De toekomst. Made in Vlaanderen.

Onze gezondheidszorg krijgt er nieuwe werknemers bij. Ze heten App, Algoritme, Smartphone, Wearable en Sensor.

Door Wouter Van Driessche

Video: Dirk Selleslagh en Wouter Van Driessche - Techniek: Raphael Cockx

Die nieuwe rekruten komen niet zomaar uit de lucht vallen. Ze krijgen vorm in labs, achter laptops, aan keukentafels - een enkele keer zelfs in een kelder. De toekomst, made in Vlaanderen, in vijf korte verhalen. 'Je zíét het echt exploderen.'

Qompium

'Smartphones openen veel mogelijkheden'

Qompium Het jonge team van Qompium, vlnr Frederic Lenaerts, Jo Van der Auwera, Lenn Drijkoningen, Kobe Leysen. (Foto © Tim Dirven)

Een kamer zonder ramen in de kelder van het Ziekenhuis Oost-Limburg in Genk. Op de grond, voor de deur, staat een printer. Geen twee stoelen zijn dezelfde. Welkom in het heerlijk lukrake hoofdkwartier van Qompium, waar alles intens labeur ademt, en focus op de essentie. 'A doctor in your pocket', luidt de slogan van deze prille start-up. Die 'dokter' - de smartphone - heeft hier het afgelopen jaar voorkamerfibrillatie leren diagnosticeren. Hartritmestoornissen, in de volksmond. Qompium bouwde een app om zulke hartritmestoornissen met alleen maar een smartphone op te sporen, zonder verdere hulpstukken. De 'dokter' uit de slogan is geen grootspraak. Bedoeling is om de app klinisch te valideren, en een goedkeuring te krijgen voor medisch gebruik. Dat is hoogst uitzonderlijk voor apps, vandaag. En dus uiterst ambitieus.

Qompium bestaat officieel pas sinds 18 augustus vorig jaar. De gemiddelde leeftijd van de vier oprichters - twee ingenieurs en twee biomedici - is net geen 23 jaar. Maar vorige zomer kregen ze al 50.000 euro van gezondheidszorggigant Bayer. Ze werden één van de vijf winnaars van het 'Grants4Apps Accelerator'-programma van Bayer HealthCare, dat innovatieve 'digital health'-start-ups wil ondersteunen. Ze mochten er ook drieënhalve maand gaan werken, op Bayers campus in Berlijn. Ze kregen er coaching van een senior manager en andere experts. Het waren lange dagen en korte nachten - de oprichters sliepen beurtelings samen in een dubbel bed, wegens geen geld voor meer comfort. 'Daar trokken we lotjes voor', vertellen ze. Ze betalen zichzelf het minimum minimorum - alles om zoveel mogelijk tijd te kopen, tot de app naar de markt kan.

Ik krijg een demonstratie. Ik moet m'n wijsvinger tegen de camera van een iPhone houden - meer niet. In camera's van smartphones zitten lichtsensoren, wordt me uitgelegd. En daarmee valt vrij eenvoudig m'n hartritme te meten, volgens een principe dat met een ingewikkelde naam 'fotoplethysmografie' heet. Telkens als m'n hart klopt, wordt er bloed door m'n bloedvaten gestuwd, en registreert de camera een verandering in de lichtintensiteit. Op dat signaal laat de app van Qompium vervolgens een slim algoritme los, dat alles in real time analyseert. 'Daarin is de meeste koppijn gekropen', zegt ingenieur Lenn Drijkoningen. Hij schreef het algoritme vorig jaar, bij wijze van thesis. Na zestig seconden krijg ik al het resultaat. 'Bedankt voor de meting. Er werden geen abnormale zaken gedetecteerd.'

