Interactief

De miljardendans op de transfermarkt

Het Europese topvoetbal was de voorbije 25 jaar goed voor een cashflow van 31,6 miljard euro uit de verkoop van spelers. Dat blijkt uit een doorlichting van 140.000 transfers door De Tijd.

Door Dries Bervoet en Thomas Segers4 september 2019

Het voetbal beleeft niets minder dan zijn industriële revolutie. De Europese voetbaleconomie groeit al 20 jaar onafgebroken met 10 procent per jaar. Het vliegwiel van het financiële tijdperk was een explosie van tv-geld. Dat leidde tot een massale cashflow, die de afgelopen kwarteeuw de transfersommen liet exploderen.

5,5 miljard

De Big Five Liga’s - Engeland, Spanje, Italië, Duitsland en Frankrijk - kochten in 2019 voor 5,5 miljard euro aan spelers. In 1995 was dat minder dan een half miljard.

De Tijd analyseerde 140.000 transfers sinds 1995 in het Europese voetbal. De analyse legt fabelachtige geldstromen bloot. De clubs verkochten de voorbije 25 jaar voor 31,6 miljard euro aan spelers, tegenover 28,8 miljard euro aan uitgaven. De verklaring voor het verschil tussen beide bedragen is dat de transfermarkt geen gesloten circuit is: Europese clubs handelen niet alleen met elkaar, maar ook met competities buiten Europa. Daardoor ontstaat onevenwicht op de handelsbalans.

In de analyse hieronder gaan we dieper in detail over de cashexplosie in het Europese voetbal de afgelopen 25 jaar. We brengen ook de geldstromen tussen competities in kaart, net als de in- en uitgaande transfers tussen clubs in dezelfde competities. Dat toont onder meer hoe de commerciële groeispurt van de Premier League sinds eind jaren 90 de sneeuwbal is die als een lawine het geld over de andere competities uitstrooit.

cashexplosie van 400 miljoen tot 5,5 miljard euro

Transferbewegingen tussen grote vijf voetbalcompetities

  • Bundesliga
  • LaLiga
  • Ligue 1
  • Premier League
  • Serie A

Bron: transfermarkt.nl

De transfermarkt in de belangrijkste Europese competities is sinds maandagnacht dicht. Het was opnieuw een dolle transferzomer - een periode van twee tot drie maanden waarin het clubs toegelaten is spelers te kopen en verkopen - wat stilaan klinkt als een cliché. Het is dezer dagen nieuws als het transferrecord eens niet sneuvelt. De vijf grote Europese competities, aangevuld met de belangrijke kleintjes Portugal, Nederland en België, spendeerden afgelopen zomer een record van 6 miljard euro aan transfers. In de rijkste competitie, de Engelse Premier League, sneuvelde het record op een haartje na niet. De Engelse clubs gaven 1,55 miljard euro uit aan nieuwe spelers, nipt minder dan in 2017. Zonder de transferban van Chelsea - de club mag een seizoen geen spelers kopen door onrechtmatige transfers van minderjarigen - was het wellicht wel gesneuveld.

1995

Het Bosman-arrest in 1995

De Europese rechter oordeelde op een klacht van de Belg Jean-Marc Bosman dat spelers op het einde van hun contract vrij hun werkgever kunnen kiezen. Het leidde tot een nieuw systeem, waarbij transfers van spelers met nog lopende contracten bleven bestaan. Het gevolg was dat transfersommen en salarissen de pan uit swingden in een oorlog om talent. Clubs wedijveren met elkaar op de wereldmarkt voor de beste spelers, waardoor het onmogelijk is tot prijs- of salarisplafonds te komen. Europa blijft de dominante wereldmacht, met clubs die mondiaal het grootste talent rekruteren. Het is ook een exportmachine van voetballers naar nieuwe markten, zoals China en de VS. Het product zit in Europa, de snelgroeiende afzetmarkten daarbuiten. Het gevolg is dat de Europese voetbaleconomie alleen zal groeien, zeker met de geplande komst van een Superliga. Daarin zal de absolute elite van enkele tientallen clubs - het kartel - het wekelijks tegen elkaar opnemen.

