Gezocht: ondernemer/rockster

Tesla-baas Elon Musk heeft meer volgers op Twitter dan U2 en The Rolling Stones samen. De rocksterren van de 21ste eeuw zijn tech-ondernemers. Hun snelle, lenige en innovatieve bedrijven gelden als voorbeeld voor ons allen. En dat moeten ze ook hier doen, vindt minister van Digitale Agenda Alexander De Croo. Worden start-ups de maat voor alles?

Door Wouter Van Driessche

Foto's: Wim Kempenaers, Dieter Telemans, Belga, Shutterstock - Video's: Wouter Van Driessche, Dirk Selleslagh - Techniek: Raphael Cockx

'Onnozelaar.' Dat kreeg Alexander De Croo (Open VLD) meer dan één keer naar zijn hoofd geslingerd, vertelt hij, toen hij in een vorig leven internetondernemer werd. We zitten op de achterbank van zijn dienstwagen, voor een aller-retour Brussel-Hasselt. De Croo gaat er als minister van Digitale Agenda een aantal start-ups bezoeken in de gloednieuwe Corda Campus. Hij vouwt zorgzaam zijn das op, legt hem op de hoedenplank en maakt het bovenste knoopje van zijn hemd los. Dit bezoek is duidelijk niet zomaar een plichtpleging. Het is even zuurstof tanken. Een trip down memory lane, ook.

Op zijn 31ste begon De Croo zelf een start-up. In 2006 was dat. Hij liet er na zeven jaar een prestigieuze job voor staan bij de Boston Consulting Group. En daar had hij nochtans voor moeten knokken. Toen hij een eerste keer solliciteerde, student nog, mocht hij niet eens op gesprek, vertelt hij. Zijn punten waren niet goed genoeg, kreeg hij te horen. 'Ik had me er altijd makkelijk van afgemaakt', geeft hij toe. 'Maar ik was razend. 'Ik zal eens laten zien wat ik kan', zei ik. Het laatste jaar zette ik alles op alles. Ik haalde hoge scores. En toen belde ik terug: 'Wil je mij nu interviewen?' (lachje) Een beetje arrogant, wellicht. Maar het lukte.'

De job was een droom die werkelijkheid werd, zegt De Croo. Maar hij had ook een andere, nog grotere droom. Een start-up uit de grond stampen. In het begin van het nieuwe millennium speelde hij al met het idee van een gepersonaliseerde online radio.

Er volgden nog wat andere vage ideeën, die keer op keer sneuvelden voor ze meer konden worden dan dat. Tot 2006, dus. Toen gaf De Croo zichzelf een half jaar om het écht te proberen. 'Het kon compleet mislukken', zegt hij. 'Maar net daaruit haalde ik veel motivatie. Het idee dat ik zou moeten zeggen: 'het is niet gelukt' — ik kon dat niet aan.'

De Croo begon met drie vennoten Darts-ip : een online databank met informatie over intellectueel eigendomsrecht. Ze verzamelden vonnissen waarin juristen met behulp van algoritmes heel specifieke cases konden opzoeken. Bijvoorbeeld: het oordeel van een rechter over twee merken met min of meer dezelfde naam. Het sloeg aan. Darts-ip heeft intussen dertien vertegenwoordigingen, van Brussel over New York tot Rio de Janeiro en Hongkong. De Croo is nog steeds aandeelhouder.

Maar in 2006 oogstte hij vooral onbegrip, vertelt hij. En opgetrokken wenkbrauwen. 'We keerden we onszelf een zeer beperkt loon uit. Een fractie van wat ik daarvoor verdiend had. Mensen zeiden: 'Onnozelaar. Denk eens aan alle winstderving die ge al hebt gedaan.' Ik zei: 'Da's waar. Maar ik amuseer mij kostelijk. En dat is onbetaalbaar.''

Nieuwe rocksterren

'Onnozelaar.' Zou dat vandaag nog altijd de reactie zijn, als een twintiger of dertiger een vaste job zou laten staan, om een digitale droom na te jagen? Avontuurlijk blijft het, uitzonderlijk is het steeds minder. Kop in De Tijd, eind maart: 'Nooit eerder zoveel geld voor start-ups'. In zes maanden haalden allerlei technologiefondsen bij vermogende Belgen bijna 200 miljoen op voor start-ups en groeibedrijven, leerde een rondvraag. Er bleken plannen te zijn voor nog eens 250 miljoen, conservatief geschat. 'Het nieuwe El Dorado', noemde premier Michel (MR) de digitale economie onlangs nog.