Je hart checken met je smartphone

'De bedoeling van onze app is om een betere opvolging van hartpatiënten mogelijk te maken', zegt operations officer Jo Van der Auwera. 'Als zo'n patiënt behandeld is, gaat hij zes weken later terug op controle - zoiets. Wat wij willen doen, is cardiologen en patiënten een tool geven om het zwarte gat daartussen op te vullen. Als de app iets abnormaals registreert, kan de patiënt sneller een afspraak maken. En zo het risico verkleinen dat zich bijvoorbeeld klonters vormen - die tot een beroerte zouden kunnen leiden.' 'Meer dan 12,5 miljoen Europeanen lijden aan voorkamerfibrillatie', zegt Kobe Leysen. 'Er is, volgens de literatuur, een lifetime risk van één op de vier op voorkamerfibrillatie als je ouder bent dan 40. Dat zijn heel veel mensen die we zouden kunnen helpen.'

Het potentieel is dus groot, zoals dat dan heet, maar intussen is het hard werken, op onontgonnen terrein. De technologie is nieuw, de mogelijkheden zijn nieuw, de markt is nieuw. Het evolueert allemaal razendsnel. Maar de wereld out there volgt niet per se aan hetzelfde tempo. Qompium gaat uit van een scenario waarbij cardiologen hun app aan hun patiënten kunnen voorschrijven. Alleen: dat kan nog niet in België vandaag, bij afwezigheid van een regelgevend kader. En zelfs als dat op een dag verandert, blijft de vraag: wie zal betalen? 'Da's een heel complex verhaal', zegt Jo Van der Auwera. 'Zal de ziekteverzekering dat op zich nemen? De patiënt zelf? Die zal dat misschien wel willen, maar dan alleen als het terugbetaald wordt. En vooraleer dat kan, zal eerst bewezen moeten worden dat het effectief werkt.'

De klinische tests daarvoor lopen, hier in het ziekenhuis. De eerste resultaten zijn zeer veelbelovend, is te horen. 'Eind dit jaar, begin volgend jaar hopen we onze app te kunnen lanceren', zegt Frederic Lenaerts. Hij volgt de medische regulering en de marktgang op. Tot het zover is, blijft het zwoegen in de zogeheten 'death valley', de dodenvallei tussen het idee en de marktgang. Daar sneuvelen veel beloftevolle start-ups en innovaties, weten ze bij Qompium. Maar de wil om te slagen is groot. 'We voelen veel steun en enthousiasme. Niet alleen in de medische wereld, maar ook bijvoorbeeld bij iMinds, de incubator die ons helpt om onze ideeën daadwerkelijk naar de markt te brengen.'

'De sensoren in smartphones, die bijna iedereen vandaag in zijn zak heeft zitten, openen heel veel mogelijkheden. Ook buiten de cardiologie. Het zou stom zijn daar niets mee te doen. Onze ambitie is om nog veel meer applicaties zoals deze te maken. En om de smartphone te helpen inzetten in het voorkomen en beter behandelen van ziektes. Dat kan. Daarvan zijn we overtuigd.'

In The Pocket

'De vraag is gigantisch'

In The Pocket Jeroen Lemaire (Foto © Sofie Van Hoof)

'mHealth', kort voor mobile health, is hot. Dat merkt ook Jeroen Lemaire van het mobiele agentschap In The Pocket, één van de grootste app-bouwers in Vlaanderen. Zijn bedrijf, amper vijf jaar oud maar al goed voor een 40-tal werknemers, is een interessante barometer. 'Als veel bedrijven uit dezelfde sector naar ons toekomen, dan is die sector duidelijk de mobiele omwenteling aan het maken', zegt hij. De voorbije jaren stonden eerst de grote mediabedrijven aan de deur. Bij hen spoelde de mobiele golf het vroegst aan. Daarna volgden grote spelers uit de bank- en betalingswereld. 'En sinds een maand of zes', zegt Jeroen Lemaire, 'zijn het bedrijven uit de gezondheids- en de zorgsector.'

