Interactief

Waar liggen de duizenden hectares bedreigde landbouwgrond?

Het zevende mestactieplan (MAP7) dreigt fors te knippen in het landbouwareaal. Met bufferzones van 6 meter rond elke rivier, beek en gracht verliest Vlaanderen zo'n 30.000 hectare landbouwgrond. De Tijd toont waar de impact het grootst is, van de telers in de West-Vlaamse polders tot de boeren in het Waasland.

Door Thomas Segers, Olaf Verhaeghe en Raphael Cockx 17 November 2022

Het Vlaamse oppervlaktewater is er slecht aan toe. Al jaren is de kwaliteit van het water te laag en de druk van meststoffen te hoog. In een op de drie meetpunten in Vlaanderen zit te veel nitraat in het oppervlaktewater, in zes op de tien meetpunten overschrijdt het fosfaatgehalte de norm.

Dat moet omlaag, benadrukt de Europese Commissie, en snel. Volgens de Europese kaderrichtlijn Water moeten alle waterlichamen tegen 2027 een 'goede toestand' bereiken. Voorlopig zit Vlaanderen, samen met onder meer Nederland en Duitsland, echter bij de slechtste leerlingen van de klas. De doelen die de voorbije jaren waren vooropgesteld, worden niet gehaald.

Nitraten en fosfaten uit meststoffen komen te vaak in Vlaamse waterlopen terecht

Bron: VMM

Met een nieuw mestactieplan - het zevende sinds begin jaren 2000 - viseert de Vlaamse regering de landbouw. Een set maatregelen moet overbemesting en de vervuilende impact ervan terugdringen. Een eerste werktekst van Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA) verdween even snel van de onderhandelingstafel als hij er was beland.

Voor de boeren en hun belangenverenigingen gingen de voorstellen veel te ver, de verwerkende industrie vreesde voor haar toekomst en ook coalitiepartner CD&V bestempelde het ontwerpplan als onverteerbaar.

De landbouworganisaties werden daarop samen met natuur- en milieubewegingen naar de tekentafel gestuurd. Bereiken zij geen akkoord waarmee ook Europa zich kan verzoenen, dan gaat het explosieve dossier opnieuw naar de politiek.

De breedte van de buffer

Een van de zaken waarover het MAP-overleg zich buigt, zijn de bufferzones: teeltvrije stroken rond waterlopen waarop landbouwers niet langer mogen boeren. Afhankelijk van de breedte van die buffers wordt de impact op de Vlaamse landbouw groter.

Maar hoe groot precies? En waar in Vlaanderen botsen de bufferstroken het meest met de teelt? De Tijd legt alle kaarten op tafel en op elkaar.

Net zoals we heel versnipperd wonen, is Vlaanderen een groot lappendeken van landbouwgronden.

De bijna 500.000 percelen zijn alles samen goed voor net geen 675.000 hectare landbouwgrond, blijkt uit data van het departement Landbouw.

De grootte van de percelen loopt fel uiteen, van piepkleine stukjes van enkele tientallen vierkante meters tot percelen van meer dan 50 hectare. West-Vlaanderen is met bijna 206.000 hectare de landbouwprovincie bij uitstek.

Tegelijk wordt Vlaanderen doorkruist door waterwegen, van grote rivieren en kanalen over kleinere bevaarbare en onbevaarbare waterlopen tot kleine beken en grachten.

Onderzoek van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), de Bodemkundige Dienst van België en het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) leert dat ongeveer 23.000 kilometer waterlopen grenst aan landbouwpercelen. Toch is dat eerder een onderschatting, want niet al het water is toen in rekening genomen.

Vandaag zijn langs waterlopen al teeltvrije zones van 1 meter vastgelegd. Landbouwers moeten er minstens 1 meter afstand van de waterloop bewaren. In heel Vlaanderen wordt zo iets meer dan 4.700 hectare uit het bruikbare landbouwareaal weggeknipt, minder dan 1 procent van het totaal.