In dat nieuwe goudland wil de Corda Campus, die De Croo vandaag zijn ministeriële zegen komt geven, een nieuwe mijn worden. 'Vroeger ontgonnen we hier kolen, nu talent', zegt Stijn Bijnens, bij wijze van welkomstwoord. Hij is de CEO van de Limburgse Reconversie Maatschappij, kortweg LRM, de financier van het project. Amper twee maanden na de opening zitten er al 32 start-ups. Dat is dubbel zoveel als LRM zich het eerste jaar tot doel had gesteld. De investeringsmaatschappij heeft intussen, verspreid over Limburg, vijf zulke 'incubatoren' oftewel broedplaatsen. Plus, sinds kort, een pied-à-terre in New York. En er is een masterplan voor nog meer, zegt Bijnens. De ambities zijn duidelijk torenhoog.

De Corda Campus

De Corda Campus

De ambities van De Croo zijn dat niet minder. 1.000 nieuwe start-ups wil hij tegen 2020. Zo staat het in Digital Belgium, zijn actieplan om ons land in de digitale top-3 van Europa te krijgen. In de 'pitch corner' van de Corda Campus zet hij de nuts and bolts van dat plan uiteen, voor een paar dozijn jonge tech-ondernemers. Hij haalt ook herinneringen op aan zijn eigen start-up. Toen hij die in 2009 vaarwel zei om het vaderland te dienen, had hij tranen in de ogen, vertelt hij het publiek. 'Dat was mijn baby — ik was daar dag en nacht mee bezig geweest. Maar: no regrets.'

Het actieplan Digital Belgium is maar een eerste stap, speecht De Croo verder. 'Onlangs was ik op het Mobile World Congress in Barcelona. Mijn reactie daar was: 'Wow, we moeten gewoon elke Belgische CEO naar hier meenemen. We moeten hen laten zien: dit is wat er gaat gebeuren de komende twee, drie jaar' [...] Ik heb soms het gevoel dat het een van onze taken zal zijn om KMO-België wakker te schudden. Ik ben aan het nadenken op welke manier we dat kunnen doen. Eigenlijk moeten we tot naar de Dorpstraat, en iedereen gaan zeggen: 'Hier is een onwaarschijnlijke opportuniteit. Maar als we niet snel iets doen, dan wordt het een bedreiging.''

De Croo koppelt er een oproep aan voor zijn toehoorders. Zij moeten rolmodellen worden, vindt hij. En de spotlights opzoeken. 'In de VS zijn ondernemers rocksterren. Bij ons zijn onze voetballers dat intussen ook al. Maar onze ondernemers nog niet. [...] Onze ondernemers hebben evenveel talent als onze voetballers. Maar we tonen het onvoldoende. Als we ’t voldoende tonen, dan denk ik dat er heel wat jonge mensen zullen zijn die zeggen: 'Waw. Dat willen we ook doen.''

Er wordt geapplaudisseerd. Ook wanneer Limburger Geert Houben de microfoon krijgt — een rockster in wording, sinds hij met zijn ouderenzorgplatform Cubigo de VS aan het veroveren is. 'Je hebt maar twee keuzes in je leven', zegt hij. 'Ofwel bouw je aan je eigen droom. Ofwel neemt iemand anders je in dienst om aan die van hem te werken.' Tegen een muur staat een paneel van Sparkcentral, de zeer succesvolle start-up van die andere rockster van eigen kweek — Davy Kestens. Het is een uitnodiging om te solliciteren. Slogan: 'Are you tired of being bored at work?'

Democratisch ondernemen

De start-upondernemer als rockster. Het klinkt over the top, maar is het dat ook? Elon Musk van onder meer SpaceX en Tesla heeft meer Twitter-volgers dan U2 en The Rolling Stones samen. Hij heeft zelfs verschillende fanclubs. 'Rockstar savior', noemde de website The Verge hem onlangs nog. 'Rockster-redder.' En dit liet een échte rockster een tijdje geleden optekenen — Pharrell Williams: 'Tegenwoordig willen kinderen Mark Zuckerberg worden.' (De oprichter van Facebook, voor wie de voorbije tien jaar niet goed oplette.)