In The Pocket is zelf geen marktverstoorder of 'disruptor', zoals dat tegenwoordig met een modewoord heet. Het bedrijf komt pas in actie als de markt al verstoord wordt of is. Het helpt gevestigde spelers dan om zich aan de nieuwe realiteit aan te passen. En dat gebeurt nu dus in de gezondheid en de zorg. Een paar jaar geleden zag Jeroen Lemaire al de eerste rimpelingen aan het wateroppervlak. 'Toen begonnen allerlei beloftevolle health-start-ups geld op te halen. Dan duurt het meestal nog wel even voor het écht begint. Traditionele sectoren zijn doorgaans vrij inert in hun reactie op nieuwe technologieën. Maar intussen zijn de directiecomités duidelijk gebrieft. We voelen een enorme tractie. De interesse is heel groot, op alle niveaus, van alle bedrijven die met gezondheid bezig zijn. En dit is nog maar het begin.'

Echt concreet mag hij nog niet worden. In de contracten voor de lopende projecten staan onverbiddelijke zwijgclausules. Maar er zitten 'heel leuke cases' in de pijplijn, klinkt het. En het gaat hard. In 2014 haalde In The Pocket amper 2 procent van zijn jaaromzet uit applicaties in de gezondheidsmarkt. Dit jaar zal dat, met wat nu al getekend is, wellicht 20 procent worden. Conservatief geschat. Ook veelzeggend: sinds zeven maanden heeft In The Pocket een business developper in dienst voor mHealth. Een jonge oudgediende van farmareus Pfizer - Christophe Jauquet. De komende drie maanden heeft hij naar eigen zeggen 26 afspraken in zijn agenda staan met mutualiteiten, ziekenhuizen, zorgcentra en farma-bedrijven. In juni organiseert In The Pocket ook een 'mHealth'-meet-up.

'Je ziet het echt exploderen', zegt Jauquet. 'De groei van health- en fitnessapps in de eerste helft van 2014 was dubbel zo groot als die van om het even welke andere categorie. Mensen gebruikten vorige zomer al bijna even vaak fitness en health-apps als nieuws-apps. Door de enorme groeicurve zal dat intussen wellicht al meer zijn. Zoekopdrachten rond gezondheid zijn vorig jaar ook met 40 procent gestegen. De vraag is gigantisch. Dat is ook logisch. Het gaat over ons allemaal.'

Precies dat maakt de mobiele omwenteling van de zorg onvermijdelijk, zegt Jauquet. 'Het wordt gedreven door de consument. Je voelt de nood. Allerlei apps en draagbare technologieën om ons lichaam te monitoren spelen daarop in. Je ziet nu ook dat gigantisch grote spelers carrément zeggen: we gaan die markt in.'

Jeroen Lemaire: 'Barometer voor disruptie'

De grondstof van die nieuwe markt, dat worden persoonlijke gezondheidsdata. 'Die data zullen door de grote boom van lichaamssensoren steeds overvloediger worden, en steeds rijker', zegt Lemaire. 'De grote uitdaging zal erin zitten: hoe kunnen we die data op een betekenisvolle manier terugkoppelen naar de gebruiker, zodat hij er daadwerkelijk iets mee aankan?' Er zijn op dit moment nog maar weinig apps die dat doen, zegt Lemaire. Maar die zullen er snel komen, verwacht hij. 'De consument zal dat aantrekken. De grote hoop is ook dat mHealth de gezondheidszorg efficiënter zal maken, en de kosten beheersbaarder zal maken. Daar gaat het uiteindelijk om - het systeem betaalbaar houden.'

De mobiele omwenteling zal de gezondheidszorg as we know it niet 'omtikken', verwachten Lemaire en Jauquet. Daarvoor is de sector te gespecialiseerd. Te veel een people's business ook. Technologie zal op korte en middellange termijn geen dokters of verpleegsters vervangen. De regelgeving is ook streng. Dat zou een rem kunnen vormen, zegt Jauquet. 'Neem heel simpel: het delen van data. Dat gaat gebeuren. Dat gebeurt nú al. Alleen: dat druist regelrecht in tegen hoe de sector vandaag werkt. Hoe zal de sector zich aanpassen? En hoe snel? Hetzelfde met communicatie. Er is nu weinig tijd voor het zorgpersoneel om echt met patiënten te communiceren. Maar in de toekomst zal de klemtoon van hun job op dat sociale komen te liggen, omdat technologie de werklast kan verlichten.'

