De jaren 20

De twijfel van de twintiger

Het ging de wereld nooit zo voor de wind als vandaag. Maar bij de nieuwe generatie is daar bitter weinig van te merken. De vijftien twintigers van De Tijd piekeren, en dat over verrassend conservatieve thema's, zoals pensioenen en vastgoed. Vanwaar komt dat pessimisme? En vooral: is het terecht? We fileren het in zes vragen.

Emilie Moors Dries Ceuppens Meike de Roest Hannes Cool Tobe Steel Jasper D'hoore Nora Sleiderink Thomas Segers Pieter Haeck Marie Van Oost Bas Van Der Hout Pieter Lambrechts Jens Cardinaels Thomas Roelens Marijn De Reuse

Kunnen we nog een huis kopen?

‘Vergeet vastgoed, je kan het toch niet betalen.’ Met die slagzin bracht de spelletjesfabrikant Hasbro in 2018 een ‘Monopoly voor millennials’ op de markt. Het is een boutade, maar is ze terecht? Het gevoel leeft dat wie nu de vastgoedmarkt betreedt het veel moeilijker heeft dan zijn ouders 25 jaar geleden.

Huizen zijn in België aanzienlijk duurder geworden. Sinds 1995 steeg de mediaanprijs met 248 procent. De late twintiger had in 2000 nog zo’n zeven netto-jaarinkomens nodig om een huis te kunnen kopen, in 2017 waren dat er al dertien.

Dat aantal netto-jaarinkomens neemt ook bij de oudere generaties toe, maar niet in die mate. Teken de betaalbaarheid van een huis per generatie uit, en je ziet dat jongeren in 2000 ongeveer in het midden van dat spectrum lagen. Vandaag zijn huizen voor die groep het duurst.

Maar niet alleen inkomen bepaalt de aankoop van een huis. Ook de rente en het fiscaal voordeel spelen een rol. Studies tonen aan dat je 10 procent meer kan lenen bij de bank als de intrestvoet met één procentpunt daalt. In 1995 gold voor leningen een rente van 8 procent. In 2019 is dat een historisch lage 2 procent.

De lage rente maakt het wel aantrekkelijker om een huis te kopen, wat een opwaartse druk zet op de prijs. Maar dat lijkt geen gevaar voor wat starters kunnen betalen. De woonquote - het deel van het inkomen dat een gezin mag uitgeven aan wonen zodat het doenbaar blijft - is sinds begin jaren 2000 nagenoeg stabiel, rond de 30 procent.

En wat met de geschrapte woonbonus, waardoor twintigers het fiscaal voordeel van 30.000 euro tijdens de looptijd van hun lening mislopen? Experts zijn ervan overtuigd dat het afschaffen van de woonbonus, samen met een verlaging van de registratierechten van 7 naar 6 procent, een goede zaak is.

De woonbonus dreef de prijzen op en bleek in de praktijk meer een voordeel voor makelaars dan voor potentiële kopers. Er is nu een voorzichtige consensus dat de prijzen zullen milderen op middellange termijn. Vanaf volgend jaar komt er telkens een cohorte bij die het zonder het fiscale duwtje van de woonbonus zal moeten doen. Dat zal de huizenprijzen afremmen.

Huizen zijn duurder geworden. Maar zolang de rente laag blijft en als de prijzen stabiliseren door het afschaffen van de woonbonus, is ‘onbetaalbaar’ niet helemaal waar.

Maakt het klimaat ons het leven zuur?

Als we sommige slogans van de klimaatmarsen mogen geloven, dan is de Apocalyps niet veraf meer. ‘Voor ons de zondvloed’, schilderden twee jonge mensen op een spandoek waarmee ze door Brussel marcheerden. ‘Dinosaurussen dachten ook dat ze nog tijd hadden’, klonk het elders, maar dan in het Engels.

De twintiger van vandaag zal ondanks alle klimaatakkoorden zo goed als zeker het moment meemaken waarop de temperatuur op aarde met meer dan 1,5° Celsius gestegen is tegenover het pre-industriële niveau.

Tegen het tempo waarin we vandaag broeikasgassen uitstoten, is binnen acht jaar het zogenaamde koolstofbudget opgebruikt om de temperatuurstijging tot een beheersbare 1,5° Celsius te kunnen beperken. De twintiger bereidt zich dus maar beter voor op een opwarming die de leefbaarheid op aarde danig verstoort.

Maar wat betekent dat? Als een twintiger vandaag een huis koopt, legt hij dan al best zandzakjes en een pomp klaar in de kelder voor wanneer Vlaanderen onder water loopt? Moet iedereen airco installeren om onhoudbare hittegolven buiten te houden?