In ons land zal het niet meteen zo'n vaart lopen, beseft De Croo. 'Ik gebruik het woord 'rockster' vooral als symbool', zegt hij. 'Niet iedereen heeft een showbizzgehalte. Dat hoeft ook niet. Maar het zou wel goed zijn mochten een aantal mensen opstaan en vertellen wat ze doen. Ook om jonge mensen geïnteresseerd te maken. We moeten ondernemerschap hier wat meer in de picture zetten.'

Alexander De Croo over ondernemers als rolmodellen

We lopen in elk geval achter. Dat bleek een paar weken geleden nog uit de Global Entrepreneurschip Monitor, een jaarlijks ondezoek waarvan het Belgische luik uitgevoerd wordt door de Vlerick Managament School. Een goede helft van de Vlamingen vindt dat ondernemers veel aanzien genieten. Dat lijkt veel, maar dat is een pak minder dan in onze buurlanden, waar de percentages oplopen tot 70 procent. Alleen Japan doet slechter.

Andere opmerkelijke cijfers: amper 6 procent van de Vlaamse ondervraagden had de intentie om binnen de drie jaar een bedrijf te starten. En bij liefst 47 procent van degenen die daar wel de kans toe zagen, zat de angst om te mislukken in de weg.

Maar precies daar biedt de digitale economie kansen, meent De Croo. En dan met name de zogenaamde peer-to-peereconomie, waarin 'peers' — gelijken — rechtstreeks zaken doen met elkaar. 'Dat hele concept is een onwaarschijnlijke democratisering van het ondernemerschap', zegt De Croo. Hij geeft de omstreden taxidienst Uber als voorbeeld. 'Je ziet dat er in de VS mensen zijn die zeggen: 'Ik ga in het weekend een beetje taxi spelen.' Die kunnen dat proberen. En dan zien ze: eigenlijk bevalt dat mij wel. En het gaat goed, dus ik ga een paar mensen in dienst nemen, en eigenlijk een soort minibedrijfje oprichten binnen dat peer-to-peersysteem. Die mensen waren nooit ondernemer geworden als drempel niet zo laag was geweest.'

Alexander De Croo over hoe de digitale wereld ondernemen makkelijker maakt

Het confronteert de overheid met nieuwe uitdagingen, weet De Croo. 'Het is niet omdat iets nieuw is, dat het de fiscale en sociale wetgeving niet moet respecteren.' Maar hij wil vooral naar de kansen kijken. 'Je krijgt nu in heel wat sectoren heel veel mogelijkheden voor mensen om het gewoon eens te proberen. Zonder dat de inleg daarom te groot is. De discussie wordt vandaag toegespitst op Uber. Maar eigenlijk gaat ze over peer- to-peerpersonenenvervoer. Intussen zijn er al een tiental Belgische bedrijven die iets gelijkaardigs aan het proberen zijn.’

Uber

Start-ups inspireren, dus. En niet alleen andere start-ups. Ook voor grote bedrijven gelden de snelle en innovatieve bedrijfjes almaar meer als grote voorbeeld. 'Agile' is het nieuwe buzzword. 'Wendbaar', in het Nederlands. 'Lenig'. 'Mensen beseffen dat de wereld heel snel aan het veranderen is', zegt De Croo. De opportuniteiten zijn zo groot, dat je er op een heel lenige, fluïde, veerkrachtige manier op moet kunnen inspelen.'

Alexander De Croo over wat we kunnen leren van start-ups

Zoals start-ups, dus. 'Je ziet dat een paar grote banken en bedrijven met incubators begonnen zijn', zegt De Croo. 'KBC, ondermeer. Als je kijkt naar de economie, waar zit de groei dan vandaag? 85% daarvan komt er dankzij technologie en de technologiesector. Het is daar dat het gebeurt. Dat inzicht begint er te komen.'

Return on culture

Cedric Deweeck kan erover meespreken. Drie jaar geleden riepen hij en twee andere twintigers Antwerpen uit tot 'the new startup city'. Zo stond het op affiches die ze overal in de stad verspreidden. Zo probeerden ze start-ups naar Idealabs te lokken, de eerste privé-incubator in ons land. Met veel trekken en sleuren vonden ze er dat eerste jaar 70. Tien daarvan kregen elk 25.000 euro, een werkplek en begeleiding. Het tweede jaar waren er 100 inschrijvingen. Vorig jaar haakte Telenet in. Toen werden het er 450.

