Uitgelegd

De puzzelstukjes van de Vlaamse stikstofwolk

Van de paters in Averbode over West-Vlaamse varkensboeren tot kippenkwekers in de Noorderkempen: overal in Vlaanderen pakken donkere wolken zich boven landbouwbedrijven samen. Ook binnen de Vlaamse regering zorgt het ‘historische stikstofakkoord’ opnieuw voor onrust. De Tijd legt de puzzelstukjes van de stikstofwolk bij elkaar, van wat komt overgewaaid van onze buurlanden tot wat wordt uitgeblazen in de Westhoek.

Door Thomas Roelens, Thomas Segers en Olaf Verhaeghe 2 Mei 2022

De moeilijkste nacht uit haar politieke carrière. Zo noemde minister van Landbouw Hilde Crevits (CD&V) het sluiten van het stikstofakkoord eind februari. Na maanden zwoegen vond de Vlaamse regering dan toch een consensus voor een allesomvattend plan in de strijd tegen stikstof. Minister-president Jan Jambon (N-VA) nam het woord ‘historisch’ in de mond.

Twee maanden later is van de hoerastemming van toen niet veel meer te merken. De paters van Averbode deden het vuur onder de stikstofdiscussie weer fors oplaaien, net op het moment dat het akkoord in een openbaar onderzoek aan bezwaren en opmerkingen moet worden blootgesteld.

Het plan is broodnodig, klinkt het bij de ene, willen we door Europa beschermde natuurgebieden redden. Een te harde dobber, hoor je elders, vooral voor de boeren. Zij moeten zware maatregelen zien te slikken. Tientallen landbouwbedrijven moeten in 2025 vervroegd en verplicht hun activiteiten stopzetten, duizenden anderen zullen forse inspanningen moeten leveren om aan de strengere eisen te voldoen.

De Programmatische Aanpak Stikstof, kortweg PAS, is er vooral op gericht de uitstoot van twee vermestende stoffen - ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NOx) - de komende jaren fors te beperken. Niet die gassen zijn het probleem, wel de hoeveelheid stikstof die mee vrijkomt.

Samen met Nederland trekt België al jaren het Europese peloton als het om stikstofemissie gaat. Die hoge uitstoot heeft verregaande gevolgen voor de luchtkwaliteit en daardoor ook voor de natuur, de levenskwaliteit en de gezondheid.

Planten hebben nood aan stikstof - ze groeien er door - maar een overvloed aan neergeslagen stikstofdeeltjes werkt verstikkend voor veel plantensoorten. Acht op de tien beschermde Natura 2000-gebieden in Vlaanderen kreunen onder een teveel aan neergedaald stikstof.

Uitstoot stikstofdioxide

Bron: Copernicus Atmosphere Monitoring Service

Hoewel bijna de helft van het stikstof dat bij ons landt uit het buitenland komt overgewaaid, vliegen nog veel meer Vlaamse stikstofgassen over de grenzen weg.

We zijn een netto-exporteur. Voor elk ton stikstof dat vanuit het buitenland naar hier komt, gaat ruim 2,3 ton buiten, becijferde het Vlaams Instituut voor Technologisch Onderzoek (VITO). Houden we geen rekening met het stikstof dat in zee terechtkomt, dan gaat het nog altijd om een factor van 1,7.

Het zijn vooral de stikstofoxiden die in grote hoeveelheden de regio- en landsgrenzen over gaan. Zo'n 95 procent komt verder dan 2 kilometer, ongeveer 80 procent raakt voorbij 80 kilometer, leren berekeningen van VITO.

Ammoniak blijft veelal dichter bij de plaats waar het wordt uitgestoten. Hoewel zo’n 89 procent van een ammoniakpluim verder dan 2 kilometer vliegt, raakt minder dan de helft ook verder dan 80 kilometer. Een derde van onze eigen ammoniakuitstoot belandt via droge en natte neerslag op Vlaamse bodems. Voor stikstofdioxide-emissie is dat slechts 9,5 procent.

Hoewel Vlaanderen nog altijd mee de kroon spant, is de jongste decennia beterschap merkbaar. Sinds 2000 is de uitstoot van de schadelijkste twee stikstofgassen aanzienlijk gedaald. Dat blijkt uit de meest recente data van de Vlaamse Milieumaatschappij.

Jaarlijkse uitstoot ton stikstof

Bron: Vlaamse Milieumaatschappij

Alleen schuilen onder de oppervlakte grote verschillen. Terwijl de totale emissie van stikstofoxiden tussen 2000 en 2019 met bijna de helft afnam, bleef de daling wat de ammoniakuitstoot betreft eerder beperkt. Sinds 2008 is er op dat vlak amper vooruitgang.

Waar komen de ammoniak en stikstofoxiden die in de lucht en op de grond terechtkomen vandaan? Wie is in Vlaanderen verantwoordelijk voor welke uitstoot?

Uitstoot ton stikstof in 2019

totale uitstoot

veul

Bron: Vlaamse Milieumaatschappij

In 2019 werd 41.455 ton ammoniak de lucht in geblazen, tegenover 120.255 ton stikstofoxiden. Leggen we alle stikstofdeeltjes samen, dan oogt de verhouding ammoniak ten opzichte van de stikstofoxiden evenwel zo goed als fifty-fifty.

Want per kilogram ammoniak gaat 820 gram stikstof de lucht, per kilogram stikstofoxiden is dat 304 gram stikstof. In de strijd tegen het verstikkende stikstofdeken is alleen die hoeveelheid van belang.