De realiteit is minder dramatisch. De klimaatverandering zal wereldwijd een enorme impact hebben. Sommige eilanden zullen de komende decennia van de kaart geveegd worden. Gletsjers smelten, rivieren drogen op en grote steden kampen met watertekorten.

Maar West-Europa zal niet de eerste regio zijn die getroffen wordt. Als de twintiger van vandaag 100 jaar is, zal de zeespiegel in de meest pessimistische scenario’s met iets meer dan 1 meter gestegen zijn.

Er zullen miljoeneninvesteringen nodig zijn voor hogere stranden en dijken, maar met het nodige geld komt Vlaanderen niet onder water te staan. Weerfenomenen worden extremer, er komen zwaardere stormen en extreme hittegolven, maar Vlaanderen wordt deze eeuw niet onleefbaar.

2027

Tegen het huidige tempo zal tegen 2027 het zogenaamde koolstofbudget opgebruikt zijn om de opwarming van de aarde nog te beperken tot 1,5° Celsius.

Het maakt het klimaatvraagstuk zo moeilijk aan te pakken. Het zijn niet zij die het meest bijdragen aan de opwarming van de aarde die er de grootste gevolgen van dragen. Wat gold voor de babyboomers, is vandaag nog altijd van toepassing. De zwaarste gevolgen zijn pas voor de volgende in de rij. Wie vandaag twintig is, zal de écht vernietigende impact van de klimaatverandering niet meer meemaken.

Tegen het huidige tempo zal tegen 2027 het zogenaamde koolstofbudget opgebruikt zijn om de opwarming van de aarde nog te beperken tot 1,5° Celsius. De klimaatverandering zal hoe dan ook ingrijpende gevolgen hebben, maar de twintiger van vandaag hoeft niet te vrezen dat Vlaanderen onleefbaar wordt.

Werken we straks allemaal voor Chinese bazen?

Made in China. We zagen die woorden vroeger op ons speelgoed staan. Nu een Chinese investeringsgolf over Europa rolt, moeten we ons afvragen of het in de toekomst ook op ons arbeidscontract staat.

Om zijn positie als economische krachtpatser te verzekeren heeft China de voorbije jaren massaal geïnvesteerd in Europese infrastructuur en technologie. Het aandeel van de Europese bedrijven dat in handen is van Chinese eigenaars steeg tussen 2007 en 2016 van 2,5 naar 9,5 procent, blijkt uit data die de Europese Commissie in maart nog eens aanhaalde. Denk aan de overname van de haven van het Griekse Pireaus. Of de overname van 1 miljard van Punch Powertrain, een fabrikant van automatische versnellingsbakken uit Sint-Truiden.

Met de netwerkgigant Huawei staat China mee aan de technologische top, ook al zetten veiligheidszorgen haar Europese positie onder druk. In 2016 probeerde China een minderheidsbelang te kopen in de distributienetbeheerder Eandis (nu Fluvius). Na fel politiek protest is die operatie afgeblazen.

Hebben we in de toekomst dan allemaal Chinese bazen? Professor internationale economie Jan Van Hove (KU Leuven) denkt van niet. ‘De perceptie is dat China Europa leegkoopt, maar dat strookt niet met de feiten. Het aantal Chinese investeringen groeit, maar het aantal Europese investeringen in China is nog altijd veel groter.’

Toch heeft de groeiende macht van China invloed op jonge werknemers. Door de opkomst van China, India en Afrika wordt Europa volgens Van Hove relatief zwakker. Door de stijgende concurrentie zullen Europese bedrijven moeten letten op hun kosten. Daardoor zullen de lonen wellicht minder stijgen.

De Chinese bedrijfscultuur is volgens Sven Agten, een Vlaamse ondernemer die voor de zinkproducent Rheinzink in China actief is, heel anders dan de Europese. Werken de Chinezen harder dan wij? Op die vraag antwoordt hij volmondig ‘ja’. ‘Maar dat komt omdat een groot deel van de bevolking tot de middenklasse wil opklimmen.’

Chinese investeerders zullen nooit het management overnemen of het bedrijf compleet herstructureren. Ze doen hier expertise op, die ze daarna in China gebruiken.

Sven Agten

Vlaamse ondernemer voor Rheinzink in China

Volgens Agten nemen Chinezen onze bedrijven niet over om hun manier van werken aan Europese werknemers op te dringen. ‘Chinese investeerders zullen nooit het management overnemen of het bedrijf compleet herstructureren. Ze doen hier expertise op, die ze daarna in China gebruiken.’

‘Uit enquêtes blijkt dat Europese jongere generaties niet harder en langer willen werken’, zegt Van Hove. ‘Ook al verdienen ze daar minder door. Er komt een war for talent aan. Bedrijven moeten door innovatie productiever worden.’