Deweeck, die het programma coördineert, glundert als hij de cijfers overloopt. Hij doet dat in een verweerd kantoorcomplex vlakbij De Meir dat IdeaLabs van enkele topondernemers mocht hacken. Aan de zolderingen schijnt licht uit peertjes, op de bureaus liggen osb-platen, het dakterras is er een van kunstgras en palletten. Door de luidsprekers van de in house koffiebar knalt iets hips. Overal zitten twintigers met de juiste sneakers, T-shirts, smartphones en laptops. Het mag duidelijk zijn: een start-up ondernemer is something to be.

'Drie jaar geleden moesten we mensen nog zwaar overtuigen om in ons programma te stappen', zegt Deweeck. 'Ondernemerschap leek toen geen carrièreoptie. Maar nu is het acceptabel geworden om aan je ouders te zeggen: 'Ik ga deelnemen aan een programma dat ondersteund wordt door Telenet of een ander groot bedrijf. Dat geeft het credibility. Intussen zijn er ook een paar Vlaamse succesverhalen, zoals Showpad en Engagor. Die worden ook veel meer dan vroeger gevierd.'

Er beweegt dus iets. En niet bij twintigers alleen. Vorig jaar zetten twintig Vlaamse bedrijfsleiders, kaderleden en CD&V-voorzitter Wouter Beke samen een techbedrijfje op, na een rondreis door Silicon Valley. Deze lente stelden ze Embracelet voor — een slimme armband voor senioren. Rond hun start-up schaarde zich intussen een who's who van topondernemers. En ook grote bedrijven interesseren zich almaar meer voor de start-upcultuur, zegt Deweeck. Het partnership met Telenet is er een sprekend voorbeeld van. Een miljoen euro investeert het bedrijf in de start-ups en de begeleiding ervan, plus allerlei extra's in natura.

Op bezoek bij Idealabs met Cedric Deweeck

'Op deze manier proberen we de ondernemersspirit in ons bedrijf levend te houden', zei CEO John Porter bij de aankondiging van het partnership. Hij had het over een signaal aan de buitenwereld — maar ook aan de eigen werknemers. 'Als dit momentum krijgt, zal het ook goed zijn voor onze mensen. Het is voor hen goed te interageren met een innovatief publiek.' Of nog: als return on investment verwacht Telenet vooral een return on culture. Een beetje start-upspirit in hun bedrijf.

Telenet is daarin verre van alleen. 'Innovatie ligt op het bureau van elke CEO, in elk bedrijf', zegt Cedric Deweeck. 'Velen vragen zich af: hoe moeten we daarmee omgaan? En wat kunnen we daarbij eventueel doen met start-ups? Wij zijn een partnership aangegaan met Telenet, KBC heeft StartIt, en zo zijn er nog verschillende grote bedrijven die kijken: hoe kunnen we de start-up community stimuleren? En: hoe kunnen we het start-updenken terug in ons bedrijf binnen krijgen?'

Waar interesse is, liggen opportuniteiten. En dat hebben ze bij Idealabs goed begrepen. De incubator werkt aan allerlei diensten voor bedrijfsleiders die zich aan de start-upspirit willen laven. 'Tot nog toe deden bedrijven vooral een beroep op consultants', zegt Deweeck. 'Die gaven dan een workshop, lieten een fancy powerpoint achter, en klaar. Maar wat dan? Die vraag, daarop proberen wij een antwoord te geven door iets te doen met die bedrijven. Een prototype uitbouwen, snel iets testen — zulke dingen.'

Vooral naar de snelheid van start-ups kijken bedrijfsleiders met grote ogen, zegt Deweeck. 'Veel bedrijven willen weten: hoe kunnen we een idee zo snel mogelijk uitbouwen, met zo weinig mogelijk middelen, gevalideerd door de markt? Dat is precies wat wij onze start-ups proberen aan te leren. Die methodologie wekt heel veel interesse. Bedrijven willen even snel zijn als de gasten die hier of op hun zolder hun business-modellen aan het disrupten zijn.'