Een en ander zal wel voor grote veranderingen zorgen, verwacht Jeroen Lemaire. 'Als je ziet hoe de sector vandaag werkt, met veel papierwerk en machines die stand alone staan te draaien in ziekenhuizen, dan zal al het verzamelen en digitaliseren van data een enorme stap zijn. Als je met die data als hefboom dan nog eens toepassingen kunt maken om die data terug te koppelen naar patiënten, dan zul je al iets heel disruptiefs gedaan hebben. Met alle voorbehoud dat daarbij te maken valt, natuurlijk. Je kunt wel progressief denken, maar je moet wel even stilstaan bij wat je juist gaat doen, en bij alle risico's die daarbij horen.'

imec

'De volgende stap is gedragsverandering'

Bert Gyselinckx Bert Gyselinckx (Foto © Wim Kempeneers)

Een hightech-diadeem op m'n hoofd. Kronkelende lijnen op het scherm van een laptop. Hallo, hersenactiviteit. Prettig kennismaken zo, buiten het ziekenhuis en volledig draadloos. Een slimme pleister op m'n borst registreert intussen dat ik stilzit. Hij weet ook wanneer ik dat niet doe, en wat ik in dat geval precies wél aan het doen ben - wandelen, lopen of fietsen. Zo kan hij heel precies m'n energieverbruik meten. Het polsbandje dat voor me ligt, leert dan weer zeer accuraat mijn stressniveau berekenen. Op basis van onder meer huidgeleiding en zweetanalyse.

Dit zijn - voor alle duidelijkheid - geen producten die nu al op de markt zijn. Het zijn prototypes van de draagbare gezondheidstechnologie van morgen, die overmorgen misschien wel in onze slimme horloges zal zitten, of in onze kledij. Die technologie wordt hier bedacht en ontwikkeld, door de 170 ingenieurs en onderzoekers van het Holst Centre in Eindhoven. Een joint venture is dat van het wereldvermaarde Leuvense onderzoekscentrum imec en de Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek - kortweg: TNO.

'Toen we in 2000 met wearables avant-la-lettre begonnen, was dat nog behoorlijk exotisch', zegt managing director Bert Gyselinckx. 'Het heeft een hele tijd geduurd - tot 2010, ongeveer - voor zulke toestellen comfortabel werden, zodat ze bij de consument ingang vonden, onder de vorm van horloges, bandjes en headsets voor gaming, bijvoorbeeld. Vandaag heb je toestellen voor hardcore medisch gebruik en consumentenproducten, die dikwijls wat minder duur zijn, en wat meer op fun geënt. Daar zie je nu een trend naar convergentie. Consumenten krijgen nu toestellen aangereikt die een aantal metingen doen en in grafiekjes vatten, om de informatie voor hen bevattelijk te maken.'

Imec was destijds één van de eerste onderzoeksinstellingen die inzette op draagbare technologie. Intussen is het booming business. 'Er zijn nu veel meer partijen die daar onderzoek naar doen', zegt Gyselinckx. 'Vroeger waren dat er een handvol, vandaag zijn het er honderden. Het speelveld is veel breder. Dat maakt het een pak boeiender. Je krijgt veel meer nieuwe ideeën, nieuwe dingen die bedacht worden, nieuwe toepassingen. Je ziet een versnelling.'