Agten voorspelt dat de almaar groeiende Chinese middenklasse die Europese manier van werken zal overnemen. ‘Steeds meer mensen hebben een degelijke baan, een goed loon en gaan net als wij graag op vakantie.’ Misschien kiezen zij op termijn ook voor meer vrije tijd en een betere balans tussen werk en privé.

De perceptie dat China Europa leegkoopt, klopt niet. Europa investeert nog altijd veel meer in China dan omgekeerd. Maar de almaar zwakkere positie van Europa als speler in de wereldeconomie zal ertoe leiden dat onze lonen in de toekomst minder hard zullen stijgen.

Wedijveren we met robots op de werkvloer?

‘The robots are coming for your job.’ Die bekende zinsnede kan voor twintigers wel eens brandend actueel worden. Zullen wij moeten wedijveren met een robot? En zal een werkgever twijfelen of hij een mens dan wel een computeralgoritme aan het werk zet?

Die vrees is gegrond. Artificiële intelligentie (AI) breekt eindelijk door. Dat begrip, dat al dateert uit de jaren 1950, stelt dat machines ooit even slim worden als mensen. Dankzij de fel toegenomen rekenkracht van computers en enorme hoeveelheid data staan we dichter dan ooit bij dat punt.

Het moment waarop is voer voor discussie. De Amerikaanse auteur Martin Ford vroeg aan 23 AI-experts wanneer we dat punt bereiken: de schattingen variëren tussen 2029 en 2200. Het is dus goed mogelijk dat de twintiger tijdens zijn leven tegenover een even intelligente robot staat.

Het werk dat robots nu al op zich nemen, is werk dat in regels te vatten is, stelt Emilie Rademakers, arbeidseconome van de Universiteit Utrecht. ‘Het gaat om terugkerende acties in een gecontroleerde omgeving, zoals het plaatsen van een autodeur in een carrosserie.’

AI gaat daar nog een turbo opzetten. De meest prominente vorm van AI heet ‘machine learning’. Daarbij leren algoritmen patronen te herkennen in grote hoeveelheden data. Machines zullen dus niet langer geprogrammeerd moeten worden.

Werk dat in patronen te vatten is, is dus kwetsbaar. Toch betekent dat nog geen revolutie op de arbeidsmarkt de komende tien jaar. Nieuwe technologie betekent ook nieuwe jobs. ‘Wie dacht 50 jaar geleden dat we socialmediamanagers nodig zouden hebben?’ aldus Rademakers.

De technologiekoepel Agoria berekende dat voor elke verloren job tegen 2030 3,7 nieuwe banen in de plaats komen. Omscholen komt zo hoog op de agenda. 310.000 Belgen zullen zich volledig moeten omscholen, 4,5 miljoen Belgen zullen hun vaardigheden moeten bijschaven.

310.000

310.000 Belgen zullen zich volledig moeten omscholen, 4,5 miljoen Belgen zullen hun vaardigheden moeten bijschaven.

Robotica en AI liggen in sommige sectoren wel prominenter op de loer dan in andere. Agoria schat dat het aantal jobs in de industrie zal afnemen (-32.000) tegen 2030. Dat is logisch. Repetitief werk is een makkelijke prooi voor de automatisering. Maar het aantal jobs zal toenemen in de zorgsector en het onderwijs (+510.000).

Technologische innovatie is niet de enige factor. Ook de vergrijzing speelt een rol. Maar jobs in de zorg en het onderwijs vereisen ook emotionele intelligentie en zijn nu eenmaal moeilijker te automatiseren. ‘Hoe pakt een verpleger het aan als hij een bejaarde bezoekt? Dat is moeilijk in data te vatten’, zegt Rademakers.

Door de opmars van kunstmatige intelligentie en robotica zullen machines repetitief werk in een gecontroleerde omgeving voor hun rekening nemen. Dat betekent jobverlies in bepaalde sectoren, zoals de industrie. Maar elders, in de zorg of het onderwijs, komen er net jobs bij.

Moeten we allemaal naar de psycholoog?

De Vlaamse jeugd ligt wakker van psychisch welzijn. In bevragingen van de Vlaamse Jeugdraad prijkt het probleem steevast bovenaan de lijst van prioriteiten. De angst voor een levenslang voorschrift prozac is duidelijk groot. Kunnen we straks onze demonen niet meer de baas?

Het alarmisme ten spijt, woedt er geen depressie-epidemie. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt unisono dat het voorkomen van psychische stoornissen in de afgelopen 40 jaar stagneerde. Het aandeel depressies bij de Belgische bevolking schommelt al jaren rond 5 à 7 procent. Bij jongeren neemt dit zelfs licht af. Zeventig procent van die depressies worden niet als ernstig beschouwd.