De andere vier competities van de Big Five flirten ook met records. Italië (1,17 miljard euro) en Frankrijk (783,7 miljoen) bleven er net onder, terwijl in Spanje (1,355 miljard) en Duitsland (758,5 miljoen) het record wel sneuvelde. Opvallend is dat in Spanje twee derde van de uitgaven voor rekening zijn van drie clubs: Real Madrid, Barcelona en Atletico Madrid. Frankrijk bewijst zich jaar na jaar als grote kweekvijver van het Europese voetbal, met ruim 800 miljoen euro aan uitgaande transfers deze zomer. Het is de enige van de Big Five die netto meer verkoopt dan inkoopt, de andere vier draaien verlies. Ook de drie kleintjes, Portugal, Nederland en België ontpoppen zich als belangrijke toeleverancier, met respectievelijk 406, 365 en 225 miljoen aan verkochte spelers. Het gevolg is dat de kleintjes zelf ook steeds kapitaalkrachtiger worden, met België en Portugal die deze zomer zelf recorduitgaven boekten. Dat trickledowneffect - de rijke topclubs strooien met geld in de kleinere competities – lijkt jaar na jaar te groeien in kracht. Dat komt ook omdat het geld aan de top maar blijft toenemen. De motor van de cashflow blijft het tv-geld. De Engelse clubs zijn de komende drie seizoenen opnieuw verzekerd van 10 miljard euro, ruim een miljard meer dan de vorige deal. De clubs zagen hun binnenlandse tv-contract dan wel dalen, dat wordt ruimschoots gecompenseerd door gestegen buitenlandse inkomsten. De Premier League hangt niet meer vast aan de Britse economie, maar aan de wereldmarkt door zijn fanbasis van Auckland tot Alaska. Spanje is de komende drie jaar zeker van 3,66 miljard euro, een vijfde meer, een belangrijke verklaring voor de recorduitgaven deze zomer. De bonanza lijkt niet meteen voorbij, ook omdat clubs er steeds beter in slagen hun merknaam en populariteit te verzilveren uit commerciële werking.

De geldstromen in het Europese voetbal

Transfersommen tussen competities in euro

seizoen: 2019/2020

Belgische transferstromen

Het Belgisch voetbal beleeft een renaissance. De Belgische clubs verkochten afgelopen zomer nooit meer (225 miljoen euro) en spendeerden tegelijk meer dan ooit (146 miljoen). Bijna de helft van de export ging naar de Premier League (104 miljoen). Het toont nog eens goed aan hoe kleinere competities als de Belgische mee profiteren van de geldstromen in het Europese topvoetbal. Voor dat laatste bedrag is Club Brugge voor nog eens de helft verantwoordelijk. De Belgische runner-up van het afgelopen seizoen verkocht drie spelers - Wesley, Nakamba en Danjuma - voor liefst 55 miljoen euro aan clubs uit de onderste regionen van de Engelse competitie. Het is een machine die al enkele jaren goed draait voor Club, maar ook voor andere Belgische clubs.

De Belgische transferstromen

Transfersommen tussen competities in euro

Klik hier om de historische transferactiviteit te zien

seizoen: 2019/2020

Ook kampioen Genk cashte deze zomer flink op de Premier League. De Limburgers verkochten hun beste speler Leandro Trossard voor 20 miljoen aan het Engelse Brighton. Het maakt topteams als Club en Genk steeds kapitaalkrachtiger op de transfermarkt. Dat vertaalt zich ook in de terugkeer van huidige en ex-Rode Duivels die jaren het mooie weer maakten in grotere competities. Dat Vince Kompany terugkeerde naar Anderlecht, is meer een keuze van het hart. De grootste financiële stunt is Simon Mignolet, de reservekeeper van Champions League-winnaar Liverpool die naar Club trok. De West-Vlamingen betalen alles samen 19 miljoen euro: 7 miljoen voor de transfer, 2 miljoen bonussen, en vijf jaar lang 2 miljoen euro netto per jaar voor Mignolet. Club shopte ook in Turkije en Zwitserland. De export van andere clubs naar het buitenland is diverser verspreid over de competities.

België is minder dan vroeger een ‘flyover country’ op weg naar Nederland. Dat is al decennia het kleinste Europese land met het meeste voetbaltalent. Na een korte dip draait de nv Oranje weer, met de verkoop door Ajax van Frenkie de Jong en Matthijs de Ligt aan de wereldtop, voor samen 160 miljoen euro.

Door het succes van de Rode Duivels strijken meer scouts neer in België. Onze competitie heeft een reputatie als lagelonenland met goedkope, ondergewaardeerde arbeidskrachten. Dat komt door de fiscale voordelen, waardoor bruto zo goed als netto is. Er zijn ook amper regels rond minimumlonen of sportieve criteria om buitenlands talent bij ons tijdelijk te mogen parkeren. Het maakt ons land tot een aantrekkingspool voor buitenlandse investeerders. Zij kopen clubs om spelers op te leiden, in het uitstalraam te zetten, met winst door te verkopen of door te sluizen naar moederclubs in hoger aangeschreven competities. Dat model leidt tot een stevige transferwinst, ook voor clubs die wel stevig in Belgische handen blijven.

Methodologie

De Tijd deed voor zijn analyse een beroep op de data van de gespecialiseerde website Transfermarkt. Die geldt als betrouwbaar, maar blijft een indirecte bron. Clubs, spelers noch makelaars - die mee bemiddelen over transfers - communiceren over transfersommen en salarissen van spelers. In het voetbal wordt steeds meer gewerkt met prestatiegerichte bonussen en premies, waardoor de echte bedragen vaak hoger liggen. Bovendien zijn er vaak torenhoge makelaarscommisies - tot 20 procent en meer van het afgesproken transferbedrag - die niet altijd meegenomen worden in de telling.