Veel technologie is er, intussen. En ze wordt almaar beter, goedkoper en dus ook toegankelijker. 'Bijna elke huis-, tuin- en keukenelektronicus kan dingen ontwerpen met wat er vandaag is', zegt Gyselinckx. 'Het is niet meer zo geweldig complex. Je hebt een toestel nodig, iets in de cloud en een app. Maar er blijven wel beperkingen. Precies daarin ligt onze rol als onderzoekscentrum. Hoe maken we de technologie nóg beter? Hoe zorgen we ervoor dat ze nog minder vermogen nodig heeft, of kleinere baterijtjes - of zelfs helemaal géén - zodat we ze nog verder kunnen miniaturiseren? Hoe maken we de technologie bijvoorbeeld rekbaar, zodat ze ook in kledij kan?'

Bert Gyselinckx: 'Meer weten, meer feedback'

De toepassingen van nu - voornamelijk slimme horloges en bandjes - zijn nog maar een eerste stap, zegt Gyselinckx. Nog veel meer zal uitgerust worden met sensoren. En dan in eerste plaats dingen wat we nu al dragen, omdat het moeilijk is om nieuwe toestellen ingang te doen vinden. 'Vandaag zie je horloges. Maar mensen dragen ook brillen, juwelen en earphones. Dat zijn ongetwijfeld de volgende dingen waarin draagbare gezondheidstechnologie verwerkt zal worden. Er zijn al ringen met sensoren. Earphones ga je ook zien komen. En wij werken aan slimme lenzen, samen met de Universiteit Gent. Je kunt elektronica ook in flinterdunne folietjes integreren, en er een soort tattoos van maken.'

De grote belofte is: 24/7 ons lichaam kunnen meten. 'Met zulke continue metingen, kun je trends laten zien', zegt Gyselinckx. 'En dat is iets wat we vandaag niet hebben. Je gaat naar de dokter, je zegt 'A', je krijgt een bloeddrukmeter om en twee minuten later ben je gemeten. Maar vanwaar kom jij? Is je bloeddruk nu aan het stijgen of aan het dalen ten opzichte van een jaar geleden? Dat zijn de trends die dit soort technologieën kunnen leveren. En die zijn voor clinici zeer relevant. Op voorwaarde dat we 't goed en accuraat meten, vanzelfsprekend.'

'Vandaag zitten we in de fase van het meten. Hartslag, ademhaling, calorieverbruik - we kunnen dat nu monitoren en mooi grafisch weergeven. De logische volgende stap is: hoe gaan we mensen op basis van die data tot een stuk gedragsverandering inspireren, als dat nodig is? Je kunt zeggen: stop met roken, eet gezonder, ga lopen. Maar dat werkt niet - dat weten we. Hoe kunnen we met die nieuwe tools die we nu hebben daarvoor inzetten? Dat wordt de grootste uitdaging van de komende jaren. Heel veel slechte gewoontes geven een instant-bevrediging. De kwalijke gevolgen komen pas tien of twintig jaar later. En ons brein is er niet op ingesteld om dat soort trade-offs te maken. Kunnen we daarop inspelen? Ik weet nog niet helemaal hoe we dat gaan aanpakken. Maar het is volgens mij wel de richting die we uit moeten om met die nieuwe technologieën een verschil te maken.'

De ultieme ambitie is de 'soft side', zegt Gyselinck. De geest. 'Vandaag zijn we nog heel erg bezig met de fysica van het lichaam. Wat we meten, is druk, spanning en stroom - allemaal fysische parameters. De volgende stap is de biochemie. Vloeistoffen zoals bloed, urine en speeksel. Wat vertellen de moleculen? Dat zien we hier nu ook komen. Maar als je kijkt naar wie wij zijn, dan worden we maar deels gedefinieerd door al die dingen. Een heel deel van onze gezondheid heeft te maken met hoe we ons voelen en wie we denken te zijn. De psychologische kant van de zaak.'

'We hebben vandaag nog geen duidelijk idee van hoe we dat gaan capteren, maar waarschijnlijk zijn we daar binnen tien jaar wel mee bezig. Hoe meet je de geestelijke gezondheidstoestand van iemand? En hoe ga je daarop inspelen? Dat lijkt me een geweldig fascinerend domein.'