Vanwaar dan het idee dat onze samenleving zwaar ziek is? ‘Dat komt net omdat veel meer mensen hulp zoeken voor psychische stoornissen’, zegt professor psychiatrische epidemiologie Ronny Bruffaerts (Universitair Psychiatrisch Centrum KU Leuven). ‘Rond 2000 zocht ongeveer een derde van de bevolking met mentale problemen hulp. Twintig jaar later is dat aandeel gestegen tot bijna de helft. Het gevoel dat depressies nu veel vaker voorkomen, is er omdat mensen beter weten wat depressies zijn en er ook vaker over praten. Dat is een positieve tendens.’

Het gevoel dat depressies nu veel vaker voorkomen, is er omdat mensen beter weten wat depressies zijn en er ook vaker over praten.

Ronny Bruffaerts

professor psychiatrische epidemiologie

Millennials en leden van de generatie Z zijn dus niet noodzakelijk angstige snowflakes. Maar er is wel een andere factor die de mentale gezondheid van jongeren aantast: de problematische relatie met alcohol en drugs. Het maakt dat het aantal mentale problemen bij de twintigers van vandaag hoger ligt dan bij vorige generaties.

De twintiger zoekt bovendien minder vaak hulp dan de rest van de bevolking. Ook dat is gelinkt aan de aard van de problematiek: veel jongeren die een sterke afhankelijkheid aan alcohol of drugs hebben, ervaren dat zelf niet als een probleem.

Wat we niet weten, is of de stijging in de huidige groep twintigers zich ook doorzet wanneer jongeren ouder worden. ‘Maturing out’ is een veelvoorkomend fenomeen bij psychische problemen: wie bijvoorbeeld als student ongezond veel drinkt, doet dat niet per se eenmaal hij gesetteld is. Toekomstig onderzoek moet uitwijzen of het probleem chronisch is.

De twintiger van vandaag is niet angstiger of depressiever dan vroeger. De vermeende depressie-epidemie is vooral te wijten aan het feit dat het taboe errond vervaagt. Toch kampen jongeren nu vaker met mentale problemen dan vroeger, door een problematische relatie met alcohol en drugs.

Krijgen we nog een pensioen?

Zowat de helft van de jongeren gaat ervan uit dat ze later geen wettelijk pensioen meer krijgen, bleek onlangs uit een studie die werd besteld door het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO).

Door de vergrijzing gaan de komende jaren almaar meer mensen met pensioen terwijl de budgettaire situatie van ons land nu al problematisch is. Op de lange termijn is ons pensioensysteem dan ook niet houdbaar, is de redenering.

Toch zou het eigen pensioen niet de grootste bezorgdheid van de jongeren moeten zijn. De vergrijzingskosten pieken in 2047, want tegen dan zijn alle babyboomers - de generatie geboren tussen het einde van de Tweede Wereldoorlog en de jaren 60 - met pensioen. In de jaren die daarop volgen, neemt het aantal gepensioneerden af door een toenemend aantal overlijdens in die generatie.

De pensioenen van vandaag worden betaald door de mensen die vandaag werken. Ooit kozen we voor dat systeem en daar zitten we nu aan vast. Politici zullen het niet snel omgooien, laat staan dat ze de uitbetaling van de pensioenen stopzetten, want dat zou neerkomen op politieke zelfmoord. Dus ja, de kans is groot dat de twintigers van vandaag binnen 40 tot 50 jaar nog een pensioen krijgen.

Een relevantere vraag is evenwel hoe we al die pensioenen gaan blijven betalen. De uitdaging zit er niet in de pensioenen van de twintigers te betalen als zij met pensioen gaan, maar wel in het betalen van de pensioenen van de veel grotere groep babyboomers.

Volgens de Vergrijzingscommissie zullen we op de piek van de vergrijzing in 2047 3,6 procent van het bruto binnenlands product extra aan sociale uitgaven besteden. In geld van vandaag is dat 17 miljard euro.

17

miljard

Volgens de Vergrijzingscommissie zullen we op de piek van de vergrijzing in 2047 17 miljard euro extra aan sociale uitgaven besteden.

Die 17 miljard euro moet op de een of andere manier worden betaald. Ofwel door nieuwe besparingen, ofwel door nieuwe belastingen, ofwel doordat de staat de tekorten laat oplopen en daarvoor geld gaat lenen. Een pensioen zullen jongeren allicht nog wel krijgen, de vraag is eerder welke prijs betaald moet worden om het te blijven betalen.

Over de betaalbaarheid van hun pensioen moeten twintigers zich niet al te veel zorgen maken. Een urgentere vraag is of het sociaal model betaalbaar blijft als de veel grotere groep babyboomers tegen 2050 volledig op pensioen is.