Opgesplitst in de sectoren die stikstofgassen uitstoten springen twee groepen in het oog: de landbouw en het verkeer.

De landbouw is verantwoordelijk voor zowat 95 procent van de uitgestoten ammoniak, een aandeel dat de jongste jaren amper evolueert.

De ammoniakimpact van de chemie-industrie, de verwarming van huizen en appartementen of het wegverkeer is in vergelijking daarmee bijna verwaarloosbaar.

Onbelangrijk is die uitstoot zeker niet. De potentiële NH3-emissie van de geplande gascentrales in Dilsen-Stokkem en Vilvoorde speelde een doorslaggevende rol bij de weigering van hun vergunning door minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA).

De landbouw komt in het stikstofakkoord door zijn grote aandeel in de uitstoot van ammoniak in het vizier. 58 piekbelasters - landbouwbedrijven die dicht bij beschermde natuur zijn gevestigd - moeten uiterlijk tegen 2025 hun activiteiten volledig stopzetten.

Nog eens ruim 100 andere landbouwbedrijven krijgen in de loop van 2023 de kans vrijwillig te stoppen. Als compensatie voorziet de Vlaamse regering tussen nu en 2025 in zo'n 100 miljoen euro. Wie vroegtijdig stopt, krijgt extra geld.

Een diepere analyse van de ammoniakuitstoot door de landbouw leidt naar de stallen en de bemesting. Bijna 70 procent van de ammoniakemissie is afkomstig van de veeteelt en de dierlijke mest die wordt opgeslagen.

Om de uitstoot te doen dalen, investeren boeren al langer in luchtwassers en emissiearme stallen. Maar de Vlaamse regering wil die inspanningen verhogen. De overheid wordt ook strenger en verlaagt de drempelwaarden voor nieuwe vergunningen fors.

De varkens- en koeienstallen stoten het meeste ammoniak uit. De VMM becijferde dat beide diersoorten samen goed zijn voor 87 procent van de ammoniakemissie in de veeteelt.

In het Vlaamse stikstofplan krijgt de varkensteelt het het zwaarste te verduren. Tegen 2030 moet de varkensstapel met 30 procent krimpen. Over acht jaar zou Vlaanderen dan nog iets meer dan 4 miljoen varkens tellen, 1,7 miljoen minder dan vandaag.

Behalve vanuit de stallen komt een aanzienlijke hoeveelheid ammoniak van het bewerken van akkers en weilanden. Ook kunstmest brengt stikstof in de lucht. De hoeveelheid hangt in belangrijke mate af van het gebruikte type.

Voor wie dichter bij een Europees beschermd natuurgebied is gevestigd, is de impact van het stikstofakkoord het grootst. Geografisch bekeken springen vooral West-Vlaanderen en de Kempen in het oog als bron van ammoniakuitstoot in Vlaanderen.

Met Diksmuide als koploper - goed voor ruim 830 ton uitgestoten ammoniak - zijn de West-Vlaamse gemeenten goed voor meer dan 40 procent van de totale emissie. Verrassend is dat niet. West-Vlaanderen telt veruit de meeste landbouwbedrijven en dieren. In de regio Hoogstraten-Ravels-Wuustwezel is vooral de pluimveeteelt sterk vertegenwoordigd.

Wat met de stikstofoxiden?

De uitstoot van stikstofoxiden wordt in belangrijke mate door andere sectoren dan de landbouw beïnvloed. In Vlaanderen is hoeveelheid vrijgekomen NOx de voorbije twintig jaar fors verminderd, vooral op de weg, dankzij het vergroenen van het wagenpark en het bannen van oude, vervuilende diesels.

Ook op het vlak van energieproductie zijn sinds 2000 grote stappen gezet. Elektriciteitscentrales lieten kolen links liggen en schakelden over op gas of meer duurzame bronnen.

Toch blijft het transport over de weg met iets meer dan 30 procent de grootste bron van stikstofoxiden in Vlaanderen. Ook de luchtvaart en de internationale zeescheepvaart blijven met elk ruim 13 procent een aanzienlijke rol spelen. De transportsector is goed voor ruim 61 procent van alle Vlaamse stikstofoxiden.

De daling in de uitstoot van de industrie is veel minder uitgesproken. De grootste twee bronnen in die sector - de chemie- en de ijzer- en staalindustrie - zijn samen goed voor 8 procent van de emissie van stikstofoxiden. In vergelijking met het begin van de jaren 2000 is hun aandeel zelfs opgelopen. De industrie is vandaag goed voor bijna 14,5 procent van alle Vlaamse stikstofoxiden.

In het Vlaamse akkoord blijft de industrie, net als het wegverkeer, grotendeels buiten schot. De regering-Jambon legt de lat niet hoger dan in het bestaande Luchtbeleidsplan en houdt vast aan de eerder gemaakte afspraken. Volgens experts werd toen veel meer gevraagd van die sectoren dan van de landbouw.

Wel speelt de stikstofuitstoot bij het beoordelen van nieuwe of te verlengen vergunningen van bedrijven een almaar belangrijkere rol. De grote olieraffinaderij van TotalEnergies in de Antwerpse haven moet haar emissie van onder meer stikstofoxiden verder naar beneden halen voor ze een nieuwe langdurige omgevingsvergunning krijgt.

Hoe dan ook moet het emissieplateau van stikstofhoudende gassen in Vlaanderen snel omlaag. Daarover bestaat eensgezindheid. Maar over wie de grootste inspanningen moet leveren, lopen de meningen uiteen. Het stikstofakkoord mikt vooral op de boeren, die reageren met bezwaren en protesten, ook tegen de politiek.