Cubigo

'Individu neemt zorg mee in handen'

Cubigo Geert Houben (Foto © Emy Elleboog)

Het is een lange weg van Diepenbeek naar San Francisco - 8.915 kilometer, om precies te zijn. Maar Geert Houben van de Limburgse start-up Cubigo doet 'm regelmatig. De laatste keer, in februari, verbleef hij er twee weken in een villa. Hij nam er deel aan BlackBox Connect, een prestigieus bootcamp van Google voor de vijftien meest beloftevolle start-ups ter wereld. Onder de gelukkigen: een web-outlet, en een start-up die een app ontwikkelde voor fan-video's van concerten en sportevenementen. En dan was er dus ook Cubigo, een online platform met zorg-applicaties voor senioren. 'Ik heb daar nogal wat verbaasde blikken gekregen van de andere deelnemers', geeft Houben toe. 'Tablets, apps en ouderenzorg - dat was geen combinatie waar de meesten zich meteen veel bij konden voorstellen.'

Geert Houben kon dat lange tijd ook niet. Zijn eerste start-up, Visiori, maakte een applicatie waarmee mensen zichzelf konden fotograferen bij het passen van nieuwe brilmontuuren. Maar toen werd Houbens grootmoeder hulpbehoevend. En toen ging het licht branden. 'Toen ik mijn ouders en hun broers en zussen zag struggelen om thuis voor haar te kunnen zorgen, dacht ik: 'Hier moet technologie toch kunnen helpen?' Vanuit die zoektocht is het begonnen. Mensen worden almaar ouder - gelukkig maar. Ze willen graag zo lang mogelijk zelfstandig in hun vertrouwde omgeving wonen. Cubigo wil dat matchen met allerlei nieuwe technologieën die mensen nu - voor het eerst - de mogelijkheid geven om een stuk van hun zorg zelf in handen te nemen.'

In het kantoor van Geert Houben, in het Wetenschapspark in Diepenbeek, hangt zulke nieuwe technologie. 'Zie je dat bakje daar aan de deur? Dat is een sensor, die allerlei activiteiten kan registreren. Zulke sensoren beginnen heel erg te boomen. Net zoals allerlei andere slimme apparaten. En allerhande online diensten. Wat wij bij Cubigo doen, is al die dingen bij elkaar brengen in één enkel systeem, met één simpele interface. Heel gemakkelijk te bedienen, allemaal op dezelfde manier. Zo maken we die dingen ook toegankelijk voor senioren die nauwelijks ervaring hebben met computers. Om op die manier zelfzorg mogelijk te maken, en een makkelijker contact met hun zorgnetwerk.'

Geert Houben: 'Technologie zal zorg veranderen'

Cubigo telt momenteel 12.000 gebruikers, in vier landen. Via het platform kunnen ze onder meer maaltijden bestellen, herinneringen instellen voor hun medicijnen, of een afspraak maken met hun arts. Maar evengoed: het nieuws uit hun buurt volgen, elkaar berichten sturen, YouTube-video's bekijken en zelfs Skypen. Elke twee weken worden nieuwe features toegevoegd. 'Hoe meer toestellen en diensten er op de markt komen, hoe meer nood er zal zijn aan een systeem dat alles op een eenvoudige, intelligente manier samen brengt en integreert', zegt Houben. 'Ook omdat het pas écht interessant wordt als je die data aan elkaar kunt koppelen. Want dan kun je proactief gaan werken.'

'Stel bijvoorbeeld dat je een eenvoudige sensor hebt zoals er hier één hangt, die registreert dat de toiletdeur elke nacht tien keer opengaat. En stel dat je een slimme weegschaal hebt die een snelle gewichtstoename vaststelt. Die beide vaststellingen samen zouden kunnen wijzen op een toenemend hartfalen. Als artsen in zo'n geval de medicatie dan tijdig zouden kunnen aanpassen, zouden ze een ziekenhuisopname kunnen vermijden. Alleen: om die data te kunnen koppelen, heb je één horizontaal platform nodig, dat de juiste data op het goede moment bij de juiste mensen brengt. Zo'n platform bouwen wij dus.'