Cedric Deweeck over de essentie van de start-up mentaliteit

Almaar meer bedrijven kopen ook start-ups, om het talent aan zich te binden. 'Acq-hiring' heet dat, in het technologie-milieu — een samenstelling van 'to acquire' (verwerven) en 'hire' (aanwerven). Veraanwerving, zoiets. Nog vaker duiden bedrijven intern een paar medewerkers aan om binnen hun muren een start-up op te richten. Dat worden dan 'intrapreneurs' — ondernemers in vaste loondienst. 'Daar is al veel over gezegd en geschreven, maar bedrijven gaan het nu echt moeten doen', zegt Deweeck. 'Want het talent dat zij willen, zal niet meer voor hen willen werken als het de ruimte niet krijgt om bezig te zijn met eigen ideeën.'

Levensgevaarlijk log

Logge bedrijven versus lenige start-ups. Het is een van dé hot topics van het moment. Technologie-investeerder en -denker Peter Hinssen schreef er een boek over: 'The Network Always Wins'. Zijn stelling: het hiërarchische 'top/down' en 'command & control'-model van klassieke bedrijven is hopeloos achterhaald. Ze moeten zich organiseren als netwerken. Zich spiegelen aan start-ups, ook. Het is een boodschap die gehoord wordt. Een conferentie over het thema waar Hinssen er onlangs een keynote over gaf, was een hele dag trending op Twitter.

Peter Hinssen

'De grote uitdaging voor vrijwel alle grote bedrijven, is dat ze vastzitten in structuren die gericht zijn op efficiëntie', zegt Hinssen. Het zijn structuren die nog dateren uit het industriële tijdperk, legt hij uit — een tijd waarin werknemers een strak omlijnde functieomschrijving hadden, in een wereld die relatief voorspelbaar was. 'Als het traag gaat, werkt dat. Dan kun je je organisatie blijven squeezen om nog drie procent efficiënter te proberen worden. Maar als het snel gaat, zoals nu, dan is dat contraproductief. Om niet te zeggen: levensgevaarlijk.'

Peter Hinssen over wat start-ups en grote bedrijven van elkaar kunnen leren

Peter Hinssen is niet de enige technologieondernemer die daarvoor waarschuwt. Ook Adam Pisoni doet dat, vanuit Silicon Valley. In 2008 stond hij mee aan de wieg van Yammer, een samenwerkingsplatform voor bedrijven, vaak omschreven als 'Facebook for Business'. In 2012 kocht Microsoft het voor 1,2 miljard dollar. Pisoni wéét dus een en ander over werken in een eeuw waarin iedereen met iedereen verbonden is, informatie razendsnel circuleert en plannen al achterhaald zijn nog voor de inkt ervan droog is. Hij schreef er ook een manifest over, dat intussen een organisatie werd: Responsive.org. Missie: de manier waarop we werken upgraden naar de 21ste eeuw.

De respons is groot, zegt Pisoni via Skype. Wereldwijd zijn er ontmoetingen waarbij mensen ideeën en concrete tips en tricks uitwisselen. 'Elk groot bedrijf is vandaag aan het experimenteren met nieuwe manieren van werken', zegt hij. Daarvoor inspiratie halen bij start-ups, is in zijn ogen geen kwaad idee. Maar dan enkel op voorwaarde dat bedrijven de juiste lessen willen leren.

'Als je de manier van werken wilt veranderen, dan moet je je hele organisatie veranderen. En dan bedoel ik niet gewoon: jezelf gaan reorganiseren, waardoor Timmy nu aan Sally rapporteert. Dan bedoel ik: je beslissingsprocessen veranderen, zodat die minder gecentraliseerd worden. Zodat mensen gedurende een bepaalde tijd aan bepaalde projecten kunnen werken. En zodat het veiliger wordt om te falen. Maar mijn vrees is dat het niet die lessen zijn die getrokken worden. Omdat ze zo moeilijk zijn.'

Compleet tureluurs

Om toekomstbestendig te worden, volstaat het dus niet om zomaar een paar functietitels te veranderen. Laat staan om alleen een pingpongtafel te installeren, of de CEO te vragen een baard van drie dagen te laten staan. Maar dat is wel een fout die heel vaak gemaakt wordt, zegt professor Bart Cambré van de Antwerp Management School. Er blijkt voor die fout zelfs een wetenschappelijke term te bestaan: 'isomorfisme'. Van het Griekse 'iso' (zelfde) en 'morphe' (vorm). Focussen op de vorm, dus. En niet op de inhoud.

