in een woonzorgcentrum. Dat kost ook geld, natuurlijk. Het is vaak zeer moeilijk om in te schatten wat de budgettaire impact van iets is.'

Embracelet

Voor de makers van Embracelet was de exploderende zorgkost, of het tekort aan rusthuisbedden, hoe dan ook niet de eerste motivatie. Ze dachten niet aan de abstracte 'vergrijzing' - ze dachten aan hun heel concrete ouders, of grootouders. Ze denken ook al volop aan andere toepassingen. Een slimme armband voor kinderen, bijvoorbeeld. Of een halsband om huisdieren te traceren. 'Oe est?' zou met andere woorden weleens 'Où est' kunnen worden.

De mogelijkheden lijken eindeloos. Een variante van de Embracelet-app voor de Apple Watch, als engelbewaarder voor de dochter van zestien die gaat fuiven? 'Dat zou potentieel kunnen, ja', zegt Johan De Geyter. Die langverwachte Watch ziet hij niet als een bedreiging voor zijn Embracelet. Wel integendeel. Hij heeft het over een 'wind of opportunity'. 'We hopen dat die zeer succesvol wordt. Want dat gaat er mee voor zorgen dat wearables mainstream worden. Dat het normáál wordt om er één te hebben.'

Het blokkendoos-principe

De technologie is er, met wat verbeelding valt er eindeloos mee te knutselen. Innovatie wordt blokkendoos. Zo zien ook de invloedrijke technologiedenkers Erik Brynjolfsson en Andrew McAfee het, van het Massachusetts Institute of Technology. In hun must read 'Het Tweede Machine Tijdperk' hebben ze het over 'hercombinatie', zeg maar: combinatie-innovatie. Bestaande ideeën en technologieën combineren tot nieuwe toepassingen, met nieuwe toegevoegde waarde. Precies dat soort innovatie is aan het exploderen sinds de digitale omwenteling, stellen ze. Omdat informatie en technologie overvloediger en toegankelijker zijn dan ooit. Het zal in hun ogen tot een omwenteling leiden die even fundamenteel is als de Industriële Revolutie 150 jaar geleden.

Johan De Geyter is het er roerend mee eens. Meer nog: hij wil er met Embracelet een voorbeeld van zijn. 'Ik denk dat we vandaag in Vlaanderen te vaak proberen om het nieuwe atoomelement op de Tabel van Mendeljev te ontdekken. Terwijl: er staan al zoveel elementen op die tabel waarmee we innovatief zouden kunnen zijn, als we ermee aan de slag gaan. We hoeven niet perse een killer app uit te vinden. We kunnen ook vernieuwen door gewoon hard te werken. Daar is niets oneervols aan.'

Johan De Geyter over innovatie

'Met ons verhaal proberen we te tonen hoe onze nieuwe Vlaamse industrie er zou kunnen uitzien. Binnen een nieuwe economie. We willen dit bewust ook in Vlaanderen doen. Al was het maar om te tonen dat je voor dit soort dingen niet noodzakelijk naar Silicon Valley moet, of naar China. We kunnen hier veel - laten we het gewoon dóén. Met een ruime blik. De productie van Embracelet zal hier niet gebeuren. Mogelijk wordt zelfs de software elders geschreven. Maar ook dat moeten we durven: vanuit Vlaanderen naar de wereld kijken om internationale consortiums op te zetten. En exporteren.'

'Als we in Vlaanderen willen blijven innoveren, dan moeten we meer van dit soort dingen doen. Dan moeten we ook leren aanvaarden dat sommige succesvol zullen worden, en andere zullen falen. Dat is de mentaliteit die we hier moeten kweken. Want dat is ondernemen. Dat kan door twee tieners in een garage. Maar dat kan evengoed door een groep mature mensen. We hebben beide nodig. Een verhaal zoals het onze zou eigenlijk niet uitzonderlijk mogen zijn.'