'Wij', dat is behalve Geert Houben nog een tweede investeerder, die de helft van de aandelen in Cubigo heeft: Peter Willems. En dat is - opmerkelijk - een arts. Hij belde Geert Houben onmiddellijk toen hij drie jaar geleden via-via over Cubigo hoorde. 'We spraken af voor een koffie. Anderhalf uur later reden we al samen naar Geerts volgende afspraak. Meteen was duidelijk: 'Wij gaan dit vanaf nu samen doen.' Wat me geweldig aansprak, was het idee om te vertrekken van het individu. En om dat individu zelf een actieve rol te geven in het hele zorgproces, met de hulp van technologie. Dan heb je het niet meer gewoon over 'de patiënt centraal' stellen. Dan gaat het echt over een participatief zorgmodel.'

'Cubigo vertrekt van zelfzorg. Maar er zit ook een tweede laag rond - mantelzorg, buurtzorg - die we maximaal ondersteunen. Ook om een antwoord te bieden op problemen als vereenzaming. Als je dat dan nog eens kunt koppelen aan gezondheidszorg, dan maak je de cirkel helemaal rond. Precies dat gaat ons ook helpen om het systeem op termijn kwalitatief en betaalbaar te houden. Daar ben ik van overtuigd. De koppeling van zelfzorg, mantelzorg en gezondheidszorg, met de hulp van technologie. De technologie is er. En ze is er klaar voor. Je kunt het zo gek niet bedenken, of er bestaat wel een toestel voor, of een app. Daar ligt de uitdaging niet meer. De uitdaging wordt: hoe gaan we al die dingen integreren?'

'Ik geloof dat ons land daarin het voortouw kan nemen. We hebben een bijzonder goed gezondheidszorgsysteem. Als we daar technologische innovatie aan koppelen, en integreren in onze processen, dan hebben we alles in huis om hier een geweldig R&D-lab te worden en tegelijk een state of the art gezondheidszorg te hebben.'

FamilyEye

'Mensen gemoedsrust geven'

Familyeye Sylvie De Smet en Natasha Dewaele

Iedereen innovator. Dat is de grote belofte van de digitale omwenteling. Er is tegenwoordig zo'n weelde aan toegankelijke, betaalbare en krachtige technologie, dat innovatie niet langer het privilege hoeft te zijn van grote, kapitaalkrachtige spelers. Dat blijkt ook uit het verhaal van FamilyEye, de zorg-start-up van Natasha Dewaele (46) en Sylvie De Smet (42).

FamilyEye ontstond vier jaar geleden aan een keukentafel, in een huis tussen Veurne en De Panne. Daar vertelde Natasha Dewaele, maatschappelijk assistente, af en toe over alweer een bejaarde die na een valincident op de grond gevonden was. Dat zette Sylvie De Smet aan het denken. Hoe kon het dat er in de 21ste eeuw nog steeds mensen moesten liggen wachten en hopen op hulp, als ze bijvoorbeeld hun alarmknop niet bij de hand hadden, of er niet meer op konden duwen? Viel er geen systeem te bouwen dat vanzelf alarm zou slaan?

Sylvie De Smet, op dat moment nog account manager bij Microsoft, besloot om zelf zo'n systeem te proberen bouwen. Ze begon na haar uren een algoritme te schrijven om bewegingssensoren valincidenten te leren detecteren. Intussen is ze al drie jaar voltijds ondernemer. 'Dit is het resultaat', zegt ze trots. 'Een eigen toestel met een eigen algoritme. Dit is FamilyEye.' Ze toont een beamer-achtig toestel, niet veel groter dan een flinke roman. Het kan aan de muur of aan het plafond bevestigd worden. Drie jaar onderzoek en ontwikkeling is erin gekropen, vertelt ze. 'Allemaal gefinancierd met ons eigen spaargeld.'' Pas een paar maanden geleden werd een externe investeerder aangetrokken. Om de productie - in Nederland - te financieren. Intussen zitten drie programmeurs in het team. Eind deze maand zouden de eerste toestellen in een rusthuis geïnstalleerd worden.