Cambré is een expert in organisatiedesign. Start-ups kunnen voor frisse en nieuwe ideeën zorgen, zegt hij. Máár, benadrukt hij, wat goed werkt voor een start-up, werkt daarom niet noodzakelijk voor een groot bedrijf. Laat staan voor élk groot bedrijf. 'We moeten uitkijken dat we de ene standaard die 100 jaar gebruikt is — de klassieke, hiërarchische, bureaucratische organisatie — niet zomaar veranderen door de omgekeerde. Dat zou in mijn ogen even dogmatisch zijn. Er zijn ook nog altijd klassieke top-down-organisaties die zeer goed functioneren.'

Cambré pleit voor maatwerk. En vooral: voor nuance. Het zou naïef zijn om te geloven dat iedereen al mee is, zegt hij — of dat snel zal zijn. Hij geeft het voorbeeld van het tijd- en plaats-onafhankelijk werken. 'Iedereen heeft het daarover. Maar op dit moment wordt dat toegepast in ongeveer 15 procent van de organisaties. Maximaal 20 procent van de werknemers komt daarmee in aanraking. 80 procent dus níét. En dan heb ik het alleen maar over telewerken, het enige waar we echt cijfers over hebben. De échte vernieuwingen — vrije toegang tot informatie, zelfsturing, flexibele arbeidsrelaties — gelden dus voor een nóg veel kleinere groep.'

'Er zijn een paar voortrekkers. Grote, sexy bedrijven die daar zeer ver in gaan. En dat is een fantastische zaak, daar wil ik niets op afdingen. Maar: we hebben het dan wel over grote bedrijven in de dienstensector. Wat met de industrie? Wat met de KMO's, die hier nog altijd voor de meeste tewerkstelling zorgen, en het grootste deel van het bruto binnenlands product? Liggen al die dingen ook binnen hun bereik?'

'En wat met de mensen die compleet tureluurs zouden worden van telewerken en zelfsturing? Ik zou ze niet te eten willen geven. Gaan we die zeggen dat ze niet meer passen in de 21ste eeuw? Dat kunnen óók zeer goede werknemers zijn. Meer nog, we gaan ze niet kunnen missen.' Veel van wat bedrijven en werknemers vandaag doen, zullen ze in 2025 nog altijd doen, zegt Cambré. 'En daar zal dan nog altijd niets mis mee zijn.'

De arbeidsmarkt verandert traag. Ook in snelle tijden. Dat weet ook Jan Denys , arbeidsmarktsocioloog bij Randstad. Het zou een vergissing zijn te denken dat een paar rockster-ondernemers en start-ups plots de maat worden van alles. En dat elke loonslaaf zich zal moeten omscholen tot ondernemer, of toch minstens intrapreneur. Evoluties, zegt Denys, gaan altijd langzamer dan we denken. Eindeloos veel langzamer.

Jan Denys over de veranderende positie van de werknemer

'Vijftien jaar geleden voorspelde iedereen dat we met z'n allen freelancers zouden worden. 'De vaste baan gaat eraan.' Dat was toen echt big. 'Vergeet het', schreef ik toen. 'De vaste baan blijft bestaan.' Dat is ook gebleken. Het vaste contract is nog altijd toonaangevend. En dat zal het ook blijven, denk ik, de komende 20 jaar. Misschien wat minder — vermoedelijk wel. Maar ik verwacht geen plotse, grote ommekeer.'

Hij geeft nog een ander, recenter voorbeeld: de dotcom-hype van 2000. 'Heel veel van wat toen heel hard geroepen werd, beginnen we nu te zien. Vijftien jaar later! Wie in 2000 geen e-commerce had, was zogezegd niet mee. Dat begint nu pas echt. En: veel e-commerçanten openen ook fysieke winkels. Het is dus niet óf clicks óf bricks — het is beide. Dat is een constante in ontwikkelingen. Meestal komt het nieuwe niet in de plaats van het oude. Meestal krijg je hybride vormen.'

Hetzelfde verwacht Denys voor bedrijven, en hoe ze zich organiseren. Het Taylorisme, het model van de industriële revolutie met zijn gechronometreerde arbeidsverdeling, is niet weg, zegt hij. 'Het wordt zelfs her en der weer ingevoerd, of versterkt. 'Als ik lezingen geef over de arbeidsmarkt, laat ik vaak een foto van bamboe zien. Als je dat één keer in je tuin hebt, raak je daar nooit meer vanaf. Wat je ook probeert. Onuitroeibaar. Zo is dat met veel. De realiteit is altijd veel weerbarstiger dan we denken.'