De bufferstroken zijn nuttig omdat ze verhinderen dat te veel nutriënten tijdens het mesten rechtstreeks in het water belanden. Daarnaast voorkomen ze dat te veel meststoffen wegspoelen in de rivieren en beken.

Als de teeltvrije zones in het nieuwe mestactieplan uitbreiden tot 3 meter, komt bijna 14.000 hectare landbouwgrond in een teeltvrije strook te liggen. We nemen die 3 meter als een van de mogelijke toekomstscenario's, zoals ook de VLM en het ILVO eerder deden.

De uitbreiding naar bredere bufferstroken verdrievoudigt dus de impact op het landbouwareaal in Vlaanderen. Meer dan 2 procent van alle landbouwgrond moet dan onbeteeld en onbewerkt blijven.

Er is ook een maximumscenario met bufferstroken van 6 meter breed, de afstand die Demir in haar initiële MAP-ontwerp naar voren schoof. Die breedte is in de ogen van de landbouworganisaties meer dan een brug te ver, natuurbewegingen zijn er wel voorstander van.

Bij teeltvrije zones van 6 meter breed wordt bijna 30.000 hectare landbouwgrond niet langer bruikbaar om groenten, maïs of aardappelen te verbouwen. Dat is 25.000 hectare meer dan vandaag en 4,4 procent van het totale Vlaamse landbouwareaal.

Vooral in de West-Vlaamse polders in de buurt van Brugge en Blankenberge, die doorspekt zijn met kleine waterlopen, is de impact van het maximumscenario aanzienlijk. De regio Diksmuide, ook in West-Vlaanderen, kleurt eveneens donkerrood.

Ook het Meetjesland, ten noorden van Gent, en grote delen van het Waasland kleuren rood. Elders in Vlaanderen zijn de gevolgen van bredere bufferstroken veel beperkter.

De brede teeltvrije stroken raken zes van de tien Vlaamse landbouwpercelen. Vaak beperkt, maar soms aanzienlijk. Bijna een op de vijf percelen wordt door de ingreep minstens 10 procent kleiner. Iets meer dan 4 procent van de landbouwgronden verliest een kwart oppervlakte of meer.

Door de forse versnippering zouden vooral kleine percelen de dupe worden. Meer dan 20 procent van de geraakte percelen is kleiner dan een halve hectare, bijna de helft van de landbouwgronden die geviseerd worden, is niet groter dan een hectare.

Op basis van alle individuele perceelaangiftes van de Vlaamse boeren kunnen we de gronden inkleuren per type. Grasland is met ruim 234.000 hectare goed voor iets meer dan een derde van de totale landbouwoppervlakte.

  • Grasland
  • Maïs
  • Aardappelen
  • Groenten, kruiden en sierplanten
  • Granen, zaden en peulvruchten
  • Andere gewassen

Weiland en gras zijn uiteraard maar één type dat landelijk Vlaanderen kleur geeft. Ook de aanzienlijke hoeveelheid maïsteelt valt op. En er zijn tienduizenden hectares met graansoorten, aardappelen, groenten, sierplanten en fruit.

Elke teelt is anders

De vraag is op welke teelt de impact van de breedste bufferstroken het grootst is. Daarvoor kruisen we de kaart met teeltvrije zones met de ingekleurde percelen. De 673.895 hectare landbouwgrond in Vlaanderen valt zo uiteen in zes grote categorieën.

Grasland bedekt veruit het grootste deel van de percelen, gevolgd door maïsteelt, goed voor ruim 180.000 hectare. Alle landbouwgronden samen waarop granen, zaden en peulvruchten worden geteeld, beslaan meer dan 88.000 hectare.

De Vlaamse aardappelteelt is goed voor iets meer dan 53.000 hectare. Groenten, kruiden en sierplanten voor bijna 32.000 hectare. Een restcategorie omvat onder meer de percelen waar fruit, noten, voedergewassen, vlas en allerhande houtsoorten gekweekt worden.

Bij bufferstroken van 6 meter breed valt zowat 15.000 hectare grasland in een teeltvrije zone. Dat is 6,5 procent van het grasland in Vlaanderen. De verloren weilanden zijn goed voor de helft van het totale verlies van landbouwgrond. De impact op grasland is wel minder direct en daardoor beperkter dan die op akkerbouw.

Voor de andere teelttypes zijn de verliezen beperkter, zowel in absolute cijfers als in vergelijking met het teeltspecifieke totaal. Bij de maïsteelt gaat met goed 6.800 hectare slechts 3,7 procent van het areaal verloren. Voor de aardappelen ligt de tol lager, de impact op groenten en kruiden is nog kleiner.

De gevolgen van bredere bufferstroken lopen dus vrij fel uiteen, niet alleen geografisch maar ook qua teelt. Zowel de ligging als het teelttype in rekening nemen, levert dan ook een nog gedetailleerder beeld op van de impact op de Vlaamse landbouw.

In West-Vlaanderen, de provincie met de meeste landbouwgronden, zou bijna een tiende van het grasland in een teeltvrije strook van 6 meter vallen. In geen enkele van de vier andere provincies ligt dat cijfer hoger.

In Oost-Vlaanderen en Antwerpen boeten bij een buffer van 6 meter vooral de maïs- en de aardappelteelt aan oppervlakte in. In beide provincies gaat ongeveer 4,5 procent van het areaal verloren. De impact op het verbouwen van groenten en graansoorten schommelt zowel in West- en Oost-Vlaanderen als in Antwerpen rond 3 procent. In Limburg en Vlaams-Brabant zijn de verliezen voor alle teelten veel beperkter.

In euro's

De teeltvrije stroken treffen dus vooral grasland, veel meer dan de teelt van aardappelen, bloemkolen, boontjes of granen. Maar uitgedrukt in opbrengstverliezen is de impact op die laatste categorieën veel groter.

Als de duizenden hectares grond waarop nu nog aardappelen en groenten geteeld kunnen worden plaats moeten ruimen voor bufferzones, lopen de bedragen snel op. Dat blijkt uit een studie uit 2020 van de VLM, het ILVO en de Bodemkundige Dienst van België.

Bij teeltvrije stroken van 3 meter breed schat de VLM het totale opbrengstverlies in Vlaanderen op zo'n 13,2 miljoen euro, bij teeltvrije stroken van 5 meter gaat het al om 20,9 miljoen euro. Een scenario met 6 meter brede bufferzones werd niet in de studie opgenomen, maar het spreekt voor zich dat de opbrengstverliezen dan nog hoger liggen.

Per extra teeltvrije meter nemen de opbrengstverliezen lineair toe, zeggen de onderzoekers. Maar de ecologische winst, zoals de hoeveelheid meststoffen die rechtstreeks in het water terechtkomen, evolueert niet langer in dezelfde mate mee.

Terwijl de meemesthoeveelheid bij een opschuivende buffer van 0 naar 1 meter ten opzichte van de waterloop met 23.000 kilogram stikstof daalt, zakt dat verschil met bredere teeltvrije stroken naar 12.500 kilogram per extra meter. Het is dan ook de vraag of die baten de opbrengstverliezen voldoende compenseren.

Naar akkoord

Zoals gezegd zijn teeltvrije zones niet de enige maatregel die in de voorbereiding voor een nieuw mestactieplan op tafel liggen. Er kunnen ook nieuwe maximumgrenzen voor het bemesten komen en er zijn mogelijkheden om mest- en oogstmomenten te beperken in de tijd.

Zeker is wel dat de bufferstroken een essentieel deel zijn van de discussie tussen boeren en natuurorganisaties. Op hoeveel meter ze uiteindelijk uitkomen, zal de komende weken duidelijk worden.