'FamilyEye is een automatisch valdetectiesysteem', legt Natasha Dewaele uit. 'Als een bejaarde valt, thuis of in een rusthuiskamer, registreert de sensor dat. Dan worden beelden van de valpartij naar zijn of haar zorgnetwerk gestuurd. Via een app, een e-mail of een ander signaal. Als dat gebeurt, kunnen mensen uit het zorgnetwerk de bejaarde ook zien en horen, en met hem of haar praten. De bejaarde zelf hoeft geen alarmknop of wat dan ook te dragen. Hij hoeft ook niets te doen. Alles gebeurt volledig automatisch.'

Sylvie De Smet: 'Automatisch alarm bij een val'

Het klinkt simpel om sensoren dat te leren, het is het allerminst. Ze mogen niet op schaduwen reageren, bijvoorbeeld. En ze mogen niet alleen alarm slaan als iemand op de grond terecht komt. Wie bijvoorbeeld op tafel valt bij het vervangen van een lamp, is evengoed gevallen. Met zulke dingen zou het algoritme van FamilyEye rekening houden, maken Natasha Dewaele en Sylvie De Smet zich sterk. Ze deden tests in een zorginstelling en namen een patent op hun oplossing.

Zit zulke innovatie 'van onderuit' ook in de zorg in de lift - toch een behoorlijk gespecialiseerde sector? 'Ja', zegt Lieve Apers. Zij begeleidde FamilyEye de voorbije twee jaar, als coördinator van het Contactpunt Zorgeconomie van het Agentschap Ondernemen. De overheid zet ook in op zulke innovaties, zegt ze. Door ondernemers in contact te brengen met kennisinstellingen en partijen uit de zorgsector. Vlaanderen richtte daar zelfs een beleidsoverschrijdend platform voor op, Flanders' Care, dat innovatie, ondernemerschap en zorg samenbrengt en stimuleert met begeleiding op maat voor vernieuwende ondernemersideeën in de zorgsector, soms ook financieel.

Op een kast in het kantoor van FamilyEye staan de eerste toestellen klaar om gemonteerd te worden. 'De eerste prototypes, die lieten we 3D-printen', zegt Sylvie De Smet. 'Ook dat maakt zulke dingen nu doenbaar en democratisch. Al moet je die democratisering nu ook weer niet overschatten. We hebben dit kunnen doen omdat we al wat ouder waren en al iets opgebouwd hadden. Er zijn, ondanks alles, nog altijd veel tieners en twintigers met geweldige ideeën die hun start-up-droom na zes of acht maanden moeten opbergen uit geldgebrek.'

Intussen zouden ook ziekenhuizen interesse hebben in toepassingen van FamilyEye. 'Vorige week nog zei een arts ons: die beelden van valpartijen kunnen van goudwaarde zijn. Heel vaak weten mensen die gevallen zijn niet precies meer wat er gebeurde, of hoe. Maar als je die informatie hebt, kun je daar ook preventief iets mee doen.'

Met zijn sensoren wil FamilyEye ook toelaten om de leefpatronen van senioren op te volgen, en zo sneller problemen te detecteren. Als ze 's nachts door het huis zouden beginnen te dwalen, bijvoorbeeld. Maar het is geen systeem om mensen aldoor in de gaten te houden, benadrukken Dewaele en De Smet. De gebruikers kiezen zelf wat er met wie gedeeld wordt, en hoe. En de sensoren sturen enkel beelden door bij eventuele valincidenten. 'We maken geen bewakingstechnologie. Wat wij mensen willen geven, is: gemoedsrust. Het mooie is dat die technologie nu beschikbaar wordt, en dat de consument zelf kan beslissen. Wil hij deze oplossing? Of een andere? Tot voor kort was de keuze veel